Nieuws/Binnenland

Aantal leerlingen per leraar stijgt al jaren

Het aantal leerlingen per leraar is de afgelopen jaren toegenomen. Dat geldt zowel voor basisscholen, middelbare scholen als voor het mbo. Dat meldt de Algemene Onderwijsbond (AOb). De vakbond analyseerde de leerling-leraarratio van de afgelopen zes jaar.

Vorig jaar was die voor basisscholen 18,8 terwijl het in 2007 nog 17,9 was. Op middelbare scholen nam de leerling-leraarratio met 0,8 toe naar 15,3 en op het mbo steeg het van 21,3 in 2007 naar 23,5 vorig jaar.

De gemiddelde groepsgrootte ligt stukken hoger, omdat in deze ratio het aantal leerlingen wordt gedeeld door alle aanwezige leraren, dus ook intern begeleiders, docenten met taakuren voor mentorwerk of die naast hun lessen een team managen.

De grootste onderwijsvakbond hield onlangs een enquête onder de eigen leden over het aantal leerlingen per klas. Daaruit bleek dat een op de zes scholen klassen heeft met meer dan 30 leerlingen erin. Bij hele grote scholen, van meer dan 500 leerlingen, geldt dat zelfs voor een op de vijf. Een groot probleem, vindt de AOb, want hoe meer leerlingen per klas, hoe minder tijd de leraar voor hen heeft.

De vakbond Leraren In Actie (LIA) heeft ook actiegevoerd tegen volle klassen. Op een petitie kwamen ruim 40.000 handtekeningen, waardoor de Tweede Kamer verplicht is om het burgerinitiatief te behandelen.

De organisatie vindt dat de klassengrootte volgend schooljaar naar maximaal 28 leerlingen moet. Binnen 3 jaar moet dat verder worden verminderd naar maximaal 24 leerlingen in een klas.

Het Ministerie van Onderwijs is ook bezig met een onderzoek naar volle schoolklassen. Dit najaar moet dat afgerond zijn, maar het is nog niet duidelijk wanneer.