Nieuws/Binnenland
1022827
Binnenland

Pianoverkoop duikt naar laagste niveau in tien jaar

De verkopen van nieuwe akoestische piano’s en vleugels in ons land zijn de afgelopen jaren fors gedaald. De economische onzekerheid bij consumenten is ook aan deze markt niet voorbijgegaan. En wie nog wel een klavier wil aanschaffen, kiest steeds vaker voor spotgoedkope modellen uit China.

Uit cijfers van de Nederlandse Piano en Muziekinstrumentenbond (NPMB) blijkt dat de grootste winkels begin deze eeuw nog ongeveer 3500 piano’s en vleugels met echte snaren en hamerwerk wisten te verkopen. Dit jaar blijft de teller waarschijnlijk steken op circa 1900.

Oorzaak: de consument houdt de hand op de knip en ook muziekscholen en concertpodia plaatsen vanwege de overheidsbezuinigingen op cultuur minder bestellingen.Rob Klugkist, directeur van pianowinkelketen Clavis, herinnert zich dat het moment dat Nederlandse verkopen van vleugels instortte tegelijk viel met het faillissement van DSB Bank. „Veel mensen waren in één klap hun spaargeld boven de ton kwijt. Terwijl vleugels juist uit dit soort potjes betaald werden. Je ziet wel dat de digitale piano’s en vleugels aan een enorme opmars bezig zijn. Maar die kosten veel minder dan akoestische, waardoor ik vijf keer zo hard moet werken om dezelfde omzet te halen.”

Daar komt volgens Klugkist bij dat beginnende pianisten tegenwoordig liever kiezen voor een piano van Chinese makelij die pakweg €2000 kost. „Chinezen hebben de afgelopen decennia complete Europese fabrieken overgenomen die in zwaar weer verkeerden. De piano’s worden nog wel onder merknamen als Gerh. Steinberg verkocht, maar in China geproduceerd. Ze zijn kwalitatief een stuk minder dan een Europese Petrof, Schimmel of Japanse Yamaha. Maar de consument gaat voor prijs en is moeilijk naar een model van €6000 te krijgen.”

Door de verplaatsing van productie naar lagelonenlanden hebben veel Europese merken het loodje gelegd. Volgens The Economist is het aantal fabrieken op ons continent gedaald van 300 halverwege de vorige eeuw naar negen anno 2013. Tekenend was de inlijving van het Oostenrijkse Bösendorfer in 2007 door Yamaha, omdat de Japanners het verdwijnen van de merknaam koste wat kost wilden voorkomen. In Nederland legde Rippen uit Ede overigens al aan het begin van de jaren negentig het loodje als laatste Hollandse bouwer.

Toch zijn er volgens NPMB-voorzitter Ruud Veenstra ook lichtpuntjes. „We zien de aankopen in de laatste twee maanden van 2013 voor het eerst sinds lange tijd weer aantrekken. Daarnaast kopen consumenten die wel voor kwaliteit gaan tegenwoordig een ’silent piano’. Die zijn nog wel compleet met snaarwerk en hamerkoppen. Maar het geluid kan met een hightech systeem worden gedempt, waardoor het alleen nog maar hoorbaar is via een koptelefoon. Deze kasten zijn al snel €2000 duurder dan de standaard akoestische piano.”Veenstra zegt rijken der aarde een dure vleugel kopen als statussymbool. Ook heeft private equity haar intrede gedaan met de verkoop van Steinway aan Paulson & Co, afgelopen augustus.