Nieuws/Binnenland

Kabinet laat besluit PGGM ongemoeid

Het kabinet ziet voor zichzelf geen rol weggelegd in de ontstane kwestie rond pensioenfonds PGGM. Minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) zal dan ook geen contact opnemen met PGGM over diens besluit om niet meer te investeren in Israëlische banken. Israël wil juist dat het kabinet stelling neemt tegen de beslissing. Premier Rutte zei op zijn beurt dat de relatie met Israël nog altijd goed is.

„Het is niet aan de Nederlandse overheid om zich bezig te houden met beslissingen van individuele bedrijven”, zei Timmermans na afloop van de ministerraad vrijdag. Hij ziet ook geen aanleiding om contact op te nemen met zijn Israëlische ambtgenoot in Jeruzalem.

Eerder op de dag werd de Nederlandse ambassadeur in Tel Aviv op het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken ontboden. De Israëlische regering wil dat de Nederlandse regering afstand neemt van het besluit van PGGM, dat Jeruzalem „onacceptabel” noemt, en de relatie tussen beide landen beschadigt.

Volgens Timmermans wordt de relatie niet beschadigd door het gebeuren. Hij vindt de hele kwestie „erg zwaar aangezet”. Het moet naar zijn mening worden gezien in „een politiek wat gespannen context die te maken heeft met de onderhandelingen” die worden gevoerd tussen Israël en de Palestijnen.

Het ontmoedigen van Nederlandse bedrijven om te investeren in Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden, is al jaren staand beleid, aldus de minister. Hij benadrukte opnieuw dat het kabinet tegen een boycot van en sancties tegen Israël is.

De regering is juist voor goede relaties tussen Nederlandse en Israëlische bedrijven, verklaarde premier Mark Rutte later op zijn persconferentie. In het besluit van PGGM speelde de regering geen rol. Het besluit past volgens hem ook niet binnen het ontmoedigingsbeleid van het kabinet.

De relatie met Israël noemde Rutte „uitstekend”. Het enige punt van verschil dat Nederland met Israël heeft is de nederzettingenpolitiek, voegde hij eraan toe. Hierin wordt een „consequente lijn” gevoerd en heeft het kabinet „geen koerswijziging” ingezet. Hij ziet ook geen aanleiding om contact op te nemen met de Israëlische premier om de zaak te bespreken.