Nieuws/Buitenland

President Centraal-Afrika stapt toch op

Michel Djotodia, die zichzelf als president van de Centraal-Afrikaanse Republiek lanceerde, geeft die functie op. Dat is vrijdag bekendgemaakt aan het slot van een regionale topconferentie in Tsjaad, een buurland van Centraal-Afrika. Toen zijn vertrek doordrong in het door geweld geteisterde Afrikaanse land, gingen duizenden mensen in de hoofdstad Bangui zingend en dansend de straat op om het te vieren.

Djotodia stortte met zijn allegaartje aan strijders die zich Séléka noemden, begin vorig jaar het arme land in een golf van geweld en veroverde de hoofdstad Bangui in maart. Hij verjoeg president François Bozizé en riep zichzelf tot voorlopig staatshoofd uit.

Als 'interim-president' bleek hij geen greep te hebben op de moordende en plunderende bendes van Séléka, veelal moslimstrijders. Landen die recentelijk militair zijn gaan ingrijpen om het bloedvergieten te stoppen, inclusief Tsjaad en Frankrijk, wilden van Djotodia af. Hoewel zijn medewerkers donderdag nog verzekerden dat Djotodia zou aanblijven, werd de internationale druk te groot. Ook premier Nicolas Tiangaye is opgestapt.

Door het geweld zijn duizenden mensen om het leven gekomen en zeker 1 miljoen mensen op de vlucht geslagen. Onder anderen veel christenen vreesden voor hun leven en zochten hun heil in kampen. Ook christenen hebben milities opgericht. Velen houden zich schuil bij het vliegveld waar de Franse troepen bescherming bieden.

Volgens inwoners van enkele buurten schoten Séléka-strijders na het nieuws met hun wapens in de lucht. De ongeveer 1600 Franse militairen in de CAR, die opereren onder een VN-mandaat, hebben hun zichtbaarheid op straat meteen vergroot. De Fransen versterken de ongeveer 4000 Afrikaanse troepen die daar zijn ingezet. Het is de bedoeling dat er 6000 Afrikaanse militairen worden ingezet in het straatarme land. De mensenrechtenorganisatie Amnesty International drong er vrijdag op aan het huidige aantal snel te verhogen.