Lifestyle/Geschiedenis
1684879177
Geschiedenis

’Vader’ van de Leidse Sterrewacht

Biografie over de ’vergeten’ astronoom Frederik Kaiser

Portret van Frederik Kaiser, die uitstekende netwerkkwaliteiten had, maar ook kampte met een broze gezondheid.

Portret van Frederik Kaiser, die uitstekende netwerkkwaliteiten had, maar ook kampte met een broze gezondheid.

Elke Leidenaar kent de Kaiserstraat en de nabijgelegen Oude Sterrewacht in de Hortus Botanicus. Maar slechts weinigen weten wie de naamgever van de straat en de stichter van het observatorium was. En dat terwijl Frederik Kaiser (1808-1872) bij leven een bekende Nederlander was en hij gerust ’de vader van de Leidse Sterrewacht’ genoemd kan worden. „Hij legde het fundament voor het succes van de Nederlandse astronomie.”

Portret van Frederik Kaiser, die uitstekende netwerkkwaliteiten had, maar ook kampte met een broze gezondheid.

Portret van Frederik Kaiser, die uitstekende netwerkkwaliteiten had, maar ook kampte met een broze gezondheid.

Er zijn dan ook kraters op de maan en op Mars naar hem vernoemd en zelfs planetoïde 1694 draagt zijn naam. Toch was Frederik Kaiser ook voor natuurkundige en wetenschapshistoricus Rob van den Berg tot voor kort een onbekende grootheid. Pas twee jaar geleden dook hij in het leven van de in de vergetelheid geraakte astronoom. Deze week verschijnt bij uitgeverij Prometheus zijn biografie over Kaiser, getiteld Een passie voor precisie.

Zeurpiet

„Het bleek een hele boeiende man, die de sterrenkunde toegankelijk wist te maken voor een groot en breed publiek. Al was hij ook een ontzettende zeurpiet en klager. Hij voelde zich vaak miskend en had het met menig collega aan de stok, want hij was lichtgeraakt en had weinig geduld met mensen die niet zo toegewijd aan het vak waren als hijzelf”, vertelt Van den Berg.

Dat korte lontje van Kaiser was mogelijk te wijten aan zijn broze gezondheid, waarmee hij van kindsbeen af aan kampte en aan slaapgebrek. Want de gedreven astronoom stond al om 8 uur ’s ochtends in de collegezaal, terwijl de praktische waarnemingen met de telescoop natuurlijk pas konden plaatsvinden als het donker was. „Hij lag dan ook zelden voor twee of drie uur op bed.”

Kaiser was grotendeels autodidact. „Het was zijn oom, die zelf een amateur-wiskundige en sterrenkundige was, die hem onderwees en stimuleerde deze richting op te gaan. Meer dan een kandidaatsexamen aan de Universiteit van Leiden heeft hij echter nooit behaald. Niettemin groeide Kaiser uit tot een bevlogen docent. Latere Nobelprijswinnaars zoals Hendrik Lorentz en Johannes van der Waals droegen hem op handen. Kaiser stond aan de basis van hun succes, hij wist bij hen het heilige vuur te ontsteken.”

Mede dankzij hem bloeit de Nederlandse sterrenkunde, die wereldwijd hoog aangeschreven staat, al meer dan een eeuw. „Kaiser was ruim veertig jaar aan de Leidse Sterrewacht verbonden. De eerste jaren was deze nog gevestigd bovenop het dak van het Academiegebouw. Dat was een hopeloze toestand. Want om waarnemingen te doen heb je een stabiele omgeving nodig. Maar als de klok in de toren van het universiteitsgebouw de uren sloeg, stond alle apparatuur te trillen.”

De kenmerkende koepels van de Sterrewacht in de Hortus.

De kenmerkende koepels van de Sterrewacht in de Hortus.

Crowdfundingsactie

Dankzij zijn uitstekende netwerkkwaliteiten, die tot in de Haagse politiek reikten, en met hulp van de Nederlandse bevolking die in een soort van crowdfundingsactie avant la lettre 25.000 gulden bijdroeg, wist hij voldoende kapitaal bij elkaar te schrapen om die krakkemikkige behuizing in 1861 in te ruilen voor een gloednieuw gebouw in de Hortus. „Eindelijk konden er in Nederland weer serieuze astronomische waarnemingen worden gedaan.”

„In de 17e eeuw stond Holland al aan de top op astronomisch vlak, onder meer dankzij de Middelburgse lenzenslijper Hans Lipperhey die de telescoop uitvond die Christiaan Huygens in staat stelde de ringen van Saturnus te ontdekken. Maar na Huygens’ dood ebde dat elan weg. Het is altijd Kaisers missie geweest om de sterrenkunde in ons land uit, wat hij noemde, ’zijn doodsslaap’ te halen. Daarin is hij uitstekend geslaagd. Leiden en Nederland kunnen hem daar beslist dankbaar voor zijn.”