Nieuws/Binnenland

Aanleg glasvezel moet in periferie versnellen

De wens om heel Nederland aan glasvezelkabel te helpen stuit op problemen in de onrendabele buitengebieden. Samenwerking van bewonersgroepen en energiebedrijven kan die hobbel nemen, terwijl de behoefte onder bedrijven en bewoners aan snel internet in een steeds hogere versnelling gaat.

Dat constateren kabelexperts. De Europese Commissie wil snel internet voor heel Nederland in 2020 uitgerold zien. In oktober investeerde de Europese Investeringsbank €125 miljoen in Reggefiber om vijftig gemeenten aan te sluiten. Zes grote banken lenen een zelfde bedrag, waardoor 500.000 huishoudens in 2015 glasvezel moeten krijgen.„In de onrendabele buitengebieden gaat de ’verglazing’ gestaag door, we proberen met een aantal experimenten het tempo erin te houden”, aldus Jan Davids, directeur van kabelaanlegger Reggefiber. Dat heeft inmiddels 1,6 miljoen huishoudens aangesloten, waarvan 600.000 er ook gebruik van maakt. Omdat bedrijven en consumenten steeds meer digitaal werken, en bijvoorbeeld ook boeren in afgelegen gebied meer bedrijfsdata willen doorzenden, zal de behoefte groeien, zegt Davids. Niet overal gaat de uitrol even gemakkelijk. „Terwijl de vraag naar glasvezel sterk stijgt, als in een hockeystick. De technologie móét die vraag bijhouden.” Netbeheer Nederland ziet per jaar 37.000 schadegevallen door het zelf graven van geulen. Davids: „Per gebied zoeken we andere oplossingen. Eén grote uitrol voor het hele land is niet realistisch, maar we moeten hoe dan ook de onrendabele kosten in het buitengebied drukken, daar waar de behoefte groeit.”