Nieuws
1022797
Nieuws

Kankerpatiënt mist steun

Acht op de tien kankerpatiënten ervaart lichamelijke en psychosociale problemen zoals pijn, vermoeidheid en emotionele problemen. Doorgaans krijgen ze veel steun van familie en vrienden, maar ze zouden graag meer ondersteund willen worden door artsen en andere zorgverleners.

Dit blijkt uit een studie van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL).

Kanker en de bijbehorende behandelingen kunnen patiënten tal van problemen geven. Mensen met kanker ervaren hun algemene gezondheid dan ook als minder goed dan gezonde mensen. Ze vinden hun fysiek functioneren minder, zijn minder vitaal en hebben meer pijn. Ook worden ze door lichamelijke en emotionele problemen meer belemmerd bij het werk en andere dagelijkse en sociale activiteiten, ze hebben moeite met herinneren en minder grip op hun emoties.

Ondersteuning

Veel kankerpatiënten krijgen bij deze praktische en lichamelijke problemen ondersteuning van hun partner, familie of vrienden. Slechts iets meer dan de helft legt ze voor aan een arts, verpleegkundige of paramedicus. Een derde bespreekt de problemen met andere mensen met kanker of iemand van een patiëntenorganisatie en een vijfde met een psychosociale hulpverlener, zoals een psycholoog, geestelijk verzorger of gespecialiseerde ondersteuning voor mensen met kanker.

Behoefte

Deze ondersteuning is niet altijd voldoende. Drie van de tien kankerpatiënten zouden hun problemen graag meer met naasten bespreken. En een even groot deel zou zijn of haar problemen graag meer met een (para)medicus of verpleegkundige willen bespreken. Een vijfde was bovendien graag meer bijgestaan door een psychosociaal hulpverlener. Vooral voor sociale problemen missen kankerpatiënten ondersteuning – ze zouden deze het liefst krijgen van naasten en psychosociale hulpverleners.