Nieuws/Lifestyle
432928556
Lifestyle

Terug in de tijd: met een oude Renault4 door de Achterhoek!

Twee klassiekers in een plaatje: de Renault4 en de kapel van Bronkhorst.

Twee klassiekers in een plaatje: de Renault4 en de kapel van Bronkhorst.

We gaan terug in de tijd. Niet alleen in de plaatsen die we bezoeken, maar ook met het vervoermiddel dat we gebruiken. Met een oldtimer trekken we door de Achterhoek.

Twee klassiekers in een plaatje: de Renault4 en de kapel van Bronkhorst.

Twee klassiekers in een plaatje: de Renault4 en de kapel van Bronkhorst.

Wat een dotje! De babyblauwe Renault 4-oldtimer die wordt voorgereden, vrolijkt de grauwe dag direct op. Een klassieker uit 1986, met vanwege de techniek van de achteras een ongelijke wielbasis: rechts tien centimeter langer dan links.

Hard trekken

Ongelijk of niet: vandaag is het onze gezel tijdens een toer door de Achterhoek. Hij wordt direct omgedoopt tot de blauwe Smurf. Die de nodige uitleg behoeft: de versnelling zit naast het stuur en bestaat uit een pook die met grof geweld naar voor, achter, links en rechts moet worden getrokken.

Dat luistert nauw, al voel je niet direct of je goed zit. Horen doe je het wel: als-ie per ongeluk in zijn 1 glipt terwijl je toch echt de 3 bedoelde, gromt de blauwe Smurf waarschuwend. Ook remmen is net even anders: zo klein als-ie is, duurt het even voordat hij na het driftig intrappen van de rem helemaal tot stilstand is gekomen.

Na wat oefenen heb ik de slag te pakken en tuffen we goedgehumeurd van Doetinchem het binnenland van de Achterhoek in. Achterin staat een gevulde picknickmand. Van organisator John Timmer hebben we een ouderwetse map met insteekmappen met de route gekregen; de oldtimer-sfeer wordt secuur doorgevoerd. Gelukkig heeft hij de route ook op de mobiele telefoon geprogrammeerd en laten we ons vooral daardoor leiden.

Toeristische attractie

Het startpunt is Doetinchem, de grootste stad van de Achterhoek. Een oude plaats: de eerste vermelding dateert uit 838, als nederzetting met een kerk. Sinds 1263 mag het zich een stad noemen, met dank aan de bisschop van Utrecht die de stadsrechten schonk. Een mysterieuze stad ook: door een brand in 1527 werden alle gegevens vernietigd. Anno 2021 is het een mooie uitvalsbasis voor de diverse wandel- en fietsroutes in de omgeving, met het 17e-eeuwse landgoed Slangenburg en Kasteel de Kelder als aanraders.

We trekken nogal wat bekijks, zo blijkt wanneer we weer voorzichtig de weg opdraaien. Er wordt getoeterd, gezwaaid en gestaard. Het valt natuurlijk ook op, zo’n rijdend blauw bolletje met twee vrolijke snoeten erin.

Als we stilstaan om het weidse uitzicht nabij Laag-Keppel te bewonderen, blijft een wandelaar glimlachend staan. „Wat een leuk autootje, zo een had ik er vroeger ook.” Hij valt even stil en je ziet bijna de herinneringen in zijn hoofd. „Een bordeauxrode. Kinderen erin, alle bagage en dan Joegoslavië en Frankrijk. Hard werken hè, dat schakelen?” Kijk, bevestiging van een kenner!

John Timmer van EventPoint, die de toer heeft uitgestippeld: „Het is een nostalgische manier om van de Achterhoek te kunnen genieten. Veel mensen die bij ons boeken, hebben een herinnering aan een van onze oldtimers. Soms was het hun eerste auto of had vader of moeder zo’n voertuig. We merken ook dat jongeren een verrassingstoer voor hun ouders plannen.”

Pittoresk Doesburg

Fleurige huizen in Doesburg.

Fleurige huizen in Doesburg.

