Nieuws/Binnenland
1028182072
Binnenland

Voorjaarsnota: AOW stijgt mee met minimumloon

Den Haag - De AOW-uitkering stijgt de komende jaren toch mee met de verhoging van het minimumloon. Na veel politiek verzet tegen de ontkoppeling van de oudedagsvoorziening, is het kabinet overstag gegaan. Gepensioneerden krijgen daardoor in 2023, 2024 en 2025 telkens 2,5 procent AOW erbij. Dat extraatje is wel deels een sigaar uit eigen doos van de ouderen.

Het kabinet heeft de AOW-stijging geregeld in de Voorjaarsnota, die na wekenlang overleggen vrijdag in de ministerraad is afgerond. Het achterblijven van de oudedagsuitkering terwijl het minimumloon wél omhoog gaat, achtervolgt het kabinet al sinds de presentatie van het coalitie-akkoord. De gehele oppositie keerde zich tegen dat voornemen, waardoor de coalitie zich in de Eerste Kamer met een meerderheid van tegenstanders geconfronteerd ziet.

Daarom krijgen gepensioneerden de komende jaren toch een extraatje, waarvan de eerste al in 2023 komt. Het kabinet heeft namelijk besloten om de verhoging van het minimumloon naar voren te halen van 2024 naar 2023, om minima nog een kleine koopkrachtimpuls te geven. Het salaris gaat de komende drie jaar telkens met 2,5 procent omhoog en de AOW stijgt in hetzelfde tempo mee.

De kosten, 2,4 miljard euro per jaar, worden overigens grotendeels wel opgehoest door ouderen zelf. Zo wordt de Inkomensondersteuning AOW (IOAOW) afgeschaft en gaat de voorgenomen verhoging van de ouderenkorting – die was bedoeld om ouderen toch tegemoet te komen – niet door.

De hogere AOW is een van de extra uitgaven die het kabinet ondanks een flink aantal financiële tegenvallers toch doet. De Telegraaf kon eerder al melden dat Defensie er de komende jaren miljarden extra bij krijgt. Daardoor voldoet het kabinet in 2024 en 2025 eindelijk aan de NAVO-norm: twee procent van de omvang van de economie besteden aan Defensie. Daarnaast is bijna 3 miljard euro nodig om de bezwaarmakers in de spaartaks-zaak te compenseren.

Tegenover die extra uitgaven staan ook bezuinigingen. Zo gaat het mes mondjesmaat in eigen vlees: de coalitie snijdt ruim 2 miljard euro uit het in eigen kringen zo geliefde klimaat-, stikstof- en Wopke/Wiebes-fonds. „Een relatief bescheiden bedrag”, vindt minister Kaag (Financiën), die er ook op hint dat burgers zelf meer moeten bijdragen aan vergroening. „De doelstellingen van klimaatverandering, daar hoort ook normering en beprijzing bij”, zegt de D66-bewindsvrouw.

Ook komen er lastenverzwaringen voor bedrijven, vermogenden en ondernemers. „De sterke schouders zullen meer lasten moeten dragen”, zegt Kaag. Bedrijven gaan vanaf volgend jaar eerder het hoge tarief (25,8 in plaats van 15 procent) van de winstbelasting betalen. Dat hoeft nu pas vanaf 395.000 euro, maar die grens gaat naar 2 ton. Ondernemers die hun vermogen in box 2 stallen gaan daar ook meer belasting over betalen. Het tarief is daar nu 26,9 procent. Dat worden straks twee schijven: 26 procent tot 67.000 euro en 29,5 procent over alles daarboven. Bovendien moeten deze ondernemers zichzelf meer loon gaan uitkeren, waarover ze inkomstenbelasting moeten betalen.

Het kabinet bezuinigt ook door een streep te zetten door de verhoging van de vrijstelling bij de spaartaks. Die zou worden verhoogd - van 50.000 naar 80.000 euro - om spaarders in box 3 te ontlasten, maar nu die spaartaks door de uitspraak van de Hoge Raad op de kop gaat, hoeft de hogere vrijstelling ook niet meer door te gaan. Ook komt er een hogere overdrachtsbelasting op ’niet-woningen’ (zoals bedrijfspanden of een huis om te verhuren). Dat tarief gaat van 9 naar 10,1 procent. En het belastingvoordeel voor expats, die nu 5 jaar 30 procent belastingvrij inkomen krijgen, wordt beperkt tot de ’Balkenende-norm’ van 216.000 euro per jaar.

Desalniettemin komt het begrotingstekort dit jaar met 3,4 procent wel uit boven de Europese bovengrens van 3 procent. De staatsschuld loopt de komende jaren ook op naar bijna 55 procent van de omvang van de economie in 2025. Dat is nog ruim onder de Brusselse limiet van 60 procent.