Lifestyle/Gezondheid
829545028
Gezondheid

Het bedriegerssyndroom is zo slecht nog niet, zegt een psycholoog

Mensen met het imposter syndroom, oftewel het bedriegerssyndroom, leggen de lat áltijd te hoog voor zichzelf. Ze onderschatten zichzelf en hun werkprestaties en zijn altijd bang om ontmaskerd te worden als ’bedrieger’. Een Amerikaanse psychologe zegt nu dat het bedriegerssyndroom ook een positieve kant heeft.

Volgens Basima Tewfik, verbonden aan de Universiteit van Pennsylvania, zijn mensen met het imposter syndroom over het algemeen prettigere werknemers. Die conclusie trekt zij op basis van de resultaten van haar onderzoek, waarover het Academy of Management Journal schrijft.

Tewfik stelt dat mensen met het imposter syndroom, en dus veelal kampen met faalangst en een laag gevoel van eigenwaarde, beschikken over betere interpersoonlijke vaardigheden dan hun zelfverzekerde collega’s. Zo zouden zij onder andere meer empathie en sympathie kunnen tonen en meer geduld hebben. Dit zou volgens de psychologe betekenen dat zij betere en aangenamere werknemers zijn dan de mensen die wel (of meer) in hun eigen kunnen geloven.

Tewfik analyseerde voor het onderzoek het gedrag en de beoordeling van 3603 werknemers. De mensen die aangaven te lijden aan het bedriegerssyndroom, werden door hun leidinggevenden beoordeeld als ’interpersoonlijk effectiever’ omdat zij zich meer bewust zijn van hun collega’s.

Tewfik wil benadrukken dat het bedriegerssyndroom niet per se iets is om trots op te zijn. „Het heeft namelijk nadelige gevolgen voor je welzijn, zoals stress.”