Lifestyle/Reizen
1763243314
Reizen

Een kijkje in de steenkolenmijn in het Belgische Blegny

Na de rondleiding verlaat de bezoeker, jong en oud, de steenkoolmijn met groot ontzang voor de kompels.

Na de rondleiding verlaat de bezoeker, jong en oud, de steenkoolmijn met groot ontzang voor de kompels.

Op slechts een half uurtje rijden van Maastricht wacht een stoomcursus steenkolenmijn: in het Waalse Blegny kunnen bezoekers, bij benadering, het leven van de naar het zwarte goud gravende kompels ervaren.

Na de rondleiding verlaat de bezoeker, jong en oud, de steenkoolmijn met groot ontzang voor de kompels.

Na de rondleiding verlaat de bezoeker, jong en oud, de steenkoolmijn met groot ontzang voor de kompels.

Binnen vijf minuten is al duidelijk: er is een bevlogen onderwijzer aan onze gids Willy Reisiger (68) verloren gegaan. Vlak voordat we de lift instappen, legt deze voormalig mijnwerker het gezelschap, gehuld in blauwe stofjassen en met gele Playmobil-achtige helmen op, in het voorzichtige voorjaarszonnetje de hamvraag voor.

„Hoe verder naar beneden, des te kouder? Of des te warmer?” We roepen in koor: „Kouder!” Fout. „Warmer, natuurlijk”, lacht hij om zoveel eensgezinde onnozelheid. „Heb je weleens ijsblokjes uit een vulkaan zie komen?”

Liftkooi

Natuurlijk. Op 1000 meter diepte is het zelfs 30 graden, leren we. Maar bezoekers van deze toeristische trekpleister tussen Maastricht en Luik gaan niet diep genoeg om ook maar één zweetdruppel te oogsten. De liftkooi die lichtjes schokt maar zodanig dat het net leuk blijft, brengt ons in eerste instantie zo’n dertig meter onder de grond.

Het echte werk in deze steenkolenmijn, tussen 1816 en 1980 in bedrijf, vond op beduidend grotere diepte plaats, maar die gedeeltes van de mijn staan nu vol met water. Vandaar dat een extra vestje mee voor onder de geleende stofjas geen slecht idee is.

Al enkele jaren nadat de laatste, met het zwarte goud gevulde wagon de Blegny-mijn uitrolde, werd het terrein al tot deze attractie omgetoverd. Wie geluk heeft, wordt rondgeleid door een voormalige kompel, zoals Reisiger die 27 jaar als mijnmeter in het Limburgse Eijsden werkte. Nu er daar steeds meer van wegvallen, bestaat een toenemend deel van de gidsen uit docenten of andere kenners die echter de praktijkervaring missen.

Ondanks de ontberingen denkt Willy Reisiger met weemoed terug aan zijn ondergrondse leven.

Ondanks de ontberingen denkt Willy Reisiger met weemoed terug aan zijn ondergrondse leven.

„Wij behoren inmiddels ook tot het Werelderfgoed”, grapt onze voorganger, verwijzend naar het besluit van Unesco om deze laatste Luikse steenkolenmijn die de unieke gelegenheid biedt om ondergronds te gaan, op de werelderfgoedlijst te plaatsen.

Geen verzengende hitte, geen instortingsgevaar en ijzeren trappetjes. Toch wordt alles uit de kast gehaald om bezoekers bij benadering te laten ervaren hoe het was om te werken in de industrie die dit deel van de Lage Landen ooit zoveel voorspoed bracht.

Aan weerszijden van de duistere mijngangen is te zien hoe nauw de kieren in de nissen waren waarin de mijnwerkers moesten opereren. Een deugdelijk toiletbezoek kon je wel vergeten als je je op je buik een weg door het gangenstelsel hakte.

Reisiger laat, na een attente waarschuwing, kort de herrie horen die de boor veroorzaakte waarmee gaten voor het dynamiet werden gemaakt, om vervolgens weer een stuk verder de mijn te kunnen leegschrapen. Foto’s tonen hoe zelfs paarden ondergronds werden ingezet om de steenkool af te voeren. „Sommige dieren bleven wel twintig jaar ondergronds.”

