Nieuws/Lifestyle
3030521
Lifestyle

Alles wat je moet weten voordat je naar Japan reist

Zelfs de kleurige frisdrankmachines met pastelkleurige flesjes zijn fotogeniek. De treinen rijden er tot op de minuut op tijd, het is er superveilig en de bewoners zijn zo beleefd dat je na een week vanzelf mee gaat buigen. Japan is een complete ervaring.

De twee kleine kleurige snoepjes liggen in fraaie compositie op een zachtgroen bordje. Een ronde en een vierkante. Gedachteloos pak ik het vierkante roze suikerwerkje en breng het naar mijn mond. Oeps! De gids spert haar ogen wijd open en de gastvrouw van de theeceremonie in Tokio, want daar zijn we, beweegt heel even haar linkerhand.

Dit is dus niet de bedoeling. Schuldbewust leg ik het snoepje terug en buig enigszins aangeslagen mijn hoofd. Beide dames glimlachen. Het geeft niet. Ze zijn eraan gewend dat een buitenlander (gaijin) weinig tot niets snapt van het verfijnde Japanse etiquettespel, laat staan van de ingewikkelde regels van de theeceremonie.

"Rust door bijzondere theeceremonie"

Eerst moet de gastvrouw, gehuld in een prachtige kimono, namelijk het groene theepoeder verwerken. Ook dat gebeurt niet in het wilde weg, maar kent een ingewikkelde volgorde van handelingen waarbij een speciaal bamboekloppertje wordt gebruikt. Zelfs het bijbehorende rode doekje wordt op een bepaalde manier gevouwen en terzijde gelegd.

Om gek van te worden, zou je als buitenstaander in eerste instantie denken. Maar dat is het juist niet. Precies die ultieme aandacht voor elke kleine handeling zorgt ervoor dat er slechts op één zaak wordt gefocust, de theeceremonie, en dat het brein vol snelle gedachten ultiem tot rust komt. Na afloop van de ceremonie dwalen we dan ook nog even rond in zo’n fraaie landschapstuin met kleine watervallen en bomen en struiken in doordachte composities.

Zen, focus, esthetiek, aandacht voor het allerkleinste detail. De theeceremonie is exemplarisch voor wat een reis door Japan eigenlijk is: een tocht vol verbazing over hoe uitgekiend en doordacht deze mensen hun dichtbevolkte land hebben ingericht. Alles, van altijd links staan op de roltrap (dan kan er rechts worden gepasseerd) tot de tientallen informatiebordjes in de openbare ruimtes, is erop gericht om zo comfortabel mogelijk met elkaar samen te leven.

Of de spoelklanken in de toiletten, die ultraschone ruimtes vol met knoppen: voor verwarming van de bril, voor de reiniging van die zitting. Maar dus ook een knop waarmee het geluid van neerstortend water kan worden opgeroepen zodat (mogelijk!) gênante geluiden tenminste niet de buren bereiken. En o ja: de achterdeuren van taxi’s zwaaien hier automatisch open om passagiers in en uit te laten. Dat is even schrikken.

Terwijl ik bovenop de 333 meter hoge Tokyo Tower sta (gebouwd zodat de hele bevolking via de televisie van het huwelijk van keizer Akihito in 1959 kon meegenieten) en ik over de uitgestrekte horizon vol wolkenkrabbers uitkijk, zakt de moed me even in de schoenen. Hoe moet je deze enorme metropool ooit bedwingen? Het antwoord is heel eenvoudig: keuzes maken. Dus loop ik na een half uurtje in de supersnelle metro door de Ginza, het uitgestrekte winkelgebied dat de P.C. Hooft doet verbleken tot een armoedige achterafsteeg.

