Nieuws/Lifestyle
297406144
Lifestyle

Column Babette: Zwemgekkies

Wekelijks schrijft VRIJ’s chef Babette Wieringa wat haar in het dagelijks leven opvalt.

Ik lag in bed en hoorde een plons. Zou er iemand in het water zijn gevallen? Alleen al het idee dat ik op zaterdagochtend de gracht in moest springen voor een reddingspoging, maakte dat ik mijn bedgenoot begon te porren.

Met tegenzin stapte hij het bed uit, schoof het gordijn opzij. En gromde: „Maak je me hiervoor wakker? Het is gewoon een openwaterzwemmer, een buurvrouw in badpak.”

Gewoon een openwaterzwemmer. Alsof het normaal is om begin januari het water in te springen en een stukje te gaan zwemmen. Maar ja, wat is nog normaal?

Zo vroeg een vriendin eind september of ik zin had in een plonsje in het Amsterdamse IJ. Of ze gek was geworden, antwoordde ik toen.

Onlangs vertelde ze dit nog steeds met regelmaat te doen en ik wist niet wat ik hoorde. Nog wonderlijker: ze is zeker niet uniek. Steeds vaker blijken er zwemgekkies op te duiken die een sprong in natuurwater niet langer als puur zomervertier zien.

Corona, maar zeker ook Wim Hof zouden daar debet aan zijn. Natuurlijk, als The Iceman weer eens uit zo’n bad vol ijsklonten opstaat, weet je dat een winters zwemmoment te doen moet zijn.

Maar dit concluderen is één ding, er zelf in springen een ander verhaal.

Toch spreken de liefhebbers van een sensatie. Noemen het gezond, hebben het over de stimulans van bruin vet én over het ultieme vrijheidsgevoel omdat je bijna overal de plomp in kunt springen.

Dat buitenzwemmen een trend is, weten ze ook in het Amsterdamse De Mirandabad. Daar bleef het in het najaar zo druk dat de sluiting steeds werd uitgesteld. Zelfs nu we het in Nederland over sneeuw hebben en de temperaturen flink zijn gedaald, wordt er stug doorgezwommen. De zwemmers vinden het een feest.

Ik snap wel waarom: het water is er 22 graden! Dat klinkt bijna aangenaam. Maar toch: mij niet gezien. Ik wacht wel tot het buiten 22 graden is.

Bekijk ook:

Puberexperiment