Nieuws/Lifestyle
819248562
Lifestyle

Column

Amsterdam tegen Berlijn

In Skylines berichten onze correspondenten in Parijs, Moskou, Londen en Berlijn over wat hen opvalt. Deze week Rob Savelberg uit Berlijn over de koning van Prenzlauer Berg.

Paradiso, tot de nokl vol, beleefde zo’n twintig jaar terug een vuurdoop: in zwarte smoking en met klodders gel in zijn lange haren kondigde een ring announcer, overstromend van bravoure, een wereldpremière aan: ,,Nooit eerder stonden twee mensen tegenover elkaar om te boksen én te schaken. Totale beheersing van lichaam én geest.”

Een advocaat, een man van de wet, trad op tegen een kunstenaar, gespecialiseerd in de vrijheid. De presentator: „Amsterdam tegen Berlijn, Nederland tegen Duitsland!” En dan, met overslaande stem, de verwelkoming van de tweede strijder: „Dames en heren… hier is de koning van de Prenzlauer Berg... de man met de harde lichaamstaal... de creatief-tactische speler... de kunstenaar... de nar... hier is… Iepe the Joker!”

Gejuich ging op. Iepe Rubingh, een jonge performance-artiest die in de Wilde Neunziger na de val van de Muur in bovenstaande, door zware oorlogsschade getekende arbeiderswijk in het oosten van Berlijn was beland, nam in bokserstenue plaats achter een schaakbord in Amsterdam.

Hij had onze hoofdstad verlaten voor ander avontuur, de geur van vrijheid en anarchie die er aan de Spree hing. Bij zijn afscheid aan de Amstel hing de gesjeesde geschiedenisstudent overal ietwat melancholische posters op: ’Dag Amsterdam. Ihr habt einen Sohn verloren.’ En nu was Rubingh weer terug, werd op eigen bodem de eerste wereldkampioen in de door hemzelf bedachte combinatiesport.

De timmermanszoon uit Rotterdam, de stad die door Hitlers bommen kapot was gesloopt, provoceerde in de voormalige kerk door uitgerekend op Nederlandse bodem de Duitse driekleur en hun volkslied voor zich te laten spelen.

Een enfant terrible, dat met opvallende kunstacties zijn publiek bespeelde. Zoals bij de traditionele 1 mei-rellen in de linksige wijk Kreuzberg. Een vrouw in witte bruidsjurk stond tussen een peloton ME’ers en een waterkanon, en met flessen gewapende, zwartgeklede anarchisten. En schreeuwde plots door een megafoon: „Küssen auf’s Maul!” Onmiddellijk begonnen ingehuurde paartjes elkaar te zoenen, vielen vrijend op de grond. Direct geweld werd zo verhinderd.

Politiek extremisme was ook die tijd in Duitsland heel normaal. Ik was ook bij zijn actie op een andere 1 mei, in de DDR-woonsilowijk Hellersdorf. De blonde Hollander met houten bril liep lichtvoetig boksend en touwtje springend tussen nazi-kaalkoppen. Een ouderwetse Provo, met je reinste ’irritainment’.

Ik zag hem de Hackescher Markt in Berlijn afzetten. Tien mannen renden met rood-wit politietape over de drukke kruising en verbonden alle lantaarns met elkaar. Het werd chaos én volksfeest. Hetzelfde deed hij, in kanariegeel kostuum, op het drukste plein van Tokio, belandde tien dagen in de cel.

Het liefst werkte hij met veel mensen, richtte zo de eerste schaakboksclub ter wereld op, een voorbeeld dat van Moskou tot Londen, van India tot Iran werd gevolgd.

Op 8 mei 2020, exact driekwart eeuw na de Duitse capitulatie in ’45, werd de 45-jarige Rubingh dood in zijn woning gevonden. De koning was gevallen. Op posters in de stad stond: ’Tschüss, Berlin! Jullie hebben een zoon verloren.’