Nieuws/Lifestyle
301543050
Lifestyle

Column vanuit Moskou

Column: ’De grote Alexander is niet meer’

In Skylines berichten onze correspondenten in Parijs, Moskou, Londen en Berlijn over wat hen opvalt. Deze week Pieter Waterdrinker vanuit Moskou.

Vaak heb ik voor de grap gezegd en geschreven dat ik mij al bijna een kwart eeuw bevind in een vrijwillige Russische ballingschap. Ver weg van het Hollandse gekibbel en gekakel, de chicanes, de intriges in de kunsten, het sociale leven en de politiek. Maar door de corona-geseling is de grap bittere ernst geworden.

Mijn vrouw en ik kunnen Rusland niet uit. Niet per trein, auto of vliegtuig, zelfs niet te voet. Deze werkelijkheid voelden we vorige week op een ronduit verschrikkelijke manier toen Ruslandkenner, schrijver, schaker, maar vooral Mensch Alexander Münninghoff, die eveneens ruim een kwarteeuw onze dierbare en trouwe vriend was, in Den Haag werd begraven. „Grote man, hoe gaat het?” begon hij ieder telefoontje. Maar de grote man was natuurlijk hij zelf.

De laatste keer dat ik hem zag, en het duidelijk was dat hij niet meer beter werd, vroeg Alexander mij te spreken op zijn begrafenis. Ik knikte, als antwoord. Nu zagen mijn vrouw en ik met een video-verbinding in Sint-Petersburg hoe Alexanders oudste zoon Michiel op de begraafplaats in Den Haag mijn laatste brief aan zijn vader voorlas. Ik ben hem eeuwig dankbaar.

Als jongeling met een bevlogenheid voor Rusland, een avontuurlijk leven en de literatuur, zag ik in Alexander onmiddellijk mijn leermeester, zoals hij op zijn beurt in de slavist professor Karel van het Reve zijn leermeester zag. Toen ik mijn eerste boekje over Rusland uitbracht, hoefde ik dan ook geen seconde na te denken aan wie ik dat zou opdragen. Samen hadden we ieder op onze eigen wijze de nadagen van de Sovjet-Unie meegemaakt. We werden zeer hechte vrienden.

Er volgden verrukkelijke jaren. Ik was er getuige van hoe hij met zijn eeuwige charme in 1997 het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg oprichtte. Terug in Nederland (waar hij werkte voor de Haagsche Courant) beloofde ik Alexander dat ik hem voortaan zou opzoeken, waar hij zich ook maar in de voormalige USSR mocht bevinden. We liepen door Siberische sneeuw, overleefden een badhuisontploffing in Moermansk, werden dronken op een marineschip in Kaliningrad, trotseerden gekken met Kalasjnikovs in Tsjetsjenië, flaneerden in Odessa. Maar het liefst waren de avonden bij ons thuis in Moskou en Sint-Petersburg, als we hem en zijn vrouw en ravissante steunpilaar Ellen mochten ontvangen, om maar iets terug te geven van hun legendarische gastvrijheid.

Sinds de publicatie vijf jaar geleden van zijn meesterwerk De Stamhouder, is Münninghoff niet meer uit de Nederlandse letteren weg te denken. Dat zijn vader, verdreven door de communisten in Riga, als Waffen-SS ’er tegen de Sovjets vocht om het in 1940 geconfisqueerde familielandgoed terug te krijgen, vertelde hij me op een alcoholische Moskouse zomeravond in 1996. Ik wist dat hij eind jaren tachtig - als correspondent in Moskou - zijn acht maanden oude zoontje Floris door klunzigheid van artsen had verloren. Nog niet dat hij daarvoor al eerder met zijn vrouw twee pasgeboren kinderen naar het graf had gebracht.

Als Alexander (’Sasja’) me iets heeft geleerd is het dit: hoe mens te zijn. De tegenslagen het hoofd bieden met vriendelijkheid, optimisme, wellevendheid, intellect, brille. Ik slaag er maar matig in. Dank, lieve Sasja.