Lifestyle/Reizen
1758096
Reizen

Wat beweegt de Fransen?

In Skylines berichten onze correspondenten in Parijs, Moskou, New York en Londen over wat hen opvalt. Dit keer: Eveline Bijlsma vanuit Parijs.

Onze voorstedelijke gemeente heeft een prachtig zwembad. Het is vijftig meter lang en aan de kant van het diepste gedeelte staat een indrukwekkende stellage met duikplanken. Daarboven is een ruime koepel, wat doet vermoeden dat er schoonspringwedstrijden zijn gehouden – ik heb ze nooit gezien. Nadeel is dat de openingstijden niet zo ruim zijn. In de volksmond heet ’la piscine’ dan ook ’het ambtenarenzwembad’: voor mensen met een échte job zit baantjes trekken voor of na het werk er niet in.

Dat je beneden wordt opgewacht door dames en heren die je een bakje voor je kleren geven en dat er geen supersonische armbandjes zijn om je kluisje mee te openen, is natuurlijk wat ouderwets.

Daarbij dateert het bad uit de jaren zeventig, dus werd het tijd om het te verbouwen. Maar liefst anderhalf jaar zijn het bad en bijbehorende sportschooltje dicht.

Naast het karkas van wat eens het fraaie zwembad was, is nu een soort megatent opgezet. Daarin is een smal 25-meterbadje aangelegd. Ook is er een zaal voor de sportschool waar alle verouderde apparaten, de moeizaam draaiende loopbanden en roestende gewichten naartoe zijn verhuisd. Als het regent, loopt het water over de houten vloerplaten, het kassapersoneel verkoopt kaartjes in z’n winterjas omdat het zo tocht en bij het minste of geringste wordt de boel gesloten.

Toen ze het zwemwater wilden verversen, liep de machinekamer onder en toen het sneeuwde, kon de tent om onduidelijke redenen evenmin open. De douches voor zwemmers zijn ijskoud of enorm heet en gisteren nog gleed een bejaarde dame uit over de onhandig aangelegde metalen drempels die spekglad worden als er water op komt.

Toen ik terugkwam van baantjes trekken, bekeek ik het medaille-overzicht van de Olympische Spelen in Pyeongchang nog eens. Frankrijk eindigde als negende met vijftien plakken. Op de Zomerspelen van 2016 in Rio de Janeiro ging het iets beter en belandde Frankrijk op de zevende plek – met overigens drie medailles voor de zwemmers. De krakkemikkige gemeentelijke sportvoorzieningen indachtig vroeg ik me ineens af of Frankrijk wel zo’n sportland is. In Saint-Germain-en-Laye doet men alvast alles om sporters te ontmoedigen.

Uit cijfers van de vereniging Attitude Prévention blijkt dat 48 procent van de Fransen minstens eens per week beweegt. In Nederland is dat 54 procent, stelt het ministerie van Volksgezondheid en Sport. Volgens de OESO hebben de Fransen de meeste vrije tijd ter wereld, maar brengen ze die liever achter het scherm van hun tv, computer of iPad door.

De grote vraag is waarom Fransen minder van bewegen houden. De geringe aandacht voor gym op school zou ermee te maken kunnen hebben. Het feit dat het vaak ouders zijn die het virus op hun kinderen overbrengen. Hoe minder zij zelf sporten, des te minder zij hun kinderen aansporen. Er wordt natuurlijk ook met een beschuldigende vinger naar de overheid gewezen. Die zou mensen moeten stimuleren eens een gewicht of een tennisracket ter hand te nemen.

Dat, en voorzien in goede faciliteiten, kan natuurlijk geen kwaad voor het land dat in 2024 de Olympische Spelen gaat organiseren. Maar uiteindelijk is het toch echt de Fransman zélf die het sportpak moet aantrekken en het bos in moet gaan om te rennen.