Lifestyle/Natuur
528482042
Natuur

Groot geluk: Freek Vonk spot de met uitsterven bedreigde mangrovevink

Bioloog prof. Dr. Freek Vonk schrijft elke twee weken een column op VRIJ. Deze week over de bijzondere mangrovevink.

Het is regenseizoen op de Galapagoseilanden. We zijn net aangekomen op het grootste eiland van de archipel: Isabela. Aan de noordwestkant van dit eiland siert een diepgroen mangrovebos de kust. We verkennen de rand van het gebied. Dan vang ik een glimp op van een bijzondere zangvogel; de mangrovevink.

Het mannetje zingt erop los om een geschikte nestpartner voor het leven te lokken. Een mangrovevink is een onopvallende bruine vogel. Toch kijk ik naar de zeldzaamste vogelsoort van de Galapagoseilanden.

Mangrovevinken komen alleen hier op Isabela voor. Er zijn naar schatting minder dan vijftig broedparen over. Ze worden op meerdere manieren bedreigd. Het mangrovebos, hun enige geschikte leefgebied, is sowieso al klein, hun populaties zijn kwetsbaar. Zwarte ratten, ooit met mensen naar de eilanden meegelift, jagen op hun eieren en kuikens. Maar de grootste reden voor hun achteruitgang is een andere exoot, een parasitaire vlieg (Philornis downsi).

Deze vliegen leggen hun eitjes in de nesten van mangrovevinken. Hun larven komen op ongeveer hetzelfde moment uit de eitjes als de kuikens. De larven kruipen op de babyvogels en zuigen hun bloed. Omdat de kuikens nog zo klein zijn, overleven vele het niet. Minstens een van de gemiddeld drie uit het nest legt het loodje. Alleen als de ouders vroeg in het seizoen een nest hebben gemaakt, kunnen ze nog een tweede nest proberen groot te brengen. Gelukkig is er onderzoek naar de biologische bestrijding van de vliegen.

Mangrovevinken maken deel uit van een speciale groep, de Galapagosvinken of Darwinvinken. Op de archipel komen minstens veertien soorten voor die allemaal dezelfde voorouder hebben. Een paar exemplaren van die voorouder kwamen vanaf het Zuid-Amerikaanse vasteland aanwaaien op de Galapagos-eilanden.

En ze konden het blijkbaar goed uithouden in deze nieuwe, onbekende omgeving. De zangvogels hadden hun ecologische plekjes voor het uitkiezen! Omdat op elk eiland het voedselaanbod net anders was, konden sommige beter voedsel vinden, overleven en hun genen doorgeven dan andere. Dat waren de vogels met een net iets dikkere, kromme, smalle of misschien scherpe snavel.

De succesvolle dieren gaven hun snavelvorm door aan volgende generaties. Zo veranderde die ene voorouder-soort mee met zijn nieuwe omgeving. Twee miljoen jaar later zijn het meer dan tien soorten vogels geworden, ieder met eigen specialiteit. Dat is vooral handig in tijden van voedselschaarste.

Mangrovevinken hebben bijvoorbeeld een lange, puntige snavel. Zij weten als geen ander hoe ze stukjes boomschors op moeten tillen om bij insecten en spinnetjes te komen die daaronder verstopt zitten. Op de Galápagos is het wel duidelijk: vogels zingen niet alleen, maar eten ook zoals ze gebekt zijn!