Nieuws/Binnenland
1022701
Binnenland

GGZ Halsteren kon moord niet vermoeden

De GGZ Westelijk Noord-Brabant (GGZ WNB) kon niet vermoeden dat een 27-jarige bewoner van de psychiatrische kliniek op landgoed Vrederust in Halsteren een andere cliënt zou vermoorden. Het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT) concludeert dat maandag in een onderzoek in opdracht van de GGZ-instelling.

„Keuzes van de GGZ WNB zijn te volgen in het licht van gemaakte afspraken en passen binnen de gebruikelijke handelwijzen. Er zijn belangrijke aandachtspunten en er kunnen ook kanttekeningen worden geplaatst maar deze zijn niet bepalend geweest voor de tragisch afloop in deze situatie. Op basis van risico-inschattingen en signalen kon de noodlottige afloop niet worden vermoed”, staat in de hoofdconclusie die de GGZ maandag heeft gepubliceerd.

De 27-jarige verdachte meldde zich in oktober bij de politie met het verhaal dat hij iemand had vermoord en begraven in het nabijgelegen bos. In het bos werd inderdaad het lijk gevonden van een andere patiënt van de GGZ-instelling. De verdachte verbleef op een gesloten afdeling van Vrederust en had beperkte bewegingsvrijheid. In overleg mocht hij de kliniek verlaten.

Nabestaanden van de vermoorde patiënt hebben de psychiatrische kliniek aansprakelijk gesteld. Ze vinden dat er fouten zijn gemaakt waardoor de moord kon gebeuren.

Kort voor zijn dood werd de vaste klant van Vrederust geweigerd toen hij weer wilde worden opgenomen. Advocaat Tom Eskes vertelde maandag dat aan hem is uitgelegd dat de patiënt werd geweigerd omdat hij in strijd met het advies van zijn psychiater zelf ontslag had genomen. Maar de kliniek moest weten dat de zwakbegaafde cliënt de impact van zijn eigen beslissing niet kon overzien, meent de raadsman.

De advocaat heeft geen goed woord over voor het 'gestuurde' COT-onderzoek. „Het is zeer teleurstellend en voegt niks toe. Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vragen en het sterkt onze overtuiging dat de GGZ iets te verbergen heeft.”