Lifestyle/Geschiedenis
441144565
Geschiedenis

’Ik ben gestorven in de hel, maar zij noemen het Passendale’

Loopgraven WOI herleven in Oekraïens Bachmoet

Het front van Passendale was een troosteloos modderbad.

Het front van Passendale was een troosteloos modderbad.

De strijd in Oekraïne is vastgelopen; er zijn zelfs al loopgraven aangelegd. De foto’s van het kapotgeschoten Bachmoet doen denken aan Passendale in 1917. Een vergelijkingsfoto ging al viraal. Maar hoe ging het er destijds dan aan toe in de slag om die West-Vlaamse stad?

Het front van Passendale was een troosteloos modderbad.

Het front van Passendale was een troosteloos modderbad.

De Slag bij Passendale, ook wel bekend als de Derde Slag bij Ieper, was een van de grootste veldslagen aan het Westfront van de Eerste Wereldoorlog. Het bloedig treffen is legendarisch vanwege de verschrikkelijke omstandigheden waarin de soldaten moesten vechten: slagregens, modderpoelen, omringd door lijken en constant onder schot van artillerie.

Een ondergelopen loopgraaf. Behalve van kogels, granaten, kanonsgeschut en stromende regen hadden de soldaten last van ratten en ziekten als gevolg van de ronddrijvende lijken van hun kameraden.

Een ondergelopen loopgraaf. Behalve van kogels, granaten, kanonsgeschut en stromende regen hadden de soldaten last van ratten en ziekten als gevolg van de ronddrijvende lijken van hun kameraden.

Op 31 juli 1917 begon de Britse veldmaarschalk Douglas Haig met een aanval die de genadeklap moest geven aan de Duitse keizerlijke legers. Het doel was om de Duitsers te verjagen en op te trekken naar de havens van Oostende en Zeebrugge. Hoewel hij geen toestemming had van premier Lloyd George, drukte de telg van een whiskyfamilie het offensief gewoon door. Volgens hem stond het Duitse leger namelijk op instorten.

Mislukt

Hoewel de Fransen ook in België gelegerd waren, waren zij door een eerder mislukt offensief niet in staat om de Britten te helpen. Ook zag de Franse veldmaarschalk Ferdinand Foch weinig heil in het plan van zijn Britse collega. Het offensief was dus eigenlijk een exclusief Brits onderonsje, met Britten, Canadezen en Australiërs.

Modderbad

De aanval begon met een regen van artillerie op de Duitse loopgraven. Door de felle regen en de verwoesting van de afwatering was het slagveld al voor het begin veranderd in een gigantisch modderbad.

Drie dagen later lag het offensief al stil. Door het kanonnenvuur was het hele slagveld praktisch onklaar voor de strijd en bleven soldaten en tanks vastzitten in de modder. Ook door het felle verzet van het keizerlijke leger, dat het offensief allang had zien aankomen, liep de strijd vast. De Duitsers hadden wel tot 10 kilometer diep verdedigingswerken aangelegd. Uiteindelijk sneuvelden 75.000 Britten en 50.000 Duitsers, zonder enig noemenswaardige vooruitgang.

Winst

Pas eind september, toen het weer meezat, volgden er weer nieuwe gevechtshandelingen. De Britse generaal Herbert Plumer wist op een korte afstand de Duitse linies te slechten. Maar ondanks dat beide zijden 20.000 man verloren, was de winst slechts een kilometer. Hierna volgden nog nieuwe heen-en-weer-aanvallen, waarbij zowel de Britten als de Duitsers nog ettelijke tienduizenden soldaten verloren.

Hel

Maar het waren de Australiërs die strijd moesten leveren in ’de hel op aarde’. Begin oktober was het slagveld door enorme slagregens wederom veranderd in een modderpoel. Daarin dreven ook de half verrotte lijken van hun gesneuvelde kameraden. Ondanks deze vreselijke omstandigheden werd het offensief doodleuk voortgezet. Er werd amper vooruitgang geboekt en tienduizenden soldaten sneuvelden.

Gifgas

Ook de aanval op het dorpje Passendale, half november, werd een pyrrusoverwinning vanwege het felle verzet van de Duitsers „Gas, gas, gas!”, waarschuwden de Britse soldaten elkaar, toen zij de wolken gifgas zagen aankomen waarop de vijand hen trakteerde.

De weg naar het front was voor de nieuwe lichtingen soldaten al een waarschuwing voor de gruwelen die hen te wachten stond.

De weg naar het front was voor de nieuwe lichtingen soldaten al een waarschuwing voor de gruwelen die hen te wachten stond.

Duizenden soldaten sneuvelden of raakten gewond en bleven achter in het niemandsland. Uiteindelijk werd op 6 november Passendale dan wel bevrijd, maar was van het stadje praktisch niets meer over. Desondanks zag veldmaarschalk Haig zijn offensief als een succes, omdat ze de Duitsers verder hadden uitgeput.

Pas toen een Britse stafchef het front bezocht werd de ernst van de situatie duidelijk. Luitenant-generaal Sir Launcelot Kiggell vroeg zich tijdens zijn bezoek af: „Goede God, hebben we écht daarin soldaten laten vechten?” Het antwoord was ontnuchterend: „Verderop is het nog veel erger.”

Zinloze oorlog

De tol van vier maanden vechten in de loopgraven bedroeg aan beide zijden 250 duizend doden maar de frontlinie was amper verschoven. In zijn memoires noemde premier Lloyd George Passendale ’een van de grootste rampen van de oorlog, die geen enkele soldaat zou kunnen verdedigen’. De gruwelijke veldslag werd samen met de Slag om de Somme hét symbool van een zinloze oorlog.