Nieuws/Lifestyle
310388704
Lifestyle

Bonaire-dag: dit is wat het eiland zo bijzonder maakt

Te Amo Beach.

Te Amo Beach.

Jaarlijks wordt op 6 september de dag van Bonaire gevierd. Op Bonaire zelf is dit een officiële vrije dag: op deze dag werd in 1499 het eiland ontdekt. VRIJ reisde er heen en ontdekte wat Bonaire zo bijzonder maakt.

Te Amo Beach.

Te Amo Beach.

’De vibe’. Wie ik tijdens mijn verblijf op Bonaire ook spreek, dat redelijk ondefinieerbare woord wordt steeds gebezigd. Niet alleen om het verschil tussen Bonaire en Aruba en Curaçao te duiden, maar ook om uit te leggen wat de B van de ABC-eilanden nu zo fijn maakt.

Neem Jelmer van Jibe City, dé windsurf- en sup-hotspot in het zuidoosten, waar alle coole mensen zich verzamelen om zich in het kristalhelderblauwe water te begeven, al dan niet met surfplank. Tweeënhalf jaar geleden nam hij de populaire locatie over en verhuisde hij met vriendin en drie kids naar het eiland.

Zijn werkgebied is er een uit de reisfolders: wit strand, turkooizen zee, wuivende palmen en een vrolijk gekleurd houten kantoortje. De vibe maakt dat-ie er voorlopig niet over peinst te vertrekken. „Alles is hier relaxed, de mensen, de manier van leven...”

Tijd om dat zelf te ervaren. Te beginnen in de hoofdstad Kralendijk, een verbastering van Koralendijk: dijk van koraal. De Instagram-waardige geel, roze en blauw geschilderde winkeltjes aan de hoofdstraat Kaya Grandi bieden alles voor die relaxte vibe: luchtige tunieken en kleurrijke bikini’s. Niet het goedkope spul, maar de fijnere surf- en lokale merken.

Op de boulevard Kaya Craane kijk je vanuit de restaurants en ijssalons tussen de vele dobberende catamarans en (zeil)jachten zó richting klein Bonaire. Geen pracht en praal, hier liggen de fans van het relaxte leven. Zoals Rob die met zijn vriendin vanuit Nederland hier vorig jaar naartoe is gevaren. Het idee was om andere eilanden te bezoeken, maar de pandemie gooide roet in het eten. Nu wil Rob Bonaire als uitvalsbasis aanhouden. Vanwege die sfeer, de vriendelijke mensen, het ons-kent-onssfeertje zonder bemoeizucht.

Bonaire is een eiland in beweging. Al jaren is het bezig met duurzaamheid, nog voordat het een hype onder vakantiebestemmingen werd. Als toerist merk je daar niet al te veel van; zo rijd je de 800 zonnepanelen in het vlakke land vlak bij Barcadera ongezien voorbij. Het streven, al is dat een uitdaging, is om het hele eiland van duurzame energie te voorzien.

Kunst

Wel zichtbaar: toeristen en bezoekers worden bewust gemaakt van de zooi die uit zee wordt gevist. Slippers, waterflesjes en delen van plastic speelpoppen hangen in speciale bomen of zijn tot kunstwerk verwerkt. Mooi om te zien, maar schrijnend: aan de Bonairiaanse kust ligt tien keer meer afval dan op de Noordzeestranden, zo blijkt uit een rapport uit 2019.

Toeristen en bezoekers worden bewust gemaakt van de zooi die uit zee wordt gevist. Slippers, waterflesjes en delen van plastic speelpoppen hangen in speciale bomen of zijn tot kunstwerk verwerkt.

Hoewel die vervuiling tijdens ons verblijf niet opviel, is er een intensief programma gestart met onder meer een verbod op bepaalde wegwerpplastic items en het monitoren van het aangespoelde en achtergelaten afval.

Terecht, want van oudsher trekt het eiland natuurminnende bezoekers. Vooral die van de onderwaternatuur: Bonaire staat te boek als hét duikeiland. De rustige zee en de rijke onderwaterwereld maken het een prima locatie voor zowel beginners als gevorderden. Overal rijden (huur)auto’s met duikbenodigdheden in de open achterbak en regelmatig steken er in duikpakken gestoken recreanten de weg over. Ook dat is een verklaring voor die vibe: surfers en duikers hebben allemaal die relaxte houding om rustig van de natuur en het leven te genieten.

