Nieuws/Binnenland
1038058
Binnenland

Islamitische school moet leerlingen aannemen

De nieuw islamitische school in Rotterdam, De Opperd, moet 4 van de 5 leerlingen die zich bij de rechter verzetten tegen de weigering op die school te worden toegelaten, toch aannemen. Alleen het 16-jarige meisje Saliha, dat medeverdachte is in de examenfraudezaak op de inmiddels failliete school Ibn Ghaldoun, hoeft niet te worden toegelaten.

De rechter in Rotterdam heeft dat vrijdag bepaald. De Opperd, speciaal opgericht voor oud-leerlingen van het voormalig Ibn Ghaldoun, wilde drie leerlingen niet aannemen uit vrees dat die zullen worden gepest, omdat één van hen en een andere zus verdachte zijn voor betrokkenheid bij de fraude. De school wilde de andere twee kinderen niet toelaten, omdat hun ouders zich fel hebben verzet tegen de komst van de nieuwe islamitische school.

De rechter vindt dat de school onvoldoende heeft kunnen aantonen dat de komst van de twee broertjes van Saliha tot spanningen op de school zal leiden. „Zij zijn - anders dan Saliha - geen verdachte in de zaak. Bovendien zitten ze op een andere nevenvestiging”, stelde de rechter. Hij vindt het van belang dat de leerlingen in een vertrouwde omgeving onderwijs volgen. Hij ziet wel dat de komst van Saliha tot spanningen zal leiden, omdat leerlingen onder anderen haar verantwoordelijk houden voor de ondergang van de school.

In de andere zaak stelde de rechter dat de ouders zich hebben ingezet voor behoud van Ibn Ghaldoun, onder meer door flyers uit te delen. Maar dat zegt volgens de rechter niet dat ze zich hebben verzet tegen de grondslag van De Opperd. De ouders vinden dat De Opperd 'second best' is, aldus het vonnis.

Deze ouders hoeven geen contract te tekenen waarin zij zich niet alleen moeten committeren aan de grondslag van de school, maar ook moeten beloven de pers niet meer te woord te staan. „Dat is in strijd met de vrijheid van meningsuiting”, vindt de rechter.

Bestuurslid Wim Littooij van de school betreurt het besluit van de rechter. „Het is jammer dat de rechter onze argumentatie in het belang van de leerlingen niet erkent.” Als blijkt dat er toch een nieuwe school voor deze leerlingen moet worden gevonden, zal dat volgens Littooij heel lastig worden. Bovendien missen ze dan een bijdrage om leerachterstanden weg te werken.