Nieuws/Lifestyle
1631210
Lifestyle

SPIJT

’Goed woordje voor verkeerde collega’

Tegenwoordig worden bankvestigingen bij bosjes opgeheven, in mijn tijd stonden ze nog voor service en klantvriendelijkheid. In een kleine gemeente mocht ik als directeur zo’n filiaal opstuwen in de vaart der volkeren.

Er was plek voor zo’n twaalf medewerkers. De meesten zaten er al of werden geplaatst, maar ik mocht één collega van mijn keuze meenemen. Ralf was een keiharde werker. Ik lobbyde voor hem, maar al snel kreeg ik spijt als haren op mijn hoofd.

Ik wist niet dat Ralf stapelgek op auto’s was. In mijn nieuwe kantoor kwam hij aan een bureaublok te zitten met twee mannelijke collega’s die net zulke liefhebbers waren.

Al snel ging het gesprek nergens anders over. ’s Ochtends bij de koffie: auto’s, ’s middags aan de lunch: auto’s. Tussendoor: auto’s. Andere collega’s gaapten nadrukkelijk, rolden met hun ogen en gingen de drie ten slotte uit de weg.

Een oudere cliënt die regelmatig langskwam, reed in een mooie klassieker. Een Jaguar, geloof ik. Dan stonden de heren voor het raam te kwijlen en waren ze de rest van de dag van de leg.

De drie drukten een flink stempel op het kleine filiaal. De sfeer was niet echt om over naar huis te schrijven en ik zon op manieren om hun invloed te doen afnemen.

Ik wist dat ze achter mijn rug lacherig over me deden; dat hoorde ik van een medewerkster die een vriendin van mijn vrouw en mij was geworden. Ik kwam het liefst op de racefiets naar mijn werk; alleen bij rotweer pakte ik onze gedeukte Fiat. Dat vonden de autofanaten natuurlijk maar niets.

Ik stuurde een van de mannen vaker op pad en een ander gaf ik zijn eigen ruimte in het kantoor. Dat kwam de sfeer zeker ten goede, maar het trio zocht elkaar nog steeds op en dat kon ik uiteraard niet verbieden.

Lawaaipapegaai

Na een vervelend jaar solliciteerde Ralf bij een concurrerende bank en vertrok. Hij was altijd de grootste lawaaipapegaai geweest en ik verwachtte dat de twee anderen niet meer zo nadrukkelijk aanwezig zouden zijn. Maar Erik en Arjan werden baldadiger en hadden bovendien maling aan mij.

Uiteindelijk kwam me ter ore dat Erik aasde op de Jaguar die onze oudere cliënt te koop had gezet. De bevriende medewerkster vertelde dat hij zware druk op deze man uitoefende om de auto voor een vriendenprijs van de hand te doen. Een klánt! Schandalig.

Ik riep Erik op het matje. Hij ontkende, maar ik wist te veel details. Ik rapporteerde hem aan mijn superieuren die hem terugriepen naar het hoofdkantoor. Door de achterdeur afgevoerd, denk ik.

Arjan bleef achter. Hij had me te veel onrust veroorzaakt om hem te laten zitten. Ik hield zijn werk haarscherp in de gaten en legde op elke slak zout. Daar werd hij zo onzeker van dat hij zelf om overplaatsing vroeg en kreeg.

Ik ben niet trots op mezelf. Dit was nodig voor mijn medewerkers en voor mijn eigen gemoedsrust. In de jaren erna lette ik bij sollicitaties goed op uit de hand gelopen hobby’s. Autofanaten vielen sowieso af, maar iemand die in mijn ogen te veel met games of desnoods met Star Trek bezig was, kwam er evenmin doorheen.

Met Arjans carrière is het nooit meer iets geworden. „Vond hij niet eens zo erg”, zei een oud-collega. „Maar dat hij nooit zijn droom-Porsche heeft kunnen kopen...” Dat vond ik dan toch sneu.

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 550 woorden, naar vrij@telegraaf.nl