Nieuws/Lifestyle
827744
Lifestyle

Leef nu!

Boosheid de baas?

Ooit zo boos geweest dat de stoom uit uw oren kwam en u dingen deed of zei waarvan u later spijt kreeg? Boosheid is gelukkig ook ergens goed voor. Maar let op: de aanval is niet altijd de beste verdediging.

Er is weinig voor nodig om Jos (53) uit Amsterdam kwaad te krijgen. Een bumperklever, voordringende klanten in de rij bij de supermarkt of kritiek van zijn vriendin op zijn schoonmaakkwaliteiten. „Laatst nog, toen de pakketbezorger net iets te lang op de deurbel drukte”, geeft de Amsterdammer toe. „Dan ben ik in staat om hem wat aan te doen. Maar ik houd me in....”

Jos is allerminst trots op zijn korte lontje. Hij schreef zich afgelopen zomer zelfs in voor een eendaagse cursus woedebeheersing. In een rollenspel met andere cursisten leerde hij onder meer tot tien tellen en zijn boosheid onder woorden te brengen. „Dat hield ik een paar weken vol, maar ik blijf een driftkikker. Daar kan ik me dan ook weer boos over maken”, verzucht hij. „Nou ja, zeg maar gerust woedend!”

Agneta Fischer (58) is hoogleraar Emoties en affectieve processen aan de afdeling Psycholologie van de Universiteit van Amsterdam. Volgens haar is woede niet anders dan een extreme vorm van boosheid waarbij emoties de overhand nemen. Onze gevoelens, zo stelt de hoogleraar, krijgen voorrang op de nuance in de manier waarop we reageren. „Daarom zeggen of doen we in een driftbui soms dingen die we daarna ongedaan willen maken”, zegt Fischer.

Boosheid kan worden gezien als een natuurlijke manier van zelfbescherming. „Als je terecht of onterecht wordt aangevallen, ga je in de verdediging. Dat kan door met de ander in gesprek te gaan en te zeggen dat je zijn of haar gedrag niet op prijs stelt. Maar is de boosheid zo extreem, dan kan men geneigd zijn om letterlijk in de tegenaanval te gaan. Soms met fysiek geweld tot gevolg.”

De hevigheid van een woedeaanval heeft volgens Fischer te maken met meerdere factoren. „Hoe extremer de situatie, des te erger de boosheid”, stelt zij. „Stel dat je wordt uitgescholden, dan zul je bozer reageren dan wanneer iemand bijvoorbeeld milde kritiek op je werk heeft.”

Daarnaast zijn er individuele verschillen. „De ene persoon is nou eenmaal wat temperamentvoller dan de ander”, aldus Fischer. „Bovendien kan sprake zijn van aangeleerd gedrag. Als ouders altijd mopperen op anderen of de wereld verontwaardigd tegemoet treden, dan is de kans groot dat een kind hun gedrag overneemt.”

Volgens de hoogleraar gaan mannen en vrouwen meestal hetzelfde met boosheid om. „Vrouwen hebben vaker de neiging boosheid te onderdrukken. Dat heeft deels te maken met opvoeding, maar ook met hormonen. Veel testosteron, waarvan mannen meer hebben, kan vaker tot aanvallend gedrag leiden.”

Een sporadische woedeaanval is beslist geen reden tot paniek. „Tenzij ze negatieve consequenties hebben”, benadrukt de hoogleraar. „Als mensen altijd maar boos zijn en daardoor geen vrienden meer overhouden of als het tot agressie leidt, dan is het slim er iets tegen te doen.”

Wat Fischer betreft kan het sowieso geen kwaad als mensen met een kort lontje zich leren beheersen. „Natuurlijk mag je laten merken dat je boos bent. Dat kan een effectieve manier zijn om de ander duidelijk te maken dat je excuses of gedragsverandering eist. Maar je bereikt een averechts effect als je je emoties te veel laat gaan.”

Opkroppen

Boosheid onderdrukken helpt niet om een woedeaanval te voorkomen. Emoties opkroppen kan juist leiden tot nog grotere uitbarstingen. Het is beter om anders naar de situatie proberen te kijken. Leg de schuld niet meteen bij een ander, maar kijk eerst naar je eigen gedrag. Psychologen noemen dit herinschatting van de situatie, of in het Engels: reappraisal.