Nieuws/Lifestyle
2087533344
Lifestyle

Reportage

De Gay Gardeners Club heeft de tuin als gezamenlijke liefde

Gay Gardeners op stap; gezellig én een mooie mogelijkheid om de contacten uit te breiden.

Gay Gardeners op stap; gezellig én een mooie mogelijkheid om de contacten uit te breiden.

Ze hebben, echt waar, niets tegen dames. En al helemaal niet tegen tuindames. Maar de leden van de Gay Garden Club vinden het gewoon gezellig om samen met andere homomannen mooie tuinen te bezoeken. Kunnen ze zich heerlijk te buiten gaan aan echte nichtenhumor én hoeven ze niets uit te leggen. Want dat laatste blijkt, ook in het weekeinde dat Gay Pride losbarst, nog steeds nodig.

Gay Gardeners op stap; gezellig én een mooie mogelijkheid om de contacten uit te breiden.

Gay Gardeners op stap; gezellig én een mooie mogelijkheid om de contacten uit te breiden.

Uw verslaggeefster, de enige aanwezige vrouw tijdens deze tuindag van de Gay Garden Club, krijgt natuurlijk het vuur na aan de schenen gelegd. „Zo, dus jij denkt zeker dat we vooral van roze bloemen houden?” Gelukkig hoef ik helemaal geen antwoord te geven, want dat volgt al snel van een andere deelnemer. „Ik niet, hoor. Ik hou vooral van jonge blommen!”

Niet té jong, wordt er veiligheidshalve meteen aan toegevoegd. Een gemoedelijk lachsalvo klinkt. Kijk, zo zit de sfeer er meteen goed in. Een man of veertig (van de in totaal 160 leden) is aanwezig op deze tuindag van de Gay Garden Club. Er worden vandaag drie tuinen bezocht, te beginnen met Huize Verwolde in Laren. Daar zitten we nu aan de koffie met gebak.

Stereotypen

Lekker op een mooi terras aan het water. Verderop strekt zich de strak geschoren buxustuin uit, die tegenwoordig niet meer van buxus is maar van het veel sterkere ilex. „Natuurlijk moest de grond na het verwijderen van de buxus eerst twee jaar braak liggen”, legt een gids van het landgoed uit. „Anders was de ilex nooit goed aangeslagen.” Het rondje toehoorders knikt alwetend. Ja, natuurlijk!

Nu wemelt het in Nederland van de tuinclubs die gezamenlijk stekjes en tips uitwisselen en mooie (landgoed)tuinen bezoeken. Maar, zo blijkt uit de ervaringen, dat zijn meestal vrouwen. De Gay Gardeners hebben écht helemaal niets tegen vrouwen, maar als man blijf je tijdens zo’n bijeenkomst een bezienswaardigheid, weet voorzitter Ben Bakker. „Vrouwen doen in de tuin meestal de kleuren en de planten en mannen het materieel zoals de grasmaaier. Ja, alle stereotypen komen weer voorbij...”

De Gay Garden Club bestaat alweer 25 jaar. Dat wordt op zondag 4 september koninklijk gevierd op Paleis Het Loo in Apeldoorn, waar natuurlijk ook de tuinen worden bezocht. Was er net na de oprichting volgens Bakker nog sprake van enig activisme en homo-emancipatie – „Leden die per se in een leren broek wilden rondlopen” – , tegenwoordig is het gewoon puur voor de gezelligheid. „Je hebt samen nu eenmaal een bepaald referentiekader. Mannen onder elkaar met een eigen humor. Even een opmerking maken over de leuke ober. Zit je met heterovrouwen, dan krijg je soms toch een scheve blik.”

Eigen verhaal

Die eigen humor wordt opvallend vaak genoemd als reden om elkaars gezelschap op te zoeken. Maar ook: geen uitzondering zijn en niets hoeven uitleggen. „Hoe vrolijk we hier ook bij elkaar zitten, we hebben allemaal een eigen verhaal. Over al dan niet moeilijk uit de kast komen, problemen op het werk, pesten, mannen die getrouwd zijn geweest en hoe daar later mee om te gaan, mannen die vroeger op internaten hebben gezeten... Niet dat het zo’n dag zware kost is, hoor, maar het is soms prettig ervaringen te kunnen delen met iemand die weet waarover je praat”, zegt voorzitter Bakker.

Hoewel De Gay Gardeners geen datingclub zijn, is het tegelijkertijd een mooie gelegenheid om andere mannen te ontmoeten. „Cupido vliegt overal!” weet Sieb. Hij is 72, met pensioen en is naar eigen zeggen geen kroegtijger. „Maar ik hou erg van de natuur. Ga je met de Gay Gardeners op stap, dan weet je dat je in ieder geval mannen treft die ook graag buiten zijn en van werken in de tuin houden. Dat is dan alvast mooi meegenomen.”

