Nieuws/Lifestyle
3435599
Lifestyle

Piet Kroon keert terug uit Hollywood voor animatiefilm van eigen bodem

’Stripkat Heinz is een optimistische chagrijn’

Halverwege de jaren 90 vertrok animatiefilmer Piet Kroon naar Hollywood. In 2017 keerde hij terug, om een oer-Hollands project te realiseren: een tekenfilm met in de hoofdrol de Amsterdamse kat Heinz. „Niet bepaald een actieheld, wat misschien wel ons grootste probleem was.” Toch is de luie kater vanaf volgende week te zien in een animatie-avontuur voor volwassenen.

Het proeflokaal van Brouwerij ’t IJ is een passende locatie voor een interview met Piet Kroon (59) over Heinz. Want die Amsterdamse kater lust wel een biertje. Of twee. Of meer. De regisseur woont tegenwoordig ook in de hoofdstad en voelt zich er thuis. „Hoewel ik in kroeg moet oppassen dat ik mezelf niet een Mokums accent aanmeet. Want dan val ik onmiddellijk door de mand”, zegt de filmmaker, die opgroeide in Baarn.

Kroon, die Theaterwetenschappen studeerde in Utrecht, tekende zelf van jongs af aan strips. „Op elk stukje papier dat ik maar kon vinden.” Als stripfanaat kende hij ook al heel lang Heinz, een creatie van tekenaars René Windig en Eddie de Jong. Hun getekende personage begon zijn leven als een bijfiguur in hun Rockin Belly-strips en kreeg in 1987 voor het eerst zijn eigen strip in Het Parool. Zijn komische belevenissen wonnen al snel aan populariteit, werden later ook in andere kranten gepubliceerd en in diverse albums gebundeld.

De Heinz-strips zijn ’gags’: kleine grapjes, uitgewerkt in drie of vier plaatjes. „Bij het maken van een film is dat wel een grote uitdaging”, legt Kroon uit. „Aan de ene kant heb je een langer verhaal nodig dat blijft boeien aan de andere kant wil je het karakter waar het om draait trouw blijven.”

„Als stripfiguur heeft Heinz in mijn ogen heel veel typisch Nederlandse trekjes”, zegt Kroon, die ruim twintig jaar doorbracht in de Verenigde Staten. „Het is een wat chagrijnige optimist. Of een optimistische chagrijn – het ligt er maar net aan hoe je het bekijkt. Hij heeft een goed hart, wil dat het allemaal leuk is. Maar als het lastig wordt, begint-ie dienst te weigeren en wordt hij kribbig.”

„Iemand als Kuifje komt juist in actie als er problemen zijn. Heinz niet. Hij heeft al moeite om zijn bed uit te komen. De oplossing voor zijn passiviteit was om hem in het diepe te gooien Hem steeds weer met situaties te confronteren waar hij wel iets mee moet. Of-ie nou wil of niet.”

Die oplossing droeg Piet Kroon al eens eerder aan, toen hij dertien jaar geleden door producent Matthijs van Heijningen werd betrokken bij een mogelijke Heinz-verfilming. Plannen waarmee geestelijk vaders Windig en De Jong al langer rondliepen. Het project kwam destijds echter niet van de grond. „Tussen René, Eddie en mijzelf klikte het wel, omdat ik ook een stripachtergrond heb. Maar Van Heijningen sprak als filmproducent een heel andere taal dan zij gewend waren. Ook zijn zij mannen van de korte baan, terwijl film een langere adem vergt.”

Een paar jaar geleden werd Kroon, die in Amerika aan tal van films meewerkte, door het Filmfonds benaderd met de vraag of hij nog leuke ideeën had om de Nederlandse animatiesector een impuls te geven. „Toen kwam Heinz weer bovendrijven en zag ik kans met hulp van producent Burny Bos de verfilming nieuw leven in te blazen.”

In Amerika heeft hij veel geleerd, denkt de cineast. „Ik kwam daar in de jaren 90 als een soort economische vluchteling. Ik had met subsidie de korte film Dada gemaakt. Waar ik – voor het geld dat ik ervoor kreeg – te veel tijd in had gestoken. Terwijl ik een jong gezin had en er brood op de plank moest komen. Mijn geluk was dat Disney net heel veel had verdiend met The Lion King en dat andere studio’s de boot niet wilden missen. Daardoor ontstond er een wereldwijde jacht op animatietalent.”

Als animator had Piet Kroon destijds al in Londen meegewerkt aan een film van Steven Spielberg. „Maar toen ik bij Warner werd aangenomen en ze mijn eigen korte film zagen, mocht ik aan de slag bij het story department. Daardoor kreeg ik veel meer creatieve vrijheid.” Zijn Nederlandse directheid was voor zijn collega’s wel even wennen. Lachend: „Bij een overleg vinden Amerikanen alles ’great’, al zegt dat eigenlijk helemaal niks. Zij prijzen de dijk, terwijl wij als Nederlanders op zoek gaan naar het gat om daar vervolgens ons vingertje in te stoppen.”

Terwijl hij de laatste hand legde aan zijn tweede korte film Transit (1998), werkte Kroon in Amerika als story board artist mee aan films als Quest for Camelot (1998) en The iron giant (1999). Als regisseur leverde hij een bijdrage aan het geanimeerde deel van Osmosis Jones (2011), terwijl ook Despicable me (2010), Rio (2011) en The Peanuts movie (2015) profiteerden van zijn talent.

„Mooi was om te merken hoeveel tijd en geld ze in Amerika in animatie steken. Ze gaan net zo lang door tot iets goed is. Tegelijkertijd is het daar ook echt een business, waardoor de studio’s vrijwel altijd de veiligste weg kiezen en keurig binnen de lijntjes van gezapig familievermaak blijven kleuren.”

„Daar liggen denk ik ook kansen voor Europese animatie-filmers”, stelt Piet Kroon. „We moeten studio’s als Disney en Pixar niet op eigen terrein proberen te verslaan, maar lekker eigenwijs zijn. Méér durven. Onze verhalen mogen brutaler zijn, net als de manier waarop we ze vertellen. Bij Heinz heb ik die vrijheid ook gekregen. Heerlijk was dat. En het smaakt naar meer.”