Lifestyle/Natuur
45199218
Natuur

Missie geslaagd voor Freek Vonk in Zambia: rotspython gespot!

Bioloog prof. dr. Freek Vonk schrijft elke twee weken een column in VRIJ. Vandaag vertelt hij hoe hij in Zambia op zoek gaat naar de grootste slang van Afrika: de rotspython.

Ik loop door het lange, dorre gras dat mijn benen kietelt. Het is bloedheet en het zweet gutst van mijn rug. Een middagwandeling door de Zambiaanse bush moet je niet elke dag doen.

Een groepje rangers loopt met me mee, aan hun broekriemen hangen dikke geweren. Te voet op zoek gaan naar wilde dieren kan hier gevaarlijk zijn. De mannen nemen dan ook het zekere voor het onzekere.

Gelukkig zijn die wapens zelden nodig, maar ze al dan niet bij je hebben kan het verschil tussen leven en dood betekenen. Vaak is het lawaai van een schot in de lucht genoeg om een aanval van een olifant of een leeuw te stoppen. Ik hoop vandaag op heel andere actie. Een ontmoeting met de grootste slang van Afrika: de rotspython!

Rotspythons kunnen de zes meter aantikken en zo dik als mijn bovenbeen worden. De grotere jongens hebben er geen moeite mee om een antilope, knobbelzwijn of aap met huid en haar te verorberen. Ze hoeven dan meteen een maand niet meer te eten.

Rotspythons jagen niet actief achter prooien aan, maar verrassen ze in een hinderlaag. De vlekkentekening op hun huid maakt ze vrijwel onzichtbaar voor de meeste dieren. En mensen! We lopen voorzichtig en blijven goed kijken waar we onze voeten neerzetten. Op ooghoogte de omgeving scannen blijft ook belangrijk.

"Hij kan wel 6 meter worden"

Ineens hoor ik een van de rangers voor me roepen: „Snake, snake!” De andere mannen deinzen meteen terug, maar voor mij klinkt het als muziek in de oren. Ik ren naar voren. Zou het...?

Yes, een rotspython. Een kleintje, anderhalve meter lang. Hij ligt in lussen gedrapeerd op een tak, zo voor onze neus. Hoe groter en zwaarder rotspythons worden, des te meer tijd ze op de grond gaan doorbrengen.

Deze slang moet nog wat meters maken voordat het zover is. Hij heeft nog een heleboel vogels en knaagdieren te gaan.

Bizar dat de rangers banger voor dit reptiel lijken te zijn dan voor een buffel, olifant of leeuw. Ik pak de python voorzichtig beet en til hem van de tak af. Ik wenk de rest van de groep om aan te geven dat er echt niets aan de hand is en ze komen wat dichterbij. Uiteindelijk krijg ik een van de mannen zover om voor een foto de slang samen met mij even vast te houden.

Een grote overwinning voor hem en eigenlijk ook voor mij, maar om een andere reden: meer aandacht en erkenning voor slangen is zo belangrijk. Nu maken mensen vaak een slang dood zodra ze er een zien. Maakt niet uit welke en dat is gewoon doodzonde.

Ik ben niet zo naïef om te denken dat deze mensen meteen de eerstvolgende slang die ze zien, willen knuffelen. Maar ik hoop dat ze minder bang zullen reageren en dat ook aan hun omgeving doorgeven. Na de opname zetten we de slang samen terug op zijn tak.

Ik zeg: missie geslaagd!