Nieuws/Lifestyle
462809783
Lifestyle

Londen

De kleur van de crisis in Londen

Rood is de kleur van Londen, schrijft Peter Ackroyd, schrijver van de meest gelauwerde biografie van de stad. Hij heeft het, natuurlijk, over het rood van de dubbeldekkers, de telefooncellen en de brievenbussen. Maar de tegels van Londinium, in de Romeinse tijd, waren volgens Ackroyd ook rood en de bijna volledig verdwenen muur rond de stad werd indertijd opgetrokken uit rode zandsteen.

Ackroyd houdt daar niet op. Ook de kruizen op de deuren van degenen die aan de pest overleden waren rood, en rood is tenslotte ook de kleur van de vuurgloed waarmee de stad werd getooid tijdens de Grote Brand van 1666, de vuurzee waardoor feitelijk een einde kwam aan de ernstigste pestepidemie uit de Londense geschiedenis.

De vergelijkingen met de donkere jaren in de zeventiende eeuw zijn nu aan de orde van de dag. Het zorgt voor relativering. Hoe ernstig ook, het coronavirus is in de verte niet vergelijkbaar met de desastreuze pestepidemie die Londen in 1664 en 1665 teisterde. Net als toen was Londen het epicentrum van de Britse epidemie. Indertijd overleden bijna honderdduizend Londenaren in een stad die, voorafgaand aan de uitbraak, ongeveer 450.000 mensen telde. Nu zijn het er minder dan zesduizend in een stad die is opgezwollen tot een conglomeraat van bijna negen miljoen mensen.

De gevolgen voor het Londen van de zeventiende eeuw waren natuurlijk enorm. Net als nu gaf niet iedereen echter toe aan de ontzetting, als we Ackroyd mogen geloven. Maar de vroegere Londenaar was toch wat bruter dan tegenwoordig. Ackroyd beschrijft herinneringen van een jonge Daniel Defoe, inderdaad: die van Robinson Crusoe, die wist te vertellen dat er een kroeg was in Oost-Londen, in de buurt van de lijkenverzamelplaats, waar iedere keer als er een lijkenwagen (kar met paard en doodsbel) langskwam, de dronken bezoekers naar het raam trokken om de groep rouwenden uit te jouwen. Dan klinkt het geklap voor het verplegend personeel iedere donderdagavond om acht uur toch aanzienlijk geciviliseerder.

De Grote Brand betekende dat de hele Londense binnenstad moest worden herbouwd. Christopher Wren, architect van de ’nieuwe’ St Paul’s en talloze andere kerken, had snode ideeën voor een nieuw stadsplan waarin geen plek was voor de kronkelsteegjes van weleer. Gevestigde belangen zorgden er echter voor dat de plattegrond van de stad er ondanks alle nieuwe stenen gebouwen, uit bleef zien zoals tevoren.

Er is nu natuurlijk geen Grote Brand, maar wat gaat er in de toekomst met al die kantoorkolossen gebeuren die vooral in het laatste decennium uit de grond zijn gestampt? Het thuiswerken zou weleens heel gewoon kunnen worden.

Als er gebouwen moeten worden afgebroken, dan pleit ik ervoor Tower 42, de oudste wolkenkrabber van de stad, als eerste neer te halen. Het is een deprimerend gebouw dat misstaat met elegante wolkenkrabbers als De Gherkin en de Cheesegrater in de buurt. Als het deprimerende zwarte gebouw toch moet blijven staan zouden ze het in ieder geval een nieuwe lik verf kunnen geven. Rood bijvoorbeeld, Londens Rood. Is deze crisis toch nog ergens goed voor geweest.

In Skylines berichten onze correspondenten in Parijs, Moskou, Londen en Berlijn over wat hen opvalt.