De kitesurfschool op Bonaire.

De kitesurfschool op Bonaire.

Toch komt er ook op land meer beweging, zo blijkt wanneer we op pad gaan met Jarne, eigenaar van Bonaire Kiteschool. Toen het eiland vanwege corona een paar weken voor toeristen op slot ging, er even een avondklok gold en winkels sloten, kreeg hij het alleen maar drukker. Er kon immers niet veel meer, maar actief met een kite of plank zijn of, zoals in ons geval, met een mountainbike, kon natuurlijk wel.

Het is een goede manier om onbekendere delen van het eiland te zien. In een lekker rondje van 30 kilometer ontdekken we het zuidoostelijke binnenland. Zo klein als het eiland met haar 288 vierkante kilometer ook is, de natuur is divers. Van stofhappen op de klim tot het aanschouwen van het opspattende water tegen de kliffen. Dan weer is het landschap bijna prairie-achtig, dan weer duiken er links en rechts groene struiken op. Af en toe schiet er een hagedis door de spaken of hupsen er wat geiten van de weg. Het eiland kent ongeveer net zoveel geiten (18.000) als inwoners (21.000).

Wild

Voor meer wildlife moet je naar het noorden, naar Washington Slagbaai National Park, het eerste nationale park op de Nederlandse Antillen. Met 55 vierkante kilometer aan natuurpracht: zoutpoelen, cactussen, bergen en stranden. En flamingo’s! Zij het dat de prachtige beesten alleen op afstand zijn te bewonderen. De nationale vogel van Bonaire, er zijn er zo’n 5000, is van nature schuw; zodra je te dichtbij komt, gaan ze er vandoor.

De altijd aanwezige wind zorgt ervoor dat het prima mountainbiken is, ondanks de 30 graden en brandende zon. Ook op de stranden zorgen het briesje en het verkoelende zeewater voor de juiste omstandigheden.

Wel is het zaak om de juiste stranden te vinden. Er is een aantal privéstranden, sommige bij resorts, tegen betaling te bezoeken zoals Spices Beach Club of Harbour Village Beach. Andere zijn lastiger te bereiken vanwege de rotsen en kliffen zoals 1000 Steps Beach en Bachelor’s Beach.

Onze favoriet is Te Amo Beach. Niet in de laatste plaats omdat je eerst de Stoked Foodtruck passeert, waar je met een Amerikaanse hotdog een bodempje legt, om vervolgens af te dalen naar een strand zoals in de reisgidsen. Vergelijkbaar, maar groter en met strandtenten is Sorobon Beach, pal naast Jibe City. Ook op de lijst staat Donkey Beach. Lac Cai in het noordelijke puntje van Lac Bay is een favoriete plek van de locals om op zondag met versnaperingen de week af te sluiten.

Tot slot bezochten we White Pan, met haar gele en witte huisjes. De okergele bouwwerkjes zijn een indrukwekkende herinnering aan de slaventijd waarin ook Nederland haar aandeel had. Tot midden negentiende eeuw werden Afrikaanse slaven en gestrafte militairen, en al eerder indianen, tewerkgesteld op zoutpannen in het zuiden om het letterlijk oogverblindende ’witte goud’ uit te bikken en met manden op het hoofd te verplaatsen. Moesten deze mensen voor die tijd in de buitenlucht of houten huisjes slapen, in 1850 werden deze stenen exemplaren gebouwd. Nog geen anderhalve meter hoog, geen ramen en soms sliepen er vijf slaven in één huisje.

Erfgoed

Opvallend: wordt de slavernij op veel plekken ter wereld angstvallig verzwegen, hier worden geïnteresseerden met borden onderwezen over dit inmiddels culturele erfgoed dat verteld moet blijven worden. Deze informatie past niet echt in de relaxte sfeer van Bonaire, maar het laat wederom zien hoeveel hart de eilandbewoners voor hun leefomgeving hebben.

De slavenhuisjes van White Pan.

De slavenhuisjes van White Pan.

Ja, die ambiance is overal voelbaar: van strand tot rots, van binnenland tot stad, van luxe strandtent tot foodtruck. Maar in plaats van dat maximaal uit te buiten, houdt men hier ook oog voor de belangrijke zaken des levens: het milieu, het klimaat en de geschiedenis. Misschien is dát juist wat die vibe zo bijzonder maakt.