Nieuws/Lifestyle
695889680
Lifestyle

De ultieme Nederlandse vaarvakantie: de Elfstedentocht

De tocht der tochten werd alweer 23 jaar geleden voor het laatst verreden. Toch ligt de route tussen de elf Friese steden er niet kalmpjes bij. Fiets-, wandel- en watertoeristen volgen de bijna 200 kilometer lange Elfstedenroute, een enkeling zwemt ’m. VRIJ hield het bij een ontspannen sloeptocht.

Wie de volledige Elfstedentocht in een aangenaam tempo wil verkennen, moet er ongeveer twee weken voor uittrekken. In die periode kun je ruim de tijd nemen om de natuur en de elf steden te ontdekken.

Wij varen een deel van de route die start bij Pieter Bosman van Sloepverhuur Hotel Galamadammen in Koudum. Een opgewekte Fries die in het haventje achter het hotel dertien keurige sloepen aanbiedt. De bootjes zijn deze periode niet aan te slepen; zelfs op deze druilerige dag liggen alle dertien sloepen in het water.

We krijgen een kaart mee die ons volgens Bosman langs het mooiste stukje van de Elfstedentocht brengt. Die route brengt ons via drie aaneengesloten meren (De Oarden, Fluessen en Heegermeer) naar het dorpje Heeg. Dit stuk, hemelsbreed ongeveer de helft van onze route, is geen onderdeel van de officiële Elfstedentocht.

Piepklein

Na Heeg gaan we het grote water af en varen we tussen de weilanden naar Woudsend, het Slotermeer en vervolgens Sloten: een van de elf steden. Na een overnachting pakken we door naar Balk en vervolgens varen we via piepkleine kanalen en slootjes terug naar de beginbestemming.

Dat het concept van de Elfstedentocht bij velen in de smaak valt, maakt de grote hoeveelheid campers en caravans in de omgeving duidelijk. Nu een vakantie in het buitenland aanzienlijk minder lonkt, lijkt Friesland een grote aantrekkingskracht te hebben. Fietsers, wandelaars, roeiers en zelfs suppers (die staand op een brede surfplank peddelen) willen de heroïsche route zelf ervaren.

Zodra we met onze sloep het water op gaan, wordt duidelijk waarom toeristen naar dit gebied trekken. Uitgestrekt water zover het oog reikt, door typisch Nederlands groen. Het waait vandaag en de lucht is grijs, maar toch is het heerlijk op het water. Plankgas vooruit, wind in de haren en voelen dat je leeft! Zeilers houden er dezelfde gedachte op na, want vooral zij zijn vandaag op het water te vinden.

Stuurmanskunst

Zodra we de eerste drie meren hebben overgestoken en van onze kapsels nauwelijks iets is overgebleven, pauzeren we in watersportdorp Heeg. Er zijn twee opties: de boot aanmeren in de passantenhaven (circa één euro per persoon) wat enige stuurmanskunst vereist of – veel leuker – door het dorp zelf varen en ergens aan de kade een plekje bemachtigen.

Met ruim 2000 inwoners is het geen plek waar je uren kunt vertoeven, maar het beschermde dorpsgezicht, bestaande uit gebouwen uit de achttiende eeuw, vormen een aangenaam decor. Ook de drie kerken zijn een bezoek waard, maar het leukste blijft vanaf de kade ouderwets bootjes en mensen kijken. Haal een broodje bij de supermarkt, kies een mooi plekje uit en voor je het weet, is er een uur omgevlogen.

Volgende halte: Woudsend, of Wâldsein in het Fries. Vanaf Heeg kom je er binnen twintig minuten via de brede kanalen die langs campings en oude boerderijen lopen. Nadat we op de kruising bij Woudsend drie keer de verkeerde afslag hebben gekozen, lukt het ons om door het pittoreske dorp te varen. Oer-Hollandser wordt het niet: knap onderhouden boerderijen, een kerk, woningen uit de achttiende eeuw met trapgevels, een nauwe brug en een molen.

Bij de brug geniet een vol terras van ons gestuntel. Dat er met koeienletters ’Sloepverhuur’ op de sloep staat, werkt niet in ons voordeel. En ja hoor, daar is de eerste opmerking: ’Dat kan sneller!’ De grappenmaker krijgt een flauw glimlachje terug. Een ander steunt ons met de woorden: ’Blijven lachen, hè’. Zullen we doen...

