Nieuws/Binnenland
1023152907
Binnenland

’CO2-opslag stap dichterbij door toekenning miljardensubsidie’

DEN HAAG - Het megaproject om CO2 van de industrie in de Rotterdamse haven op te slaan in een leeg gasveld, is een stap dichterbij gekomen. De betrokken bedrijven hebben subsidie toegekend gekregen die kan oplopen tot ruim 2 miljard euro, zo bevestigt een woordvoerder van Shell na berichtgeving door de NOS. Shell is met de raffinaderij in Pernis de grootste deelnemer aan het project Porthos. Ook ExxonMobil, Air Liquide en Air Products doen daaraan mee.

De bedrijven willen met de ondergrondse CO2-opslag, op zo’n 20 kilometer uit de kust, voorkomen dat het broeikasgas in de atmosfeer terechtkomt en bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Die techniek heet carbon capture and storage (CCS).

Met de toekenning van de subsidie is volgens Shell „een cruciale hobbel genomen.” Een volgende belangrijke stap is het krijgen van de benodigde vergunningen. „Als we die begin volgend jaar binnen hebben, kan de schop de grond in”, laat de woordvoerder van het olie- en gasbedrijf weten. De planning is dat vanaf 2024 daadwerkelijk CO2 zal worden opgeslagen.

Het uiteindelijke subsidiebedrag staat nog niet vast. De overheid legt alleen het deel bij dat onrendabel is voor bedrijven. Normaal moeten zij geld betalen om CO2 te mogen uitstoten. Momenteel ligt de prijs voor die zogeheten emissierechten, die verhandelbaar zijn in de EU, op circa 50 euro per ton. Het opslaan van CO2 in de grond gaat volgens schattingen zo’n 80 euro per ton kosten. Dat is dus duurder dan het de lucht in laten gaan. De overheid legt het verschil bij en zorgt er zo voor dat de techniek rendabel is. Als de prijs van uitstootrechten verder zal stijgen, wat wel de verwachting is, wordt het verschil steeds kleiner. „Uiteindelijk wordt waarschijnlijk veel minder uitgekeerd”, aldus Shell.

CO2-opslag kent ook tegenstanders. Milieuorganisatie Greenpeace vindt het „een schijnoplossing” voor de klimaatcrisis en noemde Porthos eerder een „megalomaan, duur en risicovol project.” Milieudefensie is ook geen fan van CCS, maar die organisatie is niet principieel tegen de techniek en vindt dat het in sommige sectoren „een overbruggingsoptie” kan zijn.

De subsidie komt uit de zogeheten SDE++-regeling van het ministerie van Economische Zaken. Voluit heet die regeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie. Geld uit deze pot wordt ook gebruikt om bijvoorbeeld windparken te subsidiëren.