Nieuws/Binnenland
1026063
Binnenland

Kleding met een verhaal

Tweedehands meubels en kleding zijn hun stoffige imago ontstegen. De herwaardering van oude spullen, aangewakkerd door de economische crisis, is een trend waar veel slimme ondernemers op in springen. Consumenten die op zoek zijn naar unieke vintage kleding hoeven zich al lang niet meer rot te zoeken op websites als Marktplaats; er komen steeds meer gebruiksvriendelijke en eigentijdse alternatieven, zoals Trash to Treasure en The Next Closet, online.

“We proberen een alternatief te bieden voor grote aanbieders van tweedehands kleding zoals Marktplaats, waar je vaak door de bomen het bos niet meer ziet. Je krijgt daar honderden hits als je bijvoorbeeld zoekt op ‘gele trui’”, vertelt Caroline van ’t Hoff van Trash to Treasure. Het platform wil van het shoppen van kleding een persoonlijke ervaring maken. Bij elk kledingstuk zit een kaartje met een verhaaltje van de vorige eigenaar. De webwinkel is ook verdeeld in kledingkasten van de aanbieders. “Zo kun je shoppen op stijl. Grote kans dat je niet alleen de schoenen die iemand verkoopt leuk vindt maar ook de rest van haar collectie.”Van ’t Hoff en haar collega Leanne Jacometti begonnen hun onderneming anderhalf jaar geleden offline met evenementen waar kleding veelvuldig van eigenaar wisselde, ook de winkel die ze een half jaar later in Amsterdam openden was een instant succes. Met de webshop, die vorige maand online ging, willen ze nu de volgende stap zetten. “We merken nu al dat ons bereik veel groter is geworden. We hebben al pakketjes door heel Nederland verstuurd”, aldus een enthousiaste Van ’t Hoff. 

Kleinschalig en persoonlijkConsumenten worden aangetrokken door de kleinschalige en persoonlijke opzet van dit soort websites, denkt Van ’t Hoff. “Tweedehands wordt meteen minder stoffig als je weet van wie een kledingstuk geweest is. De verhaaltjes bij onze kledingstukken maken een item uniek.” Thalita van Ogtrop van The Next Closet merkt ook dat het exclusieve en persoonlijke karakter van haar website aanslaat. “De vrouwen die bij ons kopen vinden het vaak leuk dat hun nieuwe kleding een verleden heeft en vrouwen die hun kleding bij ons aanbieden doen dat meestal niet eens voor het geld maar omdat ze het een fijn idee vinden dat hun kleding nog een tweede leven krijgt. “The Next Closet van Van Ogtrop en haar partner Lieke Pijpers is een ander concept dan Trash to Treasure: er wordt alleen high end designerkleding verkocht. De dames werden geïnspireerd door al bestaande initiatieven in Amerika, waar dergelijke websites al een flink deel van de vintage kledingmarkt hebben veroverd. “We richten ons uitsluitend op kleding die lang mee gaat en en haar waarde behoudt”, aldus van Ogtrop. “We helpen vrouwen die zich qua stijl en merk willen onderscheiden maar niet het budget hebben om dit te kunnen doen.”Professionele stylingWat beide ondernemingen onderscheidt van het gros, is de verzorgde uitstraling. Alle ingenomen kleding wordt op beide websites eerst op professionele wijze gefotografeerd; bij The Next Closet meestal op paspoppen bij Trash to Treasure op modellen. “Zo krijgen mensen een beter beeld van de kleding dan als ze op een kledinghanger of uitgelegd op bed worden gefotografeerd, zoals je vaak ziet op andere sites”, aldus Van ‘t Hoff. Als de ondernemingen gaan groeien – ook The Next Closet gaat binnenkort de mogelijkheid bieden om direct uit de kledingkast van verkopers te shoppen – zal het niet meer mogelijk zijn om eerst alles professioneel vast te laten leggen. Toch hopen ze bij The Next Closet dat de huidige manier waarop de kleding wordt ‘uitgestald’ een voorbeeld zal zijn voor toekomstige verkoopsters. “De uitstraling vormt een belangrijk deel van ons product”, aldus Van Ogtrop.Zowel bij the Next Closet als bij Trash to Treasure kijken ze met vertrouwen naar de toekomst. “We passen in de tijdsgeest”, geloven Van Ogtrop en Van ’t Hoff. “Mensen denken meer na over wat en hoeveel ze uitgeven”, aldus Van ’t Hoff. “Dan koop je liever iets unieks voor een goede prijs dan hetzelfde als honderd anderen bij de Zara.”