Lifestyle/Natuur
554133782
Natuur

Freek Vonk waant zich in Jordanië op mars: 'Veel wilder gaat het niet worden!’

Bioloog prof. dr. Freek Vonk schrijft elke twee weken een column in VRIJ. Vandaag vertelt hij hoe hij in zuid-Jordanië een kudde dromedarissen spot.

Roestrode duinen en granieten rotswanden die grote schaduwen werpen; in de woestijn Wadi Rum in Jordanië lijk ik op Mars te zijn beland.

Het is bloedheet en ik doe rustig aan. Er zijn niet veel dieren die zich overdag laten zien. Ze schuilen in de schaduw of verstoppen zich onder de grond.

Verderop zie ik een paar dieren die zich van alle temperatuurverschillen geen bal aantrekken. Dromedarissen! Ik tel er zes. Dromedarissen zijn kuddedieren, een groep wordt door een dominant mannetje geleid. Heel sociale dieren die elkaar op een lieve manier begroeten: ze blazen door hun neus even in elkaars gezicht.

We blijven op grote afstand staan omdat we ze niet willen laten schrikken. Dit zijn snelle jongens die, als het moet, een sprintje van 65 kilometer per uur trekken. Gelukkig is dit groepje superrelaxed. Een paar dromedarissen staan voor zich uit te staren, andere grazen. Er lijkt niets te eten, maar er groeit hier altijd wat.

Dromedarissen eten veel verschillende planten, ook de niet erg smakelijke en stekelige exemplaren. Door hun eeltige, gespleten lippen hebben ze weinig last van zelfs het taaiste, meest prikkende voedsel. Ze gebruiken elke druppel vocht die ze binnenkrijgen en zijn zuinig met de uitscheiding ervan. Ze plassen een sterk geconcentreerde urine en hun keutels zijn heel droog.

Niet alleen water, ook het zout uit vetplanten is essentieel voor hun overleving. Dromedarissen gebruiken dat zout in feite op dezelfde manier als de planten waar ze het uit halen. Hoe meer zout in hun lichaam, des te meer en des te sneller ze water kunnen opnemen en vasthouden. Komt een dromedaris water tegen, dan kan-ie door zijn ’zoute’ lijf in één keer een badkuip leegdrinken.

Het kan nóg extremer bij deze coole gasten. Dromedarissen zijn kampioen afvallen; zelfs een verlies van bijna een derde van hun lichaamsgewicht aan vocht wordt ze niet fataal. Voor andere zoogdieren is een verlies van ongeveer een zesde van het lichaamsgewicht aan vocht al levensgevaarlijk. Zo kunnen dromedarissen langer zonder water of voedsel overleven. Bovendien hebben ze altijd een voorraadkast van veertig kilo vet bij zich, in de vorm van een bult.

De dromedarissen die ik voor me zie, zijn geen honderd procent wilde dieren. De laatste wilde exemplaren stierven zo’n 2000 jaar geleden uit, ongeveer duizend jaar nadat de eerste wilde exemplaren tam waren gemaakt. Het bleken fantastische last- en rijdieren te zijn, ideaal voor karavaantochten. Steeds werden wilde dromedarissen gevangen om met de tamme dieren te kruisen, totdat er geen wilde meer rondliepen.

Natuurlijk zie je dat aan de buitenkant niet. Hier sta ik, in zuid-Jordanië, in de wijde omtrek geen mens of gebouw te zien, alleen ruige natuur: veel wilder gaat het niet worden!