Nieuws/Lifestyle
2789606
Lifestyle

Spijt

’Overheid streek eer voor restauratie molen op’

In onze rubriek SPIJT vertellen lezers over hun ervaringen. Deze week: “Mijn broer en ik knapten jarenlang een verwaarloosde molen op. Maar toen ik ‘m aan de provincie verkocht en de molen jaren later weer in gebruik werd genomen, kwamen alle vorige eigenaren niet meer in het verhaal voor. De overheid ging met de eer strijken.”

„Voor de Tweede Wereldoorlog woonden we in Den Haag, dicht bij een poldermolen. Zo deden wij, maar vooral mijn broer Ben, onze liefde voor de techniek en de macht van de molen op.

In 1978 kocht ik een korenmolen op Goeree-Overflakkee die al geruime tijd te koop stond en die begon te verkommeren. Ben en ik besloten deze te restaureren door er een dag per week aan te werken. Acht jaar lang reisden wij er vanuit Den Haag naartoe.

Subsidie werd niet verstrekt omdat de molen een recreatieve bestemming had en privé-eigendom was. Bovendien bleek niemand van het gemeentebestuur geïnteresseerd. Ik vond zelfs een oude brief van de gemeente aan de vorige eigenaar waarin hij werd gesommeerd het gevaarte af te breken.

Geen enkele dorpsinwoner toonde belangstelling, op twee uitzonderingen na: de buurman en een raadslid dat dicht bij de molen woonde. Hij was echter van de ’verkeerde’ partij en kon daarom geen invloed op het gemeentebestuur uitoefenen.

Wij gingen stug door om de molen op te knappen. Intussen draaiden we ook onze ’eindjes’: omwentelingen die de wieken maken. Zo was het draaigedeelte na acht jaar gerestaureerd. Niet alleen wij brachten honderden uren met klussen door, maar ook de vorige eigenaren hadden veel werk verricht sinds het gemaal in 1960 buiten bedrijf was gesteld.

Toen mijn broer in 1986 overleed, zag ik er geen heil in om alleen verder te gaan. De restauratie van het maalgedeelte kon ik niet afmaken. Ik verkocht de molen, voor hetzelfde bedrag als waarvoor ik ’m had gekocht, aan een provinciale stichting. Deze liet het bouwwerk enige jaren braak liggen waardoor het snel verpieterde. Uiteindelijk besloot de provincie de molen in zijn originele maalvaardige toestand terug te brengen.

In 1994 werd de officiële opening verricht door de commissaris van de koningin van Zuid-Holland. Bij die gelegenheid hield de burgemeester een toespraak. Ik verwachtte dat hij de voorgaande eigenaren zou bedanken voor al hun inspanningen. Daarom was ik ook gekomen, hoewel ik niet was uitgenodigd.

Een misrekening! De burgemeester was amper aan zijn speech begonnen toen mijn oren al tuitten. Hij beweerde dat de vorige eigenaren de molen sterk hadden verwaarloosd en dat zij niets aan onderhoud hadden gedaan. De provincie had het gevaarte van de ondergang gered... Geen woord werd er gezegd over al die jaren van hard werk en kosten. Ik denk dat ik er zelf zo’n 5000 gulden in heb gestoken.

Ik wist niet wat ik hoorde en was woest. Ik sprong al op uit mijn stoel om de burgemeester te corrigeren, maar mijn vrouw overtuigde me om het feestje niet te verstoren. Ik had hem willen inpeperen dat de molen daar dankzij ons nog stond. Wat ook pijn deed, was dat op het nieuw geplaatste gevelbord de commissaris van de koningin als grote weldoener werd vermeld. De eerdere eigenaren waren uit het verhaal geschrapt. Al die jaren later zit het me nog steeds dwars dat ik de burgemeester niet meteen publiekelijk de waarheid heb gezegd.

Ik kom nog weleens bij de molen en dan voelt het alsof ik bij een oude geliefde langs ga. Mijn broer had dat nog sterker. Tijdens het stuccen van de buitenmuur wreef hij over het gladde oppervlak van het cement ’als over het dijbeen van mijn vriendin’, zei hij.”

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.