"Futuristische kogeltrein rijdt stipt op tijd"

De vele honderden winkels hier zijn hier groter dan groot, soms ultiem gespecialiseerd zoals Hakukinhan, bomvol poppetjes en figuurtjes om te verzamelen. Of algemeen, zoals het zes verdiepingen hoge Uniqlo met perfecte basics voor mannen en vrouwen. Maar altijd voorzien van felkleurige verlichting, wat in de avond geweldige foto’s oplevert.

Ook in de late avond zijn de straten dichtbevolkt. Ik heb me trouwens geen enkel moment onveilig gevoeld in Japan en met recht: het is een van de veiligste landen ter wereld waar de toch al historisch lage criminaliteitscijfers nog elk jaar dalen. Wie iets in de trein laat liggen, heeft negentig procent kans het terug te krijgen. Dit alles dankzij een redelijk gelijk verspreide welvaart, mede af te lezen aan het opvallend verzorgde uiterlijk van de mensen op straat. Geen ongepoetste schoenen of gescheurde jasjes, maar strak gestylede haren en broeken in de vouw.

Na de moderne Ginza is het tijd voor traditie. Met de razendsnelle en brandschone metro op naar de oude wijk Asakusa, even lekker ontspannen tussen de laagbouw. Rondom de bekende Sensoji-tempel zijn volop kleine winkeltjes en restaurantjes. Jonge Japanse vrouwen dragen met trots een prachtige kimono. Gehuurd, zo blijkt, voor dit dagje uit. Ze zetten elkaar op de foto voor de enorme Kaminarimon-poort met de vier meter hoge en 670 kilo wegende lantaarn.

Bij de Sensoji-tempel koop ik een zogenoemde omikuji, een papiertje met een voorspelling voor de toekomst. Dat klinkt simpeler dan het is; eerst moet ik een bamboestokje uit een grote stapel trekken. Het nummer op dit stokje verwijst weer naar een papiertje met een voorspelling. Gelukkig! Ik heb ’daikichi’ oftewel veel geluk en geen ’kyô’, ongeluk. Dat kun je trouwens weer bezweren door de papiertjes aan struiken bij de tempel te binden.

Nieuwkomers vallen in Japan van de ene verbazing in de andere. Zo tonen alle restaurants in vitrines bedrieglijk echte replica’s van hun gerechten. Laten er nu in Asakusa ateliers en winkels zijn waar ze dit prachtig ogende ’nepeten’ verkopen! Vitrines vol borden vol sushi, sorbets en mie met garnalen. Een unieker souvenir is niet te vinden.

Als treinliefhebber kijk ik stiekem een beetje uit naar mijn vertrek uit Tokio richting Kyoto. Mag ik eindelijk met die razendsnelle kogeltrein, oftewel de Shinkansen. Op een tussenstation heb ik deze witte raket – ter aankondiging van binnenkomst trilde het perron angstwekkend – al eens voorbij zien schieten. Altijd tot op de minuut op tijd verbindt dit stukje futuristisch design vele Japanse steden met elkaar. Voor de liefhebbers is er ook een roze Hello Kitty-uitvoering.

Maar eerst naar Mount Fuji, de met sneeuw bedekte vulkaan die letterlijk wordt aanbeden door veel Japanners. Overal, op schilderijen, kalenders, in boeken en op souvenirs zijn afbeeldingen van de iconische berg te vinden. Er bestaan dan ook vele manieren voor de bezichtiging en ik doe ze bijna allemaal: varen op het naastgelegen meer, naar het uitkijkplatform op de tegenoverliggende berg en station nummer vijf bezoeken, van waaruit bergbeklimmers met tanige koppen voor de ijzige tocht omhoog vertrekken.

Dan mag ik in de Shinkansen van Tokio naar Kyoto. Op de stations is het bijna onmogelijk om verkeerd te lopen. Enorm grote, fel verlichte borden geven ook in het Engels aan welke trein waar vertrekt. Hekken verhinderen dat de passagier van het perron tuimelt en reizigers stellen zich in nette rijtjes voor ’hun’ ingang op. De snackverkoopster die met een karretje langskomt, buigt netjes naar de passagiers voordat ze de deur achter zich sluit.

