Nieuws/Lifestyle
565561880
Lifestyle

Ontmaagding op de mountainbike

Nieuwe tijden vragen om nieuwe vormen van reizen. Waarom niet op de mountainbike? Verslaggever Sigrid Stamkot probeerde het uit. „Wat een hel. Ik en m’n goede ideeën ook altijd!”

’Je bent gek!’, is de duidelijke opvatting van vriend B als ik mijn plannen voor mijn mini-vakantie aankondig. Toegegeven: een vierdaagse mountainbike-vakantie voor iemand die net een jaar op het zadel zit en op z’n verst 65 kilometer non-stop op de teller heeft staan, is ook ambitieus. Coronatijden dwingen echter tot omdenken en diezelfde tijden hebben me verslingerd doen raken aan het mountainbiken, dus off we go, gek of niet.

De bestemming is snel bepaald: de Utrechtse Heuvelrug staat bekend als mountainbike-hemel, en is haalbaar vanaf woonplaats Amsterdam. Met fietsendrager en auto had die ook kunnen worden bereikt, maar ik ben niet van half werk, dus er moet en zal worden gefietst. Over het straffe asfalt, maar ook van de harde paden af, de bossen in.

Overnachtplek die eerste avond is de camper van vriendin K, die op camping Oud Meijenhorst staat. Van daaruit wacht na tien kilometer in de bossen van Overberg een B&B op me. Dag 3 zal me na wat freewheelen in de bossen naar de airbnb van vriendin I in Bussum brengen, om de volgende dag na 30 kilometer weer terug te keren in Amsterdam. Creatief door corona: niet alleen ontdek ik het reizen met een nieuw vervoermiddel, ik pak en passant ook nog even drie verschillende overnachtingsmogelijkheden mee.

Lichtgewicht

De route bepaald, moet er worden nagedacht over de bagage. Het voordeel: ik reis altijd met handbagage, dus slim inpakken zit er ingebakken. Maar een rugzak 180 kilometer meesjouwen op een mountainbike gaat toch echt een stap verder: van brievenbussleutel tot fietslampjes: de kleinste overbodige ballast wordt geschrapt. Ook de plaatselijke modeshow zal ik niet winnen: er gaat alleen functionele kleding mee.

Verder op de rug: kleinverpakkingen toiletspullen en medicijnen, oplader, desinfecterende vochtige doekjes (dankje corona), proteïnerepen en een regendichte zak voor m'n rugzak, mocht het ondanks goede weersvoorspellingen toch regenen. De verdere benodigdheden: helm, gelhandschoenen, snelle (doch lelijkmakende) zonnebril en een telefoonhouder zodat Google Maps me kan leiden. Ik ben er klaar voor! Denk ik.

Dag 1: Van start!

Daar gaan we! Van Amsterdam naar Maarsbergen: 68 kilometer. Mezelf kennende komen daar nog de nodige bij, met dank aan afwezigheid van richtingsgevoel. Er staat een pitstop bij vriend S gepland in Zeist, ook een prima plek voor mountainbikers met haar bekende Austerlitz-route. Vanuit hartje centrum is het pittig manoeuvreren langs de fietsers, eenmaal de stad uit is daar het vrije gevoel. Nooit verwacht dat ik 'zo gek zou zijn’ om met een rugzakje kilometerslang te fietsen, en dat dan vakantie te noemen.

De euforie verdwijnt snel bij het opdraaien van de Westkanaaldijk bij Abcoude. Anderhalf uur (zo’n 30 kilometer) harde tegenwind zonder beschutting. Verstand op nul en doortrappen over die eindeloze dijk. In de verte de met de auto zo vaak bereden A2, dat zou voor nu een beter idee zijn. Of een motor. Een e-bike. Lopend. Alles beter dan op een mountainbike over het eindeloze asfalt tegen de wind in te fietsen.

Eenmaal het Amsterdam-Rijnkanaal over fiets ik door Zuilen met haar mooie Slot Zuylen, onder de beschuttende bomen door, de beschaving in. Vanuit Utrecht door naar Zeist, waar ik zo'n beetje kruipend de gang van vriend S in kom. Niet omdat de fysieke inspanning tegenvalt, het is meer de wind die in m’n hoofd draait.

Na een stevige lunch stap ik weer op. Op naar het eindpunt: camping Oud Meijenberg. Ik fiets langs de mountainbike-route waar Zeist bekend om staat en besluit een klein stukje te pakken. De heuvels over, de strakke bochten, takken ontwijken: kijk, hier doen we het voor!

Met de vuist in de lucht, finishend als een ware kampioen, staat er een ijskoud biertje klaar bij vriendin K. Op de camping zijn alle faciliteiten gesloten, maar ze heeft een inventieve buitendouche inclusief steeds wegwaaiend douchegordijn (hoi buurman!). Mijn eerste fietsvakantiedag sluit ik af met een prachtige zonsondergang die de landerijen roze kleurt.

Dag 2: Leve Nederland!

