Nieuws

PGGM blijft bij besluit Israëlische banken

Pensioenuitvoerder PGGM blijft bij zijn besluit niet meer te beleggen in vijf Israëlische banken wegens hun betrokkenheid bij de bouw van Joodse nederzettingen in bezette Palestijnse gebieden. Dit zei een woordvoerder vrijdag nadat Israël de Nederlandse ambassadeur had ontboden over de kwestie.

PGGM had rond 10 miljoen euro geïnvesteerd in Bank Hapoalim, Bank Leumi, First International Bank of Israel, Israel Discount Bank en Mizrahi Tefahot Bank. De pensioenbelegger heeft de aandelen inmiddels verkocht.

Met deze uitsluiting heeft PGGM op geen enkele wijze de intentie gehad Israël te boycotten, benadrukt de woordvoerder. Eveneens is er geen sprake van dat PGGM een politiek signaal heeft willen afgeven. „Het besluit is in volstrekte zelfstandigheid genomen en er is geen druk op PGGM uitgeoefend.” PGGM wijst erop dat het na de uitsluiting van de banken nog steeds belangen heeft in tientallen Israëlische ondernemingen.

„PGGM zoekt als 'actief aandeelhouder' de dialoog met ondernemingen als ze zich niet gedragen naar de normen die wij hanteren voor verantwoord beleggen”, verklaart de woordvoerder. „Die dialoog zetten we voort zolang er uitzicht is op verbetering van het gedrag van de aangesproken onderneming. Blijkt het gesprek uiteindelijk vruchteloos, dan kan worden overgegaan tot uitsluiting. Maar uitsluiting is geen doel op zich.”

Zo besloot PGGM vorig jaar niet langer te investeren in de Amerikaanse supermarktketen Walmart en enkele tabaksproducenten. De criteria om uit te sluiten kunnen ecologisch wangedrag betreffen, stelselmatige overtreding van arbeidswetten of slecht ondernemingsbestuur. Ook mensenrechtenschendingen zijn reden tot uitsluiting.

Het gesprek met de Israëlische banken heeft enkele jaren in beslag genomen, zegt PGGM. „Het besluit de vijf banken uit te sluiten heeft dan ook geen enkele relatie tot recente stappen van andere Nederlandse bedrijven.”