Kyoto staat bekend als de tempelstad. De bekendste is de Rokuonji-tempel, vooral het bijbehorende Gouden Paviljoen (Kinkaku). Dankzij de bijzondere constructie lijkt het gebouw te drijven. Terwijl ik sta te fotograferen, hoor ik allemaal opgewonden kreten om me heen; het is even windstil en de voorgelegen Vijver van de Rust is opeens spiegelglad en weerspiegelt zodoende het paviljoen. Héél bijzonder, zo verzekeren de bezoekers me.

"Gouden Paviljoen lijkt te drijven in Vijver van Rust"

Wie vertelt in Japan ook Hiroshima te gaan bezoeken, wordt weleens vreemd aangekeken. Wat is daar nou te zien? Maar de herbouwde stad biedt op vele plekken intrigerende herinneringen aan het gruwelijke verleden. Zoals de Atomic Bomb Dome, ooit een beursgebouw ten behoeve van de industrie. Op 6 augustus 1945 kwam atoombom Little Boy bijna precies boven dit pand tot ontploffing. Binnen was iedereen dood, maar de dikke stenen muren en stalen koepel zijn verbazingwekkend genoeg als gedenkteken blijven staan.

Interessante maar ook zware kost. Dus neemt gids Miki Ueda me vervolgens mee naar het voor de kust gelegen eiland Miyajima, een van de mooiste en drukst bezochte plekjes van Japan. Bekend van de in het water gelegen rode toegangspoort (torii) voor de heilige Itsukushima-schrijn, een pelgrimsoord voor veel Japanners.

De miljoenen keren gefotografeerde poort ligt bij vloed in het water en valt bij eb droog. Op het eiland zelf – vooral de met doeken overdekte winkelstraat is heel gezellig – lopen tientallen tamme herten los rond. Ik proef de plaatselijke specialiteit, koekjes in de vorm van een esdoornblad met zoete bonenpasta erin. Ook de plaatselijk beroemde pannenkoek van mie met kaas, vers gebakken op een bakplaat of de grote gestoomde oesters zijn reden om deze plek te bezoeken.

Na afloop wissel ik visitekaartjes uit met gids Miki. Ik overhandig mijn eenvoudige kartonnen exemplaar en krijg een zelfgevouwen envelopje van prachtig glanzend origamipapier terug, aangereikt met twee handen en een kleine buiging, zoals het hoort. Het envelopje bevat naast het visitekaartje ook een miniatuur-kraanvogel. Japanse perfectie tot in detail.

Japan Rail Pass

Japan kan heel snel en gemakkelijk worden bereisd met de Japan Rail Pass. Met deze pas, alleen beschikbaar voor toeristen, kan 1, 2 of 3 weken vrijelijk worden rondgereisd in bijna alle treinen van de Japan Railways Groep (ook de kogeltrein oftewel Shinkansen). Vooraf plaatsen reserveren kan eenvoudig op de stations.

Mobiele wifi

Bijna onmisbaar in Japan: een mobiele wifi-router. Het kleine apparaatje kan mee in de tas en zorgt voor continu internet tegen een redelijke prijs. Erg handig om ook onderweg reisapps als Google Translate en Google apps bij de hand te hebben. Of gewoon Instagram en Whatsapp! Te huren via diverse bedrijven, onder meer Softbank Global Rental of Japan Rail Pass. Kan worden opgehaald en ingeleverd op de luchthaven.

Zo kom je er

KLM vliegt rechtstreeks op Tokyo. Na een vlucht van elf uur sta je al op Narita Airport. Wie een lagere prijs zoekt, moet overstappen en heeft de keus uit vele maatschappijen. All Nippon Airways (ANA) is bijvoorbeeld een goed alternatief met veertien uur heen en vijftien uur terug.