Nieuws/Lifestyle
29618175
Lifestyle

Bomen hebben dus hun eigen internet: het wood wide web

Bomen zijn onderling met elkaar verbonden via hun eigen internet. Het ’wood wide web’, bestaande uit schimmeldraden en wortels, laat complete bossen communiceren. Bomen wisselen onder meer informatie en voedingstoffen uit en schieten elkaar zelfs te hulp.

„Als mensen naar het bos gaan, zijn ze vaak vooral geïnteresseerd in de dieren die hier rondlopen”, vertelt boswachter Tonnis Boersma terwijl we door ’zijn’ bos wandelen. Hoewel het vanwege corona nu stil ligt, geeft hij in Nationaal Park Veluwezoom rondleidingen voor Natuurmonumenten.

In het gebied vind je dan ook het neusje van de zalm, met name als het op wild aankomt: wilde zwijnen bijvoorbeeld en tegenwoordig ook de wolf. Hoewel ook Boersma van ontmoetingen met de dieren kan genieten, zijn het vooral de bomen die zijn hart sneller doen kloppen.

Op landgoed Heuven, onderdeel van het Nationaal Park Veluwezoom, staan veel unieke exemplaren, alle met een eigen verhaal. Een aantal heeft zelfs de status ’monumentale boom’.

Communicatienetwerk

Boersma maakte er voor corona een leuke excursie voor kinderen over, waarin allerlei weetjes aan bod komen. Een van de meest interessante is volgens de boswachter dat bomen ondergronds met elkaar communiceren via een netwerk van ontelbare kilometers aan schimmeldraden. Er bestaat zelfs een naam voor: het wood wide web.

Wetenschappers wisten eind jaren 90 niet wat ze zagen toen uit steeds meer onderzoeken bleek hoe krachtig dit onderlinge communicatiesysteem bleek. Gebaseerd op wederkerigheid: de boom geeft de schimmels koolstof terwijl de schimmel de boom met fosfor en stikstof voedt.

Ze kunnen simpelweg niet zonder elkaar. De boswachter geeft een voorbeeld: „Iedere hovenier weet dat als je een beukenhaag plant, er grond van een andere beuk bij moet. Zonder de juiste schimmels zal de haag niet aanslaan.”

Witte draden

Boersma overhandigt een schepje. „Graaf maar eens tot onder de grond.” Net onder het bladerdek verschijnt een veelheid aan witte draden. „Het netwerk, recht onder je voeten. Prachtig toch?”

Er zijn zo’n honderd schimmelsoorten die bomen met elkaar verbinden, ontdekten wetenschappers. Via het netwerk van boomwortels en schimmeldraden wordt alles getransporteerd wat bomen nodig hebben om te overleven: water, voedingsstoffen, koolstof.

De grootste exemplaren hebben de meeste connecties. Deze ’moederbomen’ zorgen weer voor de jongere. Via de draden vertellen ze elkaar wat ze nodig hebben. Die ’snelweg’ wordt ook nog eens gebruikt om de behoeftige bomen te helpen. Heeft een boom een probleem – te weinig zon, te weinig voeding – dan stuurt de andere via het netwerk bijvoorbeeld meer koolstof.

Bovendien herkennen bomen elkaar. Een moederboom stuurt meer stoffen naar familie dan naar vreemden. Als ze stervende is, ’schenkt’ ze haar resterende voedsel aan haar kinderen en geeft zo haar erfenis door.

Aanvalsmechanisme

Boersma: „Zo weten we dat een boom die door een kever wordt aangevallen, een stofje aanmaakt dat de andere bomen waarschuwt. Die produceren dan een stof waardoor de aanvaller het blad niet meer lekker vindt. Bomen kunnen zelfs specifiek aangeven welk insect ze aanvalt. Minstens zo fascinerend: ze kunnen lokstoffen uitademen om de juiste predatoren op te roepen. Zo roepen iepen en dennen de hulp van kleine wespen in om hun aanvallers te verjagen.”

„Dit systeem maakt van bossen een soort superorganismen”, aldus Boersma. „Samen kunnen ze weer en wind weren, een evenwichtig klimaat teweeg brengen. Ze kunnen kou en hitte matigen en samen veel water opslaan of juist een hogere luchtvochtigheid creëren en zelfs zieke exemplaren ondersteunen. Ze kunnen zich dus prima zelf redden, maar dan moeten wij mensen ze wel de kans geven.”