Nieuws/Binnenland

Duurzaam inkopen is een hele kluif

Duurzaam inkopen is allesbehalve een vanzelfsprekendheid is in het Nederlandse bedrijfsleven. Gebrek aan kennis en een uniforme Europese vergelijkingsmethode, maar ook de gevolgen van de crisis zijn de grootste boosdoeners.

Dit blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Kien in opdracht van Interface onder 587 inkopers. Van de ondervraagden geeft 55% aan dat duurzaamheid een belangrijke rol speelt bij het inkoopproces, maar deze wordt volgens 43% belemmerd door de crisis.

De kostprijs van een product is nog steeds de belangrijkste factor in het inkoopbeleid, en recyclebaarheid, de CO2-voetafdruk en het voldoen aan de principes van de circulaire economie daarentegen nauwelijks. Het merendeel (65%) vindt kennis over duurzame productieprocessen en innovaties belangrijk om goed te kunnen inkopen. Bijna allemaal zouden zij er meer over willen leren en een kwart denkt beter duurzame producten te kunnen inkopen door meer training. Hoewel bijna driekwart zijn kennis over duurzaam inkopen toch een voldoende geeft, blijken veel inkoopmanagers niet te weten wat duurzaamheidsbegrippen als cradle-to-cradle, LCA, GRI en circulair inkopen betekenen.

“Om de duurzame ambities van Nederland te realiseren moet de overheid maatregelen nemen: strengere duurzaamheidseisen voor nieuwe producten, fiscale stimulering. En een uniform label voor producten uit dezelfde categorie om een einde te maken aan de wirwar aan duurzaamheidslabels en greenwashing. Ook zijn er enorm veel voorstanders van één universele Europese methode om verschillende producten met elkaar te kunnen vergelijken op hun impact op het milieu”, aldus Ton van Keken, Senior Vice President of Operations van Interface EMEA.