1034855
Binnenland

18 jaar geëist tegen hoofdverdachte kunstroof

De officier van justitie in Boekarest heeft dinsdag 18 jaar celstraf geëist tegen Radu Dogaru, een van de hoofdverdachten van de diefstal van zeven schilderijen uit de Rotterdamse Kunsthal. Dat bleek dinsdag tijdens de rechtszaak over de kunstroof in de Roemeense hoofdstad. Zes verdachten staan terecht, van wie een andere hoofdverdachte nog voortvluchtig is. Deze Adria Procop zou samen met Dogaru de doeken uit het museum hebben weggehaald.

De rechter heeft het proces weer opgeschort. Hij wil eerst nog zelf een aantal getuigen gaan horen. De rechter wil op 3 december verder gaan. Het is niet duidelijk hoeveel getuigen hij oproept en of zij op die dag in de rechtszaal moeten verschijnen.

Wel gaf de rechter aan dat hij volgende week dinsdag, 26 november, de straf wil uitspreken voor Radu Dogaru. Hij heeft zijn rol volledig bekend en de rechter zei dat hij dat een helder verhaal vindt. Ondanks de hoge strafeis zei Dogaru's advocaat te verwachten dat zijn cliënt 7 jaar cel krijgt.

Eén verdachte is de moeder van Radu, Olga Dogaru. Zij wordt ervan beschuldigd dat ze gestolen werken heeft verstopt in haar huis. Ze heeft gezegd dat ze ook doeken had verbrand in maar trok die verklaring later weer in. Uit Roemeens onderzoek naar de asresten in haar kachel kwam naar voren dat daar doeken zijn verbrand. De advocaten bestrijden de resultaten van dat onderzoek. Zij hebben aangedrongen op een contra-expertise van de asresten in Nederland. Maar de Roemeense justitie heeft nog geen gehoor gegeven aan dat verzoek. De verdwijning en mogelijke vernietiging van de werken komt in een ander proces aan de orde.

De advocaten willen ook een Roemeense prostituee die in Nederland woont, zelf als getuige horen. Zij heet Natasja en was een vriendin van Radu Dogaru. Zij is wel in Nederland ondervraagd in deze kwestie. Ook probeerden de advocaten dinsdag van de rechter gedaan te krijgen dat er aan het dossier documenten worden toegevoegd waaruit de originaliteit van de zeven gestolen schilderijen moet blijken. In hun verweer benadrukken zij steeds dat de beveiliging in het museum zo slecht was dat het om kopieën van de waardevolle kunstwerken moest gaan. De rechter wees die verzoeken af.