In de middag trekken we op ons gemak naar kasteel Amerongen: vriendin K met de camper, ik op de bike. Het op dat moment nog door coronarestricties gesloten kasteel doet wat treurig aan, dus gaan we terug naar het Leersumse Veld, waar onder meer een mountainbike-route van 18 kilometer ligt. Een keer of tien het steile heuveltje af, een keer of tien heen en weer over de hei, een keer of tien door de bossen: om de beste foto’s te krijgen kom je ook wel aan je kilometers! Het maakt wel dat mijn fiets en ik steeds grotere maatjes worden, en dat ik meer en meer plezier krijg in het meer ruigere gedeelte van deze sport.

De weg naar de tweede overnachting in Overberg leidt door een stuk bos en door de weilanden. Ook iets dat me opvalt tijdens deze vakantie: je maakt verschillende omgevingen van het Nederlandse landschap mee en leert het zodoende meer waarderen. Met ieder continent afgestreept is het goed om nu ook weer eens het eigen land te zien en te eerbiedigen. Inclusief de miezerregen en de wederom straffe tegenwind.

De beloning van de laatste zes kilometers van die dag (makkie!) mag er zijn: diep verscholen in de bossen van de Amerongse berg doemt daar Inn the Woods op, een B&B waar eigenaren Chris en Vera me opwachten met huisgemaakte limonade. En vooral: een bad! In het warme water overdenk ik wat ik aan het doen ben, en dat ik dit tot een jaar geleden nooit voor mogelijk had gehouden. Trots, wel.

Dag 3: Tranen

Tot zover het hosanna-gevoel. Het giet van de regen, het waait, het is koud. Chagrijnig en balend stel ik mijn vertrek uit, non-stop buienradar checkend. Die heeft geen mededogen: regenen doet het, en blijft het. Binnen 10 minuten ben ik zeiknat geregend, dreigt mijn telefoon het te begeven, ondanks het provisorisch eromheen gedrapeerde plastic zakje. Een uur lang trap ik inwendig mezelf vervloekend door. Met m’n goede ideeën en m’n nieuwe hobby. Het maakt dat ik redelijk diep kom te zitten. De afgelopen maanden waren op bepaalde vlakken nou niet echt de beste van mijn leven. En dus komt alles voorbij: boosheid, verdriet, verwerken, flashbacks, oude koeien, naast de levende in de weilanden naast me. Na dat uur lijkt het er letterlijk te zijn uit getrapt. Het giet en waait nog steeds, maar alles lijkt lichter. Ik zing zelfs hardop mee met de muziek.

Ook vandaag wordt het beste voor het laatst bewaard: de regen stopt als ik de Bussumse hei opdraai. Een oase van natuurkleuren, een wijds uitzicht en totale rust en stilte. Als ik een selfie maak zie ik eruit als een krijger op oorlogspad: overal zwarte vegen en modderspetters. Zo heb ik er dus bijna 2,5 uur bij gefietst. Een douche, goede maaltijd en goede gesprekken met vriendin I maken de derde tot de meest memorabele dag. Ik voel zo’n fietsvakantie wel. Letterlijk en figuurlijk, overigens, want de zadelpijn is er inmiddels ook.

Dag 4: Trots

De laatste (schamele) 35 kilometer van Bussum naar Amsterdam. Al vroeg in de ochtend schijnt de zon en legt daarmee Naarden-Vesting en het Muiderslot in een mooi licht. De Zuiderzeedijk leidt me naar huis. Links de weilanden en het groen, rechts het water van het IJmeer. Voor, links en rechts overal schapen (en hun riekende uitwerpselen), waardoor het slalommen is tussen de wol en lachen om de totaal verbaasde blikken van de dieren.

Na de laatste 31 kilometer zit mijn vakantie erop. 186,93 kilometer aan alles: regen, wind, zon, kou, warmte, verdriet, geluk, huilen, lachen, verwerken, vooruitkijken en bovenal trots. Het is een totaal andere manier van vakantie vieren. Fysiek is er niets ontspannends aan, mentaal soms ook niet, maar veelal wel. Niet te vergelijken met eerdere reizen. En daarom zo memorabel. I did it!

Langs de route

Geen fietstype, maar wel van de omgeving genieten? Dit was er zoal te zien tijdens de route.

Slot Zuylen is inmiddels weer open, is een van de oudste kastelen aan de Vecht, net buiten Utrecht. Het in 1250 gebouwde slot heeft ook een prachtige tuin.

Het Amerongsche Bosch is vergeven van de mountainbike-routes, maar ook te voet een bezoek waard: het is er wijds, kleurrijk en vredig.

Op de 69,2 meter hoge Amerongse Berg vind je een herdenkingszuil: de Waterloo-kolom. Kasteel Amerongen, ook weer open, hoort ook op de to do-list, als je er toch bent.

In het eeuwenoude stadje Naarden Vesting lijkt de tijd op sommige plekken bijna stil te hebben gestaan. Het vestingmuseum leert je alles over de interessante geschiedenis van deze schilderachtige plaats.

Het Muiderslot, gebouwd rond 1250, was ooit de ambtswoning van P.C. Hooft. De moes- en kasteeltuin zijn de moeite waard. Maak ook een pitstop in de haven van Muiden.