Op naar Doesburg. Hobbelend over de kasseien rijden we het centrum binnen. Het stadhuis is het eerste dat we zien, net zo’n klassieke parel als waarin we rijden. Het Schepenhuis aan de Koepoortstraat – het rijksmonument heeft erachter nog een wijnhuis – zou met zijn trapgevel en de bruinrode/witte luiken niet misstaan op een ansichtkaart.

Het stadhuis met erachter de Waag, in Doesburg.

Het stadhuis met erachter de Waag, in Doesburg.

Op de hoek van het pand steekt het witte beeldje van Martinus van Tours, ook bekend als Sint Maarten, scherp tegen de roestbruine stenen af. De grondlegger van het katholieke christendom in Gallië wordt hier geëerd op de Blauwe Steen, een laatste restje van een voormalige schandpaal.

Schuin ertegenover rust een groepje wielrenners uit op het gesloten terras van de Waag, in dezelfde laatgotische stijl gebouwd. De sportievelingen fietsen even later met net zo weinig vering als wij in de Renault over de steentjes. Verder lijkt het centrum met haar omliggende straatjes met in pastelgeel en blauwgeverfde huizen op deze zaterdagmiddag uitgestorven.

Achter het stadhuis spieken we binnen bij het met Van Brakelhofje, waar commandant van de stad en vesting Doesburg jonkheer Willem de Vaynes van Brakell woonde. Ook hij is het waardom te worden geëerd: in 1813 behoedde hij de stad voor plundering door de Franse troepen.

Hobbitdorp Bronkhorst

De kasteelweg in Bronkhorst.

De kasteelweg in Bronkhorst.

Als we Bronkhorst binnenrijden, of beter gezegd binnen hobbelen, komt een (positieve) vergelijking met een hobbitdorp in ons op. De moestuin waar de nodige groenten de kop opsteken met eromheen de driehoekige puntdaken van de oude en, zo te zien, gerenoveerde stadsboerderijen geeft een rustgevend gevoel. Alsof de tijd even stilstaat.

Dat gevoel wordt alleen maar sterker terwijl we het centrum indraaien: de oude Kasteelweg met haar oude panden en verderop de bomen kan als filmdecor dienen, zo charmant. Het oude plaveisel van kleine ronde stenen leidt naar de kunstmatige heuvel waar eens kasteel Bronkhorst van de gelijknamige Heren stond. Een van de machtigste, oudste (naar schatting uit de 10e eeuw) en vanwege haar strategische plek belangrijkste kastelen uit het graafschap Zutphen.

Groot is Bronkhorst niet. Officieel de kleinste stad van Nederland heeft het pittoreske gehucht sinds 1482 stadsrechten. Het is tegelijkertijd ook een favoriete stopplek voor fietsers van Arnhem naar Deventer, met als gevolg dat er voor zo’n kleine plaats opvallend veel restaurants en terrassen zijn.

We parkeren de Smurf op de kasseien om rond te dwalen. Terug bij de oldtimer wordt deze wederom uitbundig bekeken en gefotografeerd. Het past goed, zo’n oud wagentje in zo’n historische omgeving. Aangezien het weer nog altijd grauw is, geeft hij ook deze binnenstad de nodige kleur. Niet dat het nodig is; het is al fotogeniek van zichzelf met de niet te missen kapel Bronkhorst als middelpunt. Verder een herberg (De Gouden Leeuw) en een kaarsenmakerij gevestigd in de oude panden langs de Bovenstraat.

Daar bij die molen

De Bronkhorster Molen, een korenmolen uit 1844.

De Bronkhorster Molen, een korenmolen uit 1844.

De Bronkhorster Molen is het volgende stoppunt. De wieken van de in 1844 gebouwde korenmolen worden net met vereende krachten door twee vrijwilligers tot stilstand gebracht. Eerder stond hier een standerdmolen, maar die brandde in mei 1844 af. Ook hier steelt het Renaultje de show. Het groene gras met een typisch Hollandse molen op de achtergrond en het helblauw van de wagen is een fotogeniek plaatje.

Met de aangebroken picknickmand keren we terug naar Doetinchem. Een dag tuffend door de Achterhoek kunnen we concluderen dat zo’n klassiek wagentje een bijzonder leuke manier is om terug in de tijd te gaan. De Blauwe Smurf is minstens zo fotogeniek als de plaatsen die we hebben aangedaan.