Nieuws/Lifestyle
953770
Lifestyle

Spijt

’Ik liet mijn huis verslonzen’

Kort nadat onze dochter op kamers ging om te studeren, hield mijn vrouw het voor gezien. Zij had al jaren genoeg van me, zei ze plompverloren. Ze hoefde helemaal niets van meer van me, ook geen alimentatie. Wat ons huis betreft kocht ik haar uit.

Daar zat ik dan. In een lege woning, met een leeg leven. Ik was als verdoofd en begroef me in mijn werk.

Het lukte me nog net om elke week te stofzuigen. Ook bleef ik braaf mijn kleding wassen en overhemden strijken om er representatief uit te zien. Maar stoffen en poetsen zijn niet aan mij besteed.

Ik besefte dat er iets moest gebeuren. In amper een jaar tijd versleet ik drie werksters. De eerste ging verhuizen, de tweede haakte om medische redenen af.

De derde was stapelgek. Ze luisterde niet naar me als ik haar vroeg om bijvoorbeeld de keukenkastjes uit te soppen en wat strijkwerk te doen. In plaats daarvan lapte ze de ramen terwijl er een week regen was voorspeld.

Ik gaf het op. Nog steeds deed ik het hoognodige in huis, zoals het sanitair, maar voor de rest vond ik het wel prima. Terwijl de keuken eigenlijk dringend moest worden schoongemaakt, was ik liever op zolder waar ik eindelijk een modelspoorbaan in elkaar kon knutselen; een oude hobby. De geluiden en de knipperlichten terwijl ik daar peinzend met een kop koffie of een biertje zat, ervoer ik als heel rustgevend.

Eens per maand kwam mijn dochter langs. Ik vond het heerlijk om alles over haar nieuwe leven en haar studie te horen. Op een gegeven moment kwam ze binnen en trok haar neus op: „Het wordt hier wel een bende, pap.” Voortaan spraken we maar in het café af.

Nu had ik nog minder reden om het huis goed bij te houden. Met vrienden sprak ik sowieso buiten de deur af.

Niemand die zag hoe het het fornuis aankoekte of hoe er een laag stof op de vensterbank kwam te liggen. Soms kreeg ik de geest en hield ik met tegenzin een schoonmaakweekeinde.

Sinds mijn echtgenote was vertrokken, stond ik wantrouwig tegenover vrouwen. Toen ik een oude vriend in het ziekenhuis bezocht, raakte ik aan de praat met een van de vrijwilligsters in de koffieshop. Rieneke bleek zomaar in mij geïnteresseerd. Ik hield de boot af, maar het kwam toch tot een lunchafspraak. Heel langzaam raakte ik in haar ban.

Toen kwam de onvermijdelijke vraag: „Zullen we eens bij jou thuis afspreken?” Ik stamelde dat het een beetje een zootje was. Een man alleen, hè...

Wat had ik een spijt dat ik de boel zo had laten verslonzen! Maar ik kon Rieneke niet eeuwig buiten de deur houden. Ik deed mijn uiterste best om de benedenverdieping zo presentabel mogelijk te maken. Waar ik beslist niet op had gerekend, is dat zij zou blijven slapen. Gelukkig had ik het bed net de week daarvoor verschoond.

Maar de volgende ochtend kwam Rieneke met grote ogen uit de badkamer: „Dit kán toch niet zo!” De volgende keer stond zij demonstratief met poetsdoeken en Cif voor de deur. Ik schaamde me kapot. Woedend riep ik: „Ik doe wat ik wil in mijn eigen huis! Laat me met rust!” Helaas is dat ook precies wat ze deed.

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 550 woorden, naar vrij@telegraaf.nl