Nieuws/Binnenland
10306
Binnenland

Mick Jagger terug naar eerste liefde

Luister naar het nieuwe coveralbum van The Rolling Stones, Blue & Lonesome, en je begrijpt meteen waarom een mondharmonica ook wel bluesharp wordt genoemd. Mick Jagger weet er op zijn 73e zalig op te blazen, boven de drums en gitaren van consorten Keith Richards, Ronnie Wood en Charlie Watts uit.

’I’m just your fool’, zingt Jagger in de openingstrack en eerste single. Hij spreekt dat laatste woord zo Engels uit als maar mogelijk is. De twaalf nummers op dit album mogen dan lang geleden geboren zijn in Louisiana en Mississippi, de Stones bewijzen dat blues moeiteloos boven de plek van je wieg en de kleur van je huid uitstijgt.

De Stones gaan met dit album, hun eerste studioplaat in elf jaar, terug naar hun eigen roots. Begin jaren 60 deelden Mick Jagger, Keith Richards en overleden Stones-oprichter Brian Jones een flat in West-Londen. Ze luisterden er uren achter elkaar naar bluesplaten van Willie Dixon, Muddy Waters, Jimmy Reed, Howlin’ Wolf. Dit was de muziek die ze wilden maken, die rauwe en mistroostige sound die doordendert als een vrachttrein. Muziek die beelden oproept van donkere, stampvolle bars waar de booze rijkelijk vloeit, waar niemand maalt om zweetplekken en waar de muzikanten doorspelen tot hun vingertoppen bloeden.

Dit is het album dat ze al 55 jaar wilden maken, maar waar ze nu pas tijd voor hadden. Of waar ze zich nu pas klaar voor voelden. Ook de grootste band ter wereld mag aanhikken tegen het coveren van eigen voorbeelden. Welke horde het ook was, eenmaal in de studio vlamde de bluesliefde hoorbaar op. In drie dagen namen ze álles op, live zonder overdubs.

Op Hoo Doo Blues zijn de Stones het meest herkenbaar als zichzelf, met die swing en knauwende Jagger. In Jimmy Reeds Little Rain lijkt de voorman de juiste noten net niet helemaal te halen, maar ook een trein moet wel eens halt houden voor-ie weer door kan denderen. Zoals op Everybody knows about my good thing, waarop gitaarvirtuoos en Eric Clapton - toevallig aan het werk in dezelfde studio - meespeelt.

Little Walter is de artiest die met vier tracks de meeste liefde krijgt. Het hele album kreeg de naam van zijn trage smeekbede uit ’59, die ook met Jaggers veel hogere stem zorgt voor, laten we er niet omheen draaien, zin in seks - „ baby please be sweet to me”. Als dit ’Little Micky’, die naar verluidt rond de 4000 bedpartners heeft gehad, niet nog een paar extra streepjes oplevert op zijn ouwe dag, dan doet niets dat.