Nieuws/Binnenland
10335
Binnenland

Opinie Nausicaa Marbe

Politiek mist lef en karakter

In het oude Rome leefden gladiatoren broederlijk naast elkaar. Als krijgsgevangenen, misdadigers of slaven deelden zij hetzelfde lot en leven. Ze woonden bij elkaar in trainingskampen, zaten met elkaar aan banketten die aan gevechten voorafgingen, baden gezamenlijk om levensbehoud en gingen zij aan zij de arena in. Daar kwam het erop neer dat ze hun enige naasten moesten afmaken.

Het beeld van deze menselijke tragiek krijg ik tegenwoordig niet uit mijn hoofd. Dat komt door de geforceerde tweestrijd om het lijsttrekkerschap van de PvdA tussen Diederik Samsom en Lodewijk Asscher. Twee kroonprinsen van een vergaan rijk voeren een treurig toneelstuk op. Waarin Samsom afgedankt wordt alsof hij vier jaar slechts antikraak op de PvdA-fractie heeft mogen oppassen. En waarin Asscher zich ineens vechtlustig en ambitieus voordoet, nadat hij in een lange looptijd naar zijn kandidaatstelling lethargisch met zijn zwijgzaamheid koketteerde: de partijleden zouden geen seconde eerder dan de deadline iets van hem horen.

Samsom en Asscher vertegenwoordigen geen verschillende richtingen binnen de PvdA, maar bezitten hetzelfde, zwaar beschadigde sociaaldemocratische dna. Ze zijn beiden aan heling toe, zou je denken; aan een gezamenlijke inspanning om het gedachtegoed van hun partij te herijken en in een overtuigend verhaal te gieten. Maar nee, de architect en de uitvoerder van de zittende regering bevechten elkaar publiekelijk op hun ‘leiderschapsstijl’.

Ooit kon Nederland nog vermaakt worden met electorale debatten. Politici als Fortuyn en Wilders, die met dreigende massale zeges het politieke landschap op de kop zetten, brachten de spanning terug in de politieke arena. Het Haagse spektakel werd prime time uitgezonden. Verkiezingsdebatten waarin imago’s genadeloos konden sneuvelen en onwetendheid en hypocrisie werden ontmaskerd, waren in trek. Er viel iets te verliezen en te winnen; de gedachte dat alle politiek een pot nat is, had nog niet postgevat. De aantrekkelijkheid van de gevestigde partijen werden gemeten, evenals hun overlevingskansen middenin de populistische storm. Er veranderde wat in Nederland. Er stond veel op het spel.

Maar tijdens de afgelopen verkiezingen sloeg de debatmoeheid toe. Er was geen sprake meer van confrontaties van gedurfde politieke ideeën; lijsttrekkers van kleine, uitgesproken partijen deden niet mee; we zagen steeds dezelfde koppen, vaak herhaalden ze vermoeid hun ingestudeerde marketingverhalen. Ook schoven dezelfde onvermijdelijke gezichten elke avond weer aan een of andere talkshowtafel aan om tussen wezenloos wauwelende BN’ers hun eigen optredens te keuren. De inhoud sneuvelde, het spelletje won.

Er was één persoon die in 2012 indruk maakte: Diederik Samsom. Intelligent en met de gave van het woord, kon hij, ogenschijnlijk luchtig, de flauwekul afkappen en de discussie – ineens inhoudelijk - naar zijn hand zetten. Samsom kon speels en serieus zijn en kwam nooit bang of verkrampt over. Hij was authentiek en dat leverde een spectaculaire winst op.

Nu is hij beschadigd door de coalitie waarvoor hij aanvankelijk applaus kreeg en overrompeld door een kameraad die diezelfde coalitie vertegenwoordigt, maar ineens opportunistisch klappen uitdeelt. Samsoms ongemak hiermee is authentiek, maar daar geeft niemand meer om. Nu geldt hij als slechtere keuze in een gezochte strijd waar velen met plaatsvervangende schaamte naar kijken. Samsom verliest, Asscher wint. Maar kijk je naar de reacties onder Asschers berichten op Facebook, dan blijkt hoe diep gekrenkt een deel van het voormalige PvdA-electoraat is: er wordt geklaagd over verraad en bedrog.

Dat gevoel leeft niet alleen onder teleurgestelde PvdA’ers. Het merendeel van de kiezers weet inmiddels dat er ideologisch weinig te kiezen valt en dat onderscheidend beleid in formaties sneuvelt. Karakterloze politiek kan net zo goed politiek achter gesloten deuren zijn. Een roekeloze compromiscultuur maakt van politiek charlatanerie. De kiezer gaat twijfelen aan het democratische systeem en dat brengt een land grote schade toe.

Ook dat treft de zogenaamde ‘gewone man’: het gebrek aan karakter en lef in de politiek. Lef, ja: de stevig rechte rug; nee tegen de macht zeggen als coalitie-eisen de identiteit van je partij beschadigen. Herkenbaar en betrouwbaar blijven. Hoogste tijd dat partijen uitgebreid formuleren wat vrijheid en democratie voor ze betekenen en hoe ze die herkenbaar kunnen beschermen. Datzelfde geldt voor de menselijke waardigheid en de menselijke maat: hoe worden die weer uitgangspunt van beleid, hoe wordt er voorkomen dat ze sneuvelen? Wat is de betekenis van burgerschap, welke beschermende rol kan de staat nog op zich nemen? En vooral: wat is er van de fouten tot nu toe geleerd?

Zulke fundamentele discussies moeten terug. Nu hebben we vooral rappe slogans die slecht beleid alsnog moeten verkopen of dat losjes verontschuldigen. De kiezer krijgt belerend uitgelegd dat hij het allemaal verkeerd begrijpt. En weer regent het slogans: om te verhullen dat er geen samenhangend verhaal is.

De relatie tussen burger en politiek opnieuw uitvinden – en de zin ervan - is iets dat geen spindoctor kan toveren en geen boze burger kan dicterende. Dat vereist een nieuwe opvatting van politiek bedrijven, een nieuw engagement. Benieuwd wie dat lukt.