Lifestyle/Natuur
243340977
Natuur

Meerval krijgt Freek Vonk te pakken: ’Mijn hand krijgt een vreemde kleur’

Bioloog prof. dr. Freek Vonk schrijft elke twee weken een column in VRIJ. Vandaag vertelt hij hoe hij in Suriname in het ziekenhuis belandt na een ontmoeting met een meerval.

Suriname is een van mijn favoriete bestemmingen, zowel om vakantie te vieren als om te filmen en onderzoek te doen. Ik besluit een dagje te gaan vissen. De rivieren zitten vol met meervallen! Deze vissen zijn berucht om de afmetingen die ze kunnen bereiken en er doen de wildste verhalen de ronde over monstermeervallen die mensen aanvallen en kinderen en honden opeten.

Het blijft meestal bij sterke verhalen, maar de soorten binnen de groep reuzenmeervallen (Pangasiidae) kunnen inderdaad enorm worden. De grootste meerval ooit gevangen en gemeten zou bijna 3 meter lang zijn – langer dan een grizzlybeer – en ruim 300 kilo zwaar. Sommige soorten kunnen tientallen jaren oud worden, naar schatting zelfs rond de tachtig jaar. Aangezien zo’n vis zijn leven lang vreet en groeit, zijn die afmetingen ook niet zo vreemd, zeker in voedselrijke gebieden.

Dan heb ik ineens beet! Er zit een flinke roodstaartmeerval in mijn net. Roodstaartmeervallen jagen op vissen, kreeften en krabben, maar ze snaaien ook vruchten die vanaf overhangende boomtakken in de rivier vallen.

Ze kunnen met hun baarddraden de zuurgraad van het water meten. Als een prooi uitademt, komt er meer koolstofdioxide in het direct omringende water en dat verlaagt de zuurgraad. Dat is voor een roodstaartmeerval genoeg informatie.

Niet lang nadat ik de vis heb teruggezet, zit mijn net alweer vol. Deze keer heb ik een tijgermeerval te pakken. Of beter gezegd: hij mij. Want nadat ik hem even heb bewonderd en wil vrijlaten, slaat hij een van de grote stekels van zijn borstvinnen in mijn hand. Uit zelfverdediging, begrijpelijk. En heel effectief, want het begint al snel pijn te doen.

De vis is al weggezwommen, maar er zit nog een flink stuk van zijn afgebroken stekel in mijn hand. De vis heeft daar geen last van, want de stekels groeien weer aan en ze zijn met meerdere gewapend. Hoe ik ook trek, ik krijg het ding met geen mogelijkheid uit mijn vlees. Door de scherpe weerhaken zit-ie muurvast. Niet handig, midden in de jungle. Om de zaak te bemoeilijken, wordt het al bijna donker en kan ik nog niet per vliegtuigje of helikopter worden opgehaald en naar Paramaribo worden gebracht.

Wonder boven wonder slaap ik redelijk, met een opgezwollen en kloppende hand met een dikke vijf centimeter lange, gekartelde meervalstekel erin. Die ochtend is het nog lang mistig in de jungle, er kan nog steeds geen helikopter landen. Het is al middag wanneer de nevel optrekt en ik eindelijk het geluid van een vliegtuig hoor. Maar goed ook, want mijn hand begint een vreemde kleur te krijgen.

In het ziekenhuis wordt de stekel vakkundig verwijderd en neemt de zwelling af. De stekel mag ik meenemen. Die ligt nu bij mij thuis.