Nieuws/Lifestyle
2124872391
Lifestyle

Camargue

Aigues-Mortes: een smaakmaker in Frankrijk

Op 8000 hectare aan zoutvlaktes, een oppervlakte zo groot als de stad Parijs, wordt in het seizoen zo’n 200 miljoen kilo zout gewonnen.

Op 8000 hectare aan zoutvlaktes, een oppervlakte zo groot als de stad Parijs, wordt in het seizoen zo’n 200 miljoen kilo zout gewonnen.

Aigues-Mortes betekent letterlijk dode wateren, maar in deze stad is het verre van dood. Sterker nog, de Franse streek Camargue bruist juist: van kleuren, van flora en fauna, van historie en van zout.

Op 8000 hectare aan zoutvlaktes, een oppervlakte zo groot als de stad Parijs, wordt in het seizoen zo’n 200 miljoen kilo zout gewonnen.

Op 8000 hectare aan zoutvlaktes, een oppervlakte zo groot als de stad Parijs, wordt in het seizoen zo’n 200 miljoen kilo zout gewonnen.

Als er iets is wat een tropisch gevoel aanwakkert, zijn het wel flamingo’s. We bevinden ons echter op slechts anderhalf uur vliegen van Amsterdam. In natuurpark Parc Ornithologique de Pont-de-Gau en de rest van de Camargue, vlak bij het Franse vestingstadje Aigues-Mortes: ze vliegen overal, staan statig op één poot in het heldere water of scharrelen in slow motion erdoorheen.

In de omgeving kun je honderden flamingo’s spotten.

In de omgeving kun je honderden flamingo’s spotten.

Het blijft een magisch gezicht om deze parmantige en oh zo schuwe dieren te aanschouwen. Helemaal in een omgeving die, op een steenworp afstand van al het gevogelte, minstens zo tropisch aandoet. Ook dankzij het weer, de zon schijnt uitbundig, maar vooral door de felroze, pastelgele en helderblauwe kleuren van de nabijgelegen zoutvelden Le Salin D’Aigues-Mortes.

Sereen

Daar heerst een serene rust, terwijl er ongemerkt toch hard wordt gewerkt. De natuur zorgt voor de aanwas van wat we dagelijks over ons eten strooien: zout. Op 8000 hectare aan zoutvlaktes, een oppervlakte zo groot als de stad Parijs, wordt in het seizoen zo’n 200 miljoen kilo zout gewonnen.

Vanuit de zee legt de 50 miljoen benodigde liter water zo’n 40 kilometer door verschillende velden af voordat het in een van de miljoenen potjes en zakjes wordt gestopt om in de keuken te worden gebruikt. Het krakende wit aan de bovenkant van het water, tegen de pastelgele kanten aan, is de eerste lichting die half juli – met de hand, zoals al het zout – wordt geschept. De crème de la crème: Fleur de Sel.

Hoe het water zo roze komt? Dat weet zoutexpert Luc Vernhes uiteraard te vertellen, na 40 jaar noeste arbeid bij het familiebedrijf. Het water barst namelijk van de Dunaliella salina-alg, vol bètacaroteen, wat de kleur verklaart. De aanwezige pekelkreeftjes smullen van de algen, de flamingo’s smikkelen weer van de pekelkreeftjes en kleuren zo roze, vooral aan de bovenkant van hun vleugels.

Zo lijkt het alsof we door een Barbie-achtig landschap lopen, met metershoge witte bergen die we beklimmen als besneeuwde bergen in de Alpen. Ware het niet dat ze volledig van zout zijn; de ene om bij sneeuw uit te strooien, de ander voor consumptie. Dat proces is al eeuwenlang gaande: de zoutvelden lagen hier al lang voordat Aigues-Mortes officieel werd gesticht.

Middeleeuws vermaak

The Constance Tower, Aigues Mortes, Camargue gardoise, Gard, France

The Constance Tower, Aigues Mortes, Camargue gardoise, Gard, France

In dit Franse vestingstadje is het uiteraard ook zout wat de klok slaat. In de middeleeuwse smalle straatjes is het in winkeltjes overal in de meest uiteenlopende smaken te vinden: tot een editie met kurkuma aan toe.

De vergeelde kinderkopjes leiden echter verder dan alleen zout, want hier is op alle mogelijke manieren de maag te vullen. Traiteurs die hoogstaande lekkernijen in vitrines uitstallen, patisserieën met hun etalages vol nog vers dampende eclairs en de lokale oranjebloesemcake fougasse. Plus natuurlijk bakkers waar het hongerig makende Franse stokbrood zo vanuit de oven in manden wordt neergelegd.

Bijna laten we ons door onze maag leiden terwijl er voldoende is te zien. Bezoekers van Aigues-Mortes worden verwelkomd door dikke middeleeuwse, elf meter hoge stadswallen met maar liefst tien ingangen en zes torens met elk eigen namen. Ze bieden net zo’n statige aanblik als de flamingo’s in de omgeving.

Uitnodigend, terwijl het leven na het ontstaan van de stad in de 12e eeuw niet bepaald fijn was. De wind en vooral de bouw op moerasgrond maakten de omgeving niet tot de meest gezonde, met veel zieken en doden tot gevolg. Zoveel dat werd besloten tot belastingverlaging voor de inwoners om hen binnen de muren te houden.

Anno 2022 is geen belastingverlaging nodig; zo’n 160.000 toeristen weten Aigues-Mortes jaarlijks te vinden. Tijdens een stadswandeling horen we alles over het ontstaan van de stad van de dode meren.

Hoe in de vijfde eeuw de Benedictijnse monniken een abdij oprichtten, hoe rond 1244 koning Louis IX zijn troepen kruisvaarders installeerde en zodoende ook andere hoge heren en baronnen uit Frankrijk hiernaartoe trokken, hoe de vestingstad door de eeuwen heen vanwege de strategische ligging zowel interessant als gevaarlijk was en onder meer had te lijden onder de Honderdjarige Oorlog, de burgeroorlog tussen Armagnac en Bourgogne (waarbij het aanwezige zout van pas kwam: de grond was te bevroren om de lijken te begraven zodat ze met zout werden bedekt om ziekten te voorkomen), godsdienstoorlogen en de revolutie.

Gevangenistoren

Een sleutelrol speelde de gevangenistoren, nu te beklimmen voor een prachtig uitzicht over de omgeving, aan het water. Hier werden de voornamelijk godsdienstgevangenen achtergelaten om te sterven; de bovenste zaal voor de mannen van hogere standen, het lagergelegen gedeelte voor vrouwen. Opeens is het woord ’dood’ in de plaatsnaam angstig levend.

Binnen de stadsmuren vinden we ook kerken, de een van binnen rijk en gotisch versierd, de ander minimalistischer. In de schilderachtige straatjes kruipt de jasmijn uitbundig tegen de gevels, het paars van de blauwe regen zorgt ervoor dat er geen lik verf tegen de oude muren hoeft en er is de nodige schaduw dankzij de uitgedraaide markiezen.

Op het grootste plein kijkt, in de vorm van een standbeeld, Louis de Heilige met een ogenschijnlijk kritische blik naar de vele restaurants. Aigues-Mortes telt er in totaal 80, waar beslist oesters en ander zeevoer moeten worden gegeten. Kleinere pleintjes worden omringd door licht wuivende palmbomen. We blijven in tropische sferen.

Ici, nous avons les temps is het motto van Aigues-Mortes: we hebben de tijd. Die nemen we dan ook.