De heilige Sint Barbara, beschermvrouwe van de mijnwerkers, heeft bovengronds een plekje gekregen.

De heilige Sint Barbara, beschermvrouwe van de mijnwerkers, heeft bovengronds een plekje gekregen.

Reisiger vertelt met een wrang lachje dat vooral kinderen (welkom vanaf een jaar of elf) juist over dit onderdeel van de geschiedenis geschokt zijn. Terwijl het niet alleen voor de edele dieren maar zeker ook voor de mijnwerkers soms ronduit een beestachtig bestaan was. Groot leed: de levensgevaarlijke omstandigheden, de grote mijnramp in augustus 1956 in Le Bois du Cazier in Marcinelle waarbij 262 mannen omkwamen, hakten er flink in.

Van klein ongemak getuigt een nagebootst lunchpakket: de stapel boterhammen, gewikkeld in een krant, hangt met een touw aan een haakje. „Als je dat niet deed, hadden muizen of ratten je brood al te pakken.”

Dan waren er de ernstige gezondheidsproblemen op de lange termijn. Op een bord zijn de typische mijnwerkersziekten gerangschikt zoals tuberculose, silicose, artrose en stoflongen. Aan die laatste aandoening stierf Reisigers vader, ook een mijnwerkerszoon, op relatief jonge leeftijd.

Toch sluit onze gids graag positief af voordat we de bovengrondse installaties bekijken waar de kolen werden gewassen, gesorteerd en in de goederenwagons werden gestort. Omdat het werk ondanks lokkertjes zoals een vroeg en goed pensioen en gratis reizen met het openbaar vervoer niet populair genoeg was, werden buitenlanders aangetrokken.

Kameraadschap

„Ik heb gewerkt met Turken, Marokkanen, Russen, Grieken, noem maar op. En heel veel Italianen die net als mijn schoonvader speciaal voor de mijnen naar België waren gekomen. Onder ons bestond geen discriminatie. Niks! Hier beneden was iedereen zwart.”

Hij staart wat in de verte en verzucht: „Zo’n band als met die jongens heb ik nergens anders gevonden. Dat was nog eens kameraadschap, hoe we met de knieën tegen elkaar aan in zo’n treintje soms wel vijftien kilometer diep de mijnen in werden gereden.”

De sluiting van de mijnen, nadat petroleum en andere energiebronnen het delven overbodig maakten, was voor velen in de streek pijnlijk. De beroepsgroep is nog steeds hecht. Willy haalt graag herinneringen met zijn schoonvader op. „Soms zegt mijn zwager Vito dan tegen ons: ’Hebben jullie het nu alweer over de put?’ Dan antwoord ik: Zonder die put was jij nog steeds vloeibaar, jongen.”

Uitstapjes in Wallonië

Kasteel van Moldave.

Kasteel van Moldave.

Een bezoek aan de mijnen van Blegny kan worden uitgebreid met tal van andere leuke uitstapjes:

Wie het ondergrondse bevalt, moet zeker een kijkje nemen in de grotten van Hotton. Een afdaling van zo’n 500 treden brengt je in een indrukwekkend decor van stalactieten en stalagnieten.

Plof neer in het proeflokaal of op het terras van Brasserie van Bellevaux in Malmedy. De van oorsprong Nederlandse familie Schuwer runt aan de overkant van de straat een bescheiden bierbrouwerij. Tom Schuwer serveert zes eigen bieren zoals eentje met vlierbloesem, sinaasappelschillen en koriander of bruin bier met ’n vleugje chocolade.

Het kasteel van Modave, gelegen op een rotspunt zo’n 60 meter boven de vallei van de Hoyoux, biedt een grandioos uitzicht op een natuurreservaat van 450 hectare. In het kasteel kan de bezoeker door ruim twintig zalen struinen, langs royaal gedekte tafels, slaapkamers met hemelbedden.

Deze en meer trips en tips van locals zijn te vinden in de recente gids ’Ardennen’ van Time to Momo.