1031215
Nieuws

Meer aandacht nodig voor de werkloosheid

Deze week werd in Berlijn het Duitse regeerakkoord gepresenteerd. Omdat Duitsland het machtigste land van de EU is en onze belangrijkste handelspartners is de inhoud van cruciaal belang voor onze economie. Wie had verwacht dat de winnaar van de verkiezingen, Angela Merkel, met een nieuw beleid zou komen, zal teleurgesteld zijn.

Aanhangers van het gevoerde beleid zullen wel tevreden zijn. Bondskanselier Merkel regeert gewoon door met haar middenkoers die een klein beetje naar links wordt bijgestuurd. Zo heeft de nieuwe coalitiepartner, de SPD, bedongen dat er stapsgewijs een minimumloon wordt ingevoerd; in veel andere EU-landen is dat lang het geval.

Alles wijst er op dat Duitsland ook op het terrein van de Europese economische en financiële politiek het bestaande beleid voortzet. Wel onderstreept de drie partijencoalitie (CDU, CSU, SPD) dat Duitsland er alles aan zal doen om Europa en de euro te versterken. Maar in het akkoord zijn geen specifieke maatregelen opgenomen waarmee Duitsland als de belangrijkste motor van de EU de Europese economie gaat aanjagen. De lidstaten zullen vooral op eigen kracht hun economieën moeten laten groeien.

De nieuwe coalitie geeft geen gehoor aan de oproep van internationale economische denktanks om met een expansief beleid de Europese economie een forse impuls te geven. Vooral voor de zwakkere Zuidelijke lidstaten is dat een teleurstelling, maar ook voor ons land zou een dergelijk impuls welkom zijn geweest. We weten nu dat we het echt helemaal zelf moeten doen en die opgave is niet gering.

Voor 2014 variëren de groei voorspellingen voor Nederland tussen plus 0,5% en min 0,1% en daarmee zit ons land in de Europese achterhoede. Het wekt dan ook geen verbazing dat een van de internationale ratingbureaus de rating voor ons land op een lager niveau heeft gesteld.

Leren leven met lage groeipercentages

In eerdere columns hebben wij er al op gewezen dat we in de toekomst mede door de vergrijzing en de krimpende beroepsbevolking moeten gaan rekenen met gemiddelde groeipercentages rond de 1%. Dat is een stuk lager dan de ruim 2% uit het nabije verleden. Dit percentage is positief beïnvloed door de toegenomen participatiegraad van vrouwen. Door de lagere groei zal de schatkist geconfronteerd worden met minder belastingopbrengsten. Verhogingen van belastingen om dit verlies te compenseren bieden geen oplossing. Integendeel, ze remmen de groei af.

Politiek Den Haag zal dan ook moeten leren leven met lagere groei en dus lagere overheidsuitgaven. Dit vereist een andere politiek dan we gewend zijn: bij een lagere groei is het moeilijker meningsverschillen af te kopen. De verwachte lage groeipercentages voor onze economie raken niet alleen de schatkist, maar hebben ook gevolgen voor de werkgelegenheid. Bij hogere groeipercentages was er altijd wel sprake van extra banen. Dat automatisme verdwijnt. Daarnaast zullen er de komende jaren vele tienduizenden traditionele banen in ons land verdwijnen.

Dit verlies aan werkgelegenheid is vooral het gevolg van de nog steeds toenemde automatisering, die vooral hard toeslaat in de bank- en verzekeringssector. Maar ook in de zakelijke dienstverlening gaan er banen verloren. Bovendien zie we nu al dat een toenemend aantal bedrijven niet opgewassen is tegen de scherpere internationale concurrentie en de invloed van het internet op hun marktpositie.

Tot op heden heeft de Haagse politiek zich niet erg bezorgd getoond over deze ontwikkeling. Daarbij speelt ook de gedachte dat de huidige, hoog opgelopen werkloosheid vanzelf wel zal dalen door het toenemend aantal werknemers dat met pensioen gaat. Door de hier geschetste ontwikkeling is er geen reden voor dit optimisme. De kans is juist groot dat ons land nog jarenlang zal kampen met een aanhoudende hoge werkloosheid.

Mismatch

Uitzendorganisatie Tempo-Team heeft deze week nog op een extra probleem gewezen: de toenemende mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Een toenemend aantal werkzoekenden komt moeilijk aan een baan omdat ze zijn opgeleid voor een sector waar geen of minder werk is. Ook komt het steeds vaker voor dat ze te laag zijn geschoold. Maar ook hoger opgeleiden merken dat hun opleiding minder goed aansluit bij de vraag. Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt gaan razend snel. Sectoren die vandaag nog een goed perspectief op werk bieden, kunnen door internationale en technologische ontwikkelingen vrij snel in een dalende trend terecht komen. Zo zien we op onze arbeidsmarkt onder meer een overschot aan managers, marketeers en werkzoekenden met generieke opleidingen. Aan de andere kant is er een groot tekort aan technici op allerlei niveaus, ict-deskundigen, internetspecialisten, maar ook gespecialiseerde vakdocenten.

Op de korte termijn valt deze mismatch moeilijk op te lossen. Bovendien leert het verleden dat het erg moeilijk is voorspellingen te doen over de baankansen in bepaalde sectoren. Toch staan we niet met lege handen. Nu al weten we dat de komende decennia onze economie meer zal veranderen dan de afgelopen veertig jaar. We gaan op weg naar de smartphone en tableteconomie. Internet in combinatie met de opmars van 3D-printen (http://www.3dprintwereld.com/) cloudcomputing, het internet of things, big-data technologie biedt een scala aan nieuwe banen in allerlei sectoren.

Dit betekent zowel werk voor hoger als lager opgeleiden. In ons onderwijs moet daarop nu al pro actief worden ingespeeld. Ook bij om- en herscholingsprogramma’s moet daarmee rekening worden gehouden. Het zou ook helpen als onderwijsinstellingen meer dan thans het geval is bij elke studie een baankans aan geven. Omdat zoals we hiervoor al hebben aangegeven ontwikkelingen op de arbeidsmarkt snel gaan, moet een dergelijke prognose steeds snel geactualiseerd worden. Dat maakt het mogelijk de huidige mismatch en daarmee de werkloosheid terug te dringen. Daarnaast is het nodig dat er gesneden gaat worden in het aanbod van ‘kansloze’ opleidingen. Ook dat voorkomt werkloosheid.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg