Lifestyle/Culinair
2951409
Culinair

Felix met smaak

Een traan in het deeg

’Aupa”, schalt het door de telefoon. Als ik eindelijk dat ding van het kastje naast mijn bed heb gegrepen, zie ik in de weerspiegeling grijze haren en een grijze baard boven het dekbed. Gauw nog wat omhoog trekken. Op het beeld aan de andere kant verschijnen vier grote ogen die meteen beginnen te lachen: ’Die aupa ligt in bed, dat is raar.’ Schetterende, blije stemmen die schaterend over elkaar heen struikelen.

Dat is trouwens helemaal niet raar, in Australië is dat om zes uur ’s avonds raar, maar in Nederland om negen uur in de morgen op zaterdag is dat niet raar. Ze roepen van alles wat ik niet versta, of waarvan ik zo vroeg in de ochtend net de klankkleur niet van te pakken krijg. Hun moeder, mijn dochter, weet dat. Ergens uit de keuken waar ze altijd vandaan bellen, roept ze de vertaling. Hij zegt: „Ik heb gezwommen, aupa”, of „Ik ben gevallen”, of „Ik heb een ijsje.” Daarbij springen ze alle hoeken van de keuken door, waarbij mijn dochter geen moment mist en tegelijkertijd in de pannen roert.

Als de ontploffing van vreugde en gekke kreten en tong uitsteken en heel hard brrrrrr doen en wat aupa’s maar kunnen bedenken voorbij is, dan komt mijn dochter in beeld. Die kan dus een telefoon op zichzelf richten, met me praten en tegelijk koken. Ze kookt dus met maar één hand vrij.

Tegen de kerst komen er meer telefoontjes. Kletsen we wat langer. Zij in haar zomerjurken. Vrijwel altijd moet ik vragen om haar onnavolgbare recept van de kerstfruitcake dat ik steeds kwijt ben. Dan lacht ze: ik stuur het je wel. Altijd die lach van: hoe is het in godsnaam mogelijk dat die man zichzelf nog niet ergens is vergeten. Iedereen kan zo naar me lachen maar als mijn dochter het doet, dan geloof ik het.

Aupa, the Christmastree...” de rest van de woorden versta ik natuurlijk weer niet. De camerahand zwaait naar de kerstboom. Want zelfs midden in hun zomer zetten ze een kerstboom op. De jongste doet alsof hij de boom omhelst en geeft er een kusje op. Dan kijkt hij opeens naar opzij, oh, hij wist het, hoe zoet dat er uitzag, de kleine schurk.

Opa zakt nog verder onder zijn dekbed. De grijze haren en baard doen me opeens aan de Kerstman denken. Zijn er nou eigenlijk cadeaus gekocht? Al op de post? Niet weer te laat, hè. „Hé, slaapkop”, klinkt het oneindig vriendelijk en weer dat lichte hoofdschudden. „Tsss, die man toch.” Zouden mijn zonen eens moeten proberen. Maar goed, een dochter en een vader... „Het zat er niet in, dit jaar, misschien volgend jaar”, zegt ze en kijkt naar boven en knippert met haar ogen. Zij hoopt dat ik het niet zie. Ik zie het wel en het schuurt, want het zat er ook aan deze kant niet in.

Straks als ze hebben opgehangen – „Aupa, kijk, ik kan ondersteboven uit de kraan drinken, kijk, ik kan een meter hoog op de bank springen” – ga ik Christmascake bakken. Bij het roeren kijk ik naar mijn eigen kerstboom. Ik weet zo langzamerhand wel hoe dat gaat. Natuurlijk wordt het een mooie kerst en die traan in het deeg is helemaal niet erg. Kerst, prachtig hoor, maar Australië??!! Grrr. Zucht. Kom op. Roeren, straks die geur uit de oven. Heerlijk. Zijn die pakjes nou weg? Aupa!