Nadat we de eerste brug op de route hebben overleefd, gaan we door naar het Slotermeer. Hier begint de Elfstedentocht pas echt. Vanuit IJlst komen de schaatsers hier het meer op, waarna ze doorschaatsen naar vestingstad Sloten aan de zuidoostkant van het meer.

Hoosbui

Om het ons, net als de schaatsers, een beetje zwaar te maken, besluiten de weergoden om een hoosbui los te laten. De wind steekt op en grote druppels landen op ons neer. Een schril contrast met een half uur eerder in Woudsend waar de terrassen goed waren gevuld.

Ik vecht me een weg over het water, door de wind, regen en golven die ons bootje met vlagen alle kanten op smijten en denk ondertussen aan de erbarmelijke omstandigheden die de schaatsers moesten doorstaan. Toch overheersen de prestaties van zwemmer Maarten van der Weijden mijn gedachten. Hij heeft dit hele stuk (en de rest van de route!) gezwommen. Een bovenmenselijke prestatie die ik destijds al niet kon bevatten, maar waarvan ik nu ik een deel van de tocht heb gevaren, nog minder begrijp.

Pastorie

Vanaf het Slotermeer varen we een klein stukje door naar Sloten, waar we onze sloep aanmeren in een van de twee havens die het piepkleine dorp rijk is. We overnachten in het schattige Lodgement Stedswâl, waar we worden ontvangen door eigenaar Epke en zijn hoogzwangere vrouw. Het logement, gelegen aan het kanaal dat midden door het dorp loopt, is gevestigd in een voormalige pastorie naast de kerk.

Epke raadt ons restaurant De Mallemok aan, maar we zijn vergeten te reserveren. Gelukkig bieden een vers frietje en een bankje aan het water uitkomst. Na een wandeling door het stadje dat vroeger een strategisch belang tussen Sneek en de Zuiderzee diende, houden we het voor gezien. Morgen weer een nieuwe dag.

Bruggetjes

Een kakelverse dag, nu met zonneschijn, brengt ons naar Balk, een plek die door watersporters wordt gevreesd vanwege de lage bruggetjes. In twee gevallen hebben we slechts vijftien centimeter ruimte tussen sloep en brug. Schaatsers moeten op deze plek een stukje over de kade klunen. Omdat we in Woudsend al op een brug mochten oefenen, gaan deze twee extreem lage bruggen ons zonder grote problemen af. Als beloning halen we een ijsje bij een van de toeristische winkeltjes.

Tot nog toe genoten we vooral van uitgestrekte wateren en pittoreske dorpen, maar na Balk verandert het landschap volledig. De doorgangen worden aanzienlijk nauwer, waardoor grote boten en zeilers achterblijven. Een echt bos is het niet, maar de omringende bomen vormen een indrukwekkende, natuurlijke tunnel. Erg mooi en ontspannen om doorheen te varen. Het groen wordt afgewisseld met af en toe een villa of een klein weiland. Volstrekte rust.

Ook het eerstvolgende meer, het Wyldemerk, is een oase van rust in vergelijking met de eerdere meren die we aandeden. Rond het meer ligt een beschermd natuurreservaat, waar je heerlijk kunt wandelen als je het varen even beu bent.

Borrel

Na een wandeling varen we via de Spoekhoekster Feart terug naar het eerste grote meer waar we dit avontuur begonnen. Voldaan stappen we aan het einde van de dag weer aan wal en drinken we een borrel op al die helden op schaatsen (én Maarten van der Weijden) die hebben geploeterd om de finish te halen.

Zal de tocht der tochten komende winter weer plaatsvinden? Laten we duimen.

Overnachten

Langs de route zijn talloze hotels, bed & breakfast-accomodaties, Airbnb’s, campings en vakantieparken te vinden. De bootverhuurder of de overnachtingsplek hebben veelal routes uitgestippeld. Wij sliepen op ongeveer de helft van de route in Lodgement Stedswâl, een authentieke locatie in Sloten.

logementstedswal.nl

Verhuur

Sloepverhuur Hotel Galamadammen verhuurt tot oktober motorsloepen tot maximaal 8 personen en waterspoorsloepen voor maximaal 10 personen. De boten kunnen van 09.30 tot 22.00 uur worden gehuurd, dus binnen een dag kan een aardig deel van de Elfstedentocht worden afgelegd.

sloepverhuurhotelgalamadammen.nl