Verder gaat de rondleiding. Weten we al dat hier de dikste eik van Nederland staat? Hij heeft zelfs zijn eigen Dikke Boom-pad. Een prachtige zomereik met een stamomvang van 770 centimeter. De grapjes over deze zware jongen zijn natuurlijk niet van de lucht, hoewel de arme boom helaas kwijnend blijkt te zijn; hij is hol en meerdere keren leeg gevreten door zogenoemde eikenbladrollers.

Bloemist Huub is vandaag voor het eerst mee, op uitnodiging. Hij behoort als veertiger tot de ’jonge blommen’ van het gezelschap waarvan de gemiddelde leeftijd rond de zestig ligt. „Lekker ontspannen op stap met gelijkgestemden en tegelijkertijd een mooie mogelijkheid om de contacten uit te breiden”, legt Huub uit. „Ik hoef me hier niet anders voor te doen dan ik ben. Dat gevoel heb ik anders wel. Hetero is nu eenmaal toch nog steeds de norm in deze maatschappij.”

Eng

Deelnemer George is al vanaf het begin lid van de Gay Gardeners. „Vijfentwintig jaar geleden had je nog geen internet en was het heel gebruikelijk om lid van een vereniging te worden en zo andere gelijkgestemden te ontmoeten. Ik weet nog dat ik het tijdens de eerste tuindag best eng vond. Je kent niemand en zij kennen elkaar misschien allemaal... Maar ik werd heel prettig opgevangen. Je hebt allemaal dezelfde achtergrond, je hebt allemaal uit de kast moeten komen. Dat schept een band.”

Nu zou dat anno 2022 toch op z’n minst een kleiner probleem moeten zijn dan 25 jaar geleden. Maar dat is volgens Sjors wensdenken. „Uit de kast komen blijft nog steeds een heel proces waar je doorheen moet. Vergeet niet dat ik op het moment suprême er al maanden, zo niet jaren mee had geworsteld, over nagedacht, bezig was geweest met accepteren. Het is natuurlijk veel gemakkelijker om hetero te zijn... Als je het vertelt, moet je omgeving vaak door datzelfde proces heen. Dat is nu eenmaal niet in één dag gebeurd.”

Serieuze gesprekken, zo bij een serie mooie rode struiken die uw verslaggeefster gelukkig als Japanse esdoorn herkent. „Hé, je weet er ook iets vanaf”, glundert Sjors. „Je moet de mensen de kost geven die nog geen madeliefje van een viooltje kunnen onderscheiden.” We verzamelen ons inmiddels op het bordes van Huize Verwolde.

Zevenblad

Micha Stolzenburg is bestuurslid van de Gay Garden Club. Zijn tuin moet er vast tot in de puntjes bij liggen? „Nee hoor, ik heb een wilde tuin! Met bamboes en grassen en ook veel onkruid, vrees ik. Ik woon op de droge riviergronden bij Deventer, daar wil niet zoveel groeien. Ja, zevenblad, de vloek van iedere tuinier, maar dat vind ik dus niet. Ik heb het op bepaalde plekken gewoon staan en houd het dan een beetje binnen de perken, zal ik maar zeggen. Het is toch ook een plant?”

Rondleiding voor de gay gardeners door de tuinen van landgoed Verwolde, met uitleg door gids.

Rondleiding voor de gay gardeners door de tuinen van landgoed Verwolde, met uitleg door gids.

Micha kwam in 2017 bij de GGC terecht, toen er een plekje over was in de bus voor de jaarlijkse reis, die keer naar Schotland. „Haha, ze gebruikten me, denk ik, gewoon om een leeggevallen plek op te vullen! Maar ik vond het heel erg leuk. Dit jaar gaan we naar de Cotswolds in Engeland, een echt tuinparadijs natuurlijk. Via een reisorganisatie, maar met een gezellige reisleider en een dito buschauffeur. Ze moeten wel onze sfeer een beetje aanvoelen.”

Verder zijn er buiten de tuindagen nog veel meer activiteiten. „Kerststukjes maken”, grijnst deelnemer Jos. Hij was ooit lid van een ’gewone’ tuinclub, maar daar werd vooral over de kleinkinderen gepraat – met foto’s en filmpjes – en dan sta je er als homoman toch al snel een beetje buiten.

Jos heeft een volkstuin in Almere. „Maar niet zo’n nuttig exemplaar met groente, ik heb allemaal bloemen. De buurmannen zijn niet altijd even blij met mijn uitwaaierende zaad!” Dan is het alweer tijd om in de auto te stappen, richting ’In de tuin van Dorth’ van Lily de Boer. Achterblijvers worden streng gemaand voort te maken. Het is ook overal hetzelfde.