Nieuws/Lifestyle
438790288
Lifestyle

Op zoek naar reeën in Overijssel

Maar liefst 100.000 leven er tegenwoordig in Nederland. Dus heeft de geduldige, stille en vroege wandelaar grote kans een ree tegen te komen. In deze wintertijd zelfs een complete sprong, want zo heet een groep van deze sierlijke dieren.

Had ik toch laarzen moeten aantrekken. Midden in een droog lijkend stuk van het Buurserzand, een uitgestrekt natuurgebied in Overijssel, zak ik opeens tot m’n enkels in het water weg. Natuurmonumenten-boswachter Annemieke Ouwehand grinnikt en wijst een betere weg: een klein paadje oftewel wissel, gebaand door een groep reeën.

Want die zijn wél zo wijs om niet plompverloren het natte stuk in te lopen... Even verderop, op een hooggelegen vlakte, vinden we diverse platgewalste ligplekken en zien we loopsporen van reeën oftewel prenten in het vochtige zand. Annemieke toont twee geweien, zogeheten spitsers met twee niet vertakte verticale stangetjes die ze de afgelopen jaren heeft gevonden. Dat is echt geluk hebben, want de geweitjes vallen tussen het blad niet op.

De zon is net opgegaan. De ideale tijd om op zoek naar reeën te gaan en ook nog in een ideaal gebied: het Buurserzand bij Haaksbergen. De 455 hectare omvat namelijk afwisselend landschap met heide, kleine akkertjes, bos en vennetjes. Een omgeving waar de ree dol op is, want overal valt iets te knabbelen en er zijn genoeg plekjes om beschutting te zoeken.

"Wie wild wil zien, moet niet alleen geduldig en stil zijn, maar ook accepteren dat er soms helemaal niets valt te zien"

In deze tijd van het jaar groeperen de dieren zich in een zogenoemde sprong, legt boswachter Annemieke uit. Samen is het gemakkelijker om de winter door te komen terwijl ze in het voorjaar en de zomer vooral solitair leven. Bokken en geiten zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden want bokken hebben een (bescheiden) gewei, geiten niet.

We staan stil bij uitzichtpunt Rietschot en speuren de omgeving af. Voor ons strekt zich een schilderachtig coulisselandschap uit. Staat daar rechts niet... Nee, een omgevallen boom. Wie wild wil zien, moet niet alleen geduldig en stil zijn, maar ook accepteren dat er soms helemaal niets valt te zien. Dieren komen nu eenmaal niet op bestelling langs draven, maar dat maakt het ook weer spannend.

Bewijs!

Wel zijn overal bewijzen van hun aanwezigheid te vinden. Naast die wissels, ligplekken en prenten ook uitwerpselen in de vorm van kleine zwarte capsules. Het Buurserzand zelf is ook de vroege wandeling waard. Het is een van de grootste aaneengesloten natte heidegebieden in West-Europa. Juist die ruime aanwezigheid van water – ik heb het aan den lijve ondervonden – zorgt voor specifieke flora en fauna. Zoals de steeds zeldzamer wordende jeneverbesstruik; in het Buurserzand staan exemplaren van wel 150 jaar oud.

Nog steeds geen ree te bekennen. En dat terwijl het dier zich de afgelopen anderhalve eeuw succesvol over Nederland heeft verspreid. Van nul in 1850 tot zo’n honderdduizend in 2020. Alleen in het Buurserzand lopen er al ruim honderd rond. Annemieke wijst omhoog in een boom. Een eekhoornnest. Die vallen in deze tijd van kale bomen extra op. Tóch nog wat gespot!

Uitgesteld kalfje

De ree is het enige hoefdier met een verlengde draagtijd. Hoewel de reegeit al in het najaar is bevrucht, stopt het embryo twee wintermaanden lang met de ontwikkeling. Pas daarna groeit het weer verder, waarna het reekalfje netjes in het warmere voorjaar wordt geboren.

Wandelroutes

Het prachtige natuurgebied Buurserzand ligt tussen Haaksbergen en Buurse. Het Natuurmonumenten-bezoekerscentrum is gelegen aan de Stendermolenweg 9, Haaksbergen. In het Buurserzand zijn diverse korte en lange wandelroutes uitgezet. In het gebied is trouwens ook een uit 1590 stammend militair verdedigingswerk te vinden, de Harrevelder Schans.