Nieuws/Binnenland
1034979
Binnenland

Uitbreiding zorg voor vermoeiden

Om meer patiënten met het chronisch vermoeidheidssyndroom te kunnen behandelen heeft het Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid getrapte zorg ontwikkeld, gebaseerd op de bestaande cognitieve gedragstherapie.

Promovenda Marcia Tummers deed onderzoek naar de resultaten van getrapte zorg. Ze promoveert op 21 november bij het Radboudumc op dit onderzoek.

Volgens een schatting van de Gezondheidsraad zijn er in Nederland 30.000 tot 40.000 patiënten met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Recent onderzoek maakt aannemelijk dat het werkelijke aantal hoger ligt.

Effectief

Eén van de weinige effectieve behandelingen van CVS is cognitieve gedragstherapie. Omdat de vraag naar deze behandeling groter is dan het aanbod, ontwikkelt het Kenniscentrum initiatieven om de behandelcapaciteit in Nederland uit te breiden. Het is de bedoeling dat de cognitieve gedragstherapie voor CVS-patiënten op den duur bij GGZ-instellingen in heel Nederland beschikbaar is.Opdrachten

Daarnaast ontwikkelde het Kenniscentrum een zelfbehandeling, gebaseerd op de cognitieve gedragstherapie. Deze zelfbehandeling bestaat uit een werkboek met opdrachten, die de patiënt thuis uitvoert. Hij of zij krijgt daarbij via e-mail ondersteuning van een therapeut. Gebleken is, dat deze zelfbehandeling voor een derde van de patiënten effectief is. Tummers toonde aan, dat het niet uitmaakt of de therapeut die de patiënt per e-mail begeleidt een cognitieve gedragstherapeut is of een getrainde en gesuperviseerde sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. Dit betekent dat ook een GGZ-instelling in principe de zelfbehandeling kan aanbieden.Herkenning

Uit Tummers’ proefschrift blijkt tevens dat er bij de huisarts waarschijnlijk sprake is van onderdiagnostiek op het gebied van CVS. In een door haar onderzochte huisartsenpraktijk werd minder vaak de diagnose CVS gesteld dan op grond van de klachten van de patiënten kon worden verwacht. Volgens Tummers is het nodig dat er meetinstrumenten komen waarmee de huisarts de diagnose CVS beter kan stellen. "Als we door een slimme organisatie van de zorg veel meer mensen met CVS kunnen helpen is het verantwoord om ook de onderdiagnostiek van de ziekte aan te pakken", stelt zij.