Nieuws/Binnenland
1018469749
Binnenland

’Zeventig doden door Nederlandse bom in Irak’

DEN HAAG - Zeker zeventig burgers zijn in 2015 om het leven gekomen door een aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija. Dat melden NOS en NRC op basis van bronnen.

In gebouwen en huizen rond de bommenopslagplaats zouden veel vluchtelingen hebben verbleven. Mogelijk was volgens NRC sprake van verouderde inlichtingen over het aantal omwonenden en de aanwezigheid van explosieven, maar de NOS heeft een Irakees gesproken die stelt informatie over omwonenden te hebben doorgegeven aan het Iraakse leger. Onduidelijk is of die informatie de Nederlandse luchtmacht heeft bereikt.

Volgens de NOS en NRC heeft het Amerikaanse Pentagon bevestigd dat bij de aanval in de nacht van 3 juni zeventig burgers omkwamen. De NOS schrijft echter dat ooggetuigen spreken van veel meer doden, onder wie zeker 23 kinderen. Ook waren er honderden gewonden.

Een complete wijk in Hawija zou zijn verwoest. Het zogenoemde targeting-proces zou zeer zorgvuldig zijn geweest en er is een vrij kleine bom gebruikt. Het incident werd volgens het Pentagon zo groot door de enorme hoeveelheid munitie die in de fabriek lag, aldus de NOS.

Volgens de NOS is het de eerste keer dat duidelijk wordt waar Nederland heeft gebombardeerd in Syrië en Irak en hoeveel burgerslachtoffers daarbij vielen. De internationale coalitie heeft met het oog op de nationale veiligheid en die van de vliegers afgesproken betrokkenheid van landen bij luchtaanvallen niet prijs te geven.

Het Openbaar Ministerie zou de zaak vorig jaar hebben onderzocht, maar tot de conclusie zijn gekomen dat er geen aanleiding was voor een vervolgonderzoek. Het Pentagon zou hetzelfde hebben geconcludeerd.

Het ministerie van Defensie laat in een ractie weten dat het burgerslachtoffers altijd ’te allen tijde’ wil voorkomen. „Voor nabestaanden is dit verschrikkelijk.” Het ministerie kijkt momenteel ’serieus’ of het transparanter kan zijn over burgerdoden die bij Nederlandse luchtaanvallen vallen. Toch zegt Defensie niet in te kunnen gaan op ’specifieke inzet’. „Omdat het gaat om de veiligheid van onze vliegers en hun thuisfront, deveiligheid van de operatie en ook die van Nederland.”