Nieuws/Buitenland
1010686
Buitenland

Tunesië heeft nieuwe grondwet

Het parlement in Tunesië heeft zondag de nieuwe grondwet van het Noord-Afrikaanse land goedgekeurd. Het is de tweede grondwet sinds zijn onafhankelijkheid en de eerste sinds de val van dictator Zine el-Abidine Ben Ali begin 2011. Van de 216 parlementariërs stemden 200 voor, 12 tegen en vier onthielden zich van stemming.

Premier Mehdi Jomaa van Tunesië wees eerder op de dag een tijdelijk kabinet aan dat het land moet regeren tot de verkiezingen. Dit is een van de laatste stappen naar democratie, 3 jaar na de volksopstand.

Jomaa benoemde Hakim Ben Hammouda, een econoom met ervaring bij de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, tot minister van Financiën, en Mongi Hamdi, een ex-VN-functionaris, tot minister van Buitenlandse Zaken. Er is nog geen datum bekendgemaakt voor de verkiezingen, maar verwacht wordt dat die dit jaar plaatsvinden.

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties was vol lof over de politieke stappen die Tunesië zette. Hij betitelde de nieuwe grondwet als een „historische mijlpaal”. Hij riep de internationale gemeenschap op het Afrikaanse land te ondersteunen op de weg naar democratie en droeg Tunesië op zorg te dragen voor een vreedzame ontwikkeling van het democratisch proces.

Tunesië was 3 jaar geleden het eerste land in Noord-Afrika en het Midden-Oosten waar in de recente geschiedenis een autoritaire president door een volksopstand werd afgezet. De ontwikkeling van een democratisch systeem verloopt niet zonder slag of stoot. Vorig jaar werden twee politici, Chokri Belaïd en Mohamed Brahmi, vermoord. Maar Tunesië doet het beter dan onrustige landen als Egypte, Libië en Jemen, die ook autoritaire leiders verdreven met volksopstanden.