Nieuws/Lifestyle
299881364
Lifestyle

Typische campinggangers #3

Wie kent ’m niet: de ’Ik sta hier al jaren’-kampeerder

Marjoleine Tel, auteur van het boek Campinggeluk, beschrijft acht kampeertypes die iedereen wel herkent. Derde aflevering: Hans, de ’Ik sta hier al jaren’-kampeerder.

De een moet er niet aan denken elk jaar naar dezelfde camping af te reizen, de ander zweert erbij. Hans trok in de beginjaren nog met het gezin en de Travelsleeper van het Gardameer naar de Dordogne. Maar al die kerken, grotten en pittoreske stadjes lijken uiteindelijk op elkaar.

Waarom zou je je al dat gejakker én werk op de hals halen – de vouwwagen opzetten om een week later af te breken, opnieuw die zoektocht naar de lekkerste douche en de beste supermarkt – wanneer een nieuwe kampeerplek eigenlijk weinig toevoegt aan die ene Hollandse camping waar het hele gezin zich senang voelt?

De knoop is jaren geleden al doorgehakt. De Travelsleeper werd ingeruild voor een comfortabele caravan met koelkast, kingsize bed en satellietontvanger. Inmiddels heeft Hans het eerste recht (hij beschouwt het als ’vaste’ recht) om staanplaats 31 direct aan de oever van de rivier voor de zomervakantie te reserveren. Die plek ligt aan een zo goed als privé-strandje waar je tot laat in de avond kunt barbecueën. Alleen de jongste gaat dit jaar nog mee; vrienden genoeg op de camping. Hans weet overigens bijna zeker dat de oudste twee met aanhang nog langskomen. Daarom neemt hij de laatste jaren een optie op staanplaats 32.

"Alsof hij thuis is, laat hij overal zijn spullen slingeren"

De campingeigenaren – Hans rekent het stel ondertussen tot zijn vrienden – willen hun vaste gast gerust tegemoetkomen door nummer 32 zolang mogelijk vrij te houden. Maar als jij op de bonnefooi (onthouden: nooit meer last minute, altijd reserveren voor het hoogseizoen!) de receptie binnen dendert, de staanplaats mag bekijken (fantastisch!) en vraagt of je er ook langer dan drie nachten kunt staan, is-ie van jou. Hans heeft daar uiteindelijk alle begrip voor, er moet tenslotte ook geld worden verdiend. De kinderen heeft hij per omgaande een appje gestuurd. Ze zullen genoegen moeten nemen met wat er maar vrijkomt of in de reusachtige voortent bivakkeren. Helemaal niet erg, je leeft toch vooral buiten.

Dat buitenleven neemt Hans heel letterlijk. Alsof hij thuis is, laat hij overal zijn spullen slingeren. Voor de verandering struikel je eens niet over je eigen tentscheerlijnen, maar lazer je over zijn mountainbike. Duizend excuses uiteraard, Hans vergeet gewoon weleens dat zijn ruimte en rituelen als vanzelf uitwaaieren.

’s Morgens word je gewekt door Qmusic en Hans’ bariton. Na twee ochtenden vraag je je af waarom hij nog bij zijn vrouw informeert hoeveel brood hij moet halen (een gesneden volkoren en drie croissants, Hans!). Zijn ’mogge’ hoor je tot ver over de camping schallen. ’s Avonds kun je het Journaal en De avondetappe prima volgen, zonder beeld weliswaar. Wanneer alsnog de kinderen komen, wordt het gezellig tot in de late uurtjes.

Je begrijpt waarom Hans en zijn gezin zo van deze camping houden. Die heeft álles en ook nog een gezellig dorp op loopafstand. Als je hem over het heerlijke restaurantje op het kerkplein of de avontuurlijke struintocht langs het water vertelt, glimlacht hij: ’Wij hebben zo onze eigen adresjes.’ Uit het gevarieerde animatieprogramma pikt hij al jaren alleen de gezamenlijke boottocht mee en het ’emmertje friet met lange lummels’ op zondagavond.

Als zijn avondglaasje aan de bar zomaar tot een feestje met wat nieuwe kampeerders en jullie uitgroeit, zet zijn zoon Hans’ favoriete playlist op. Enigszins beschonken zwaait hij je uit. Je moet vroeg op, want morgen vertrekken jullie weer. „Was gezellig, hè? Tot volgend jaar?”