Nieuws/Binnenland
1041747
Binnenland

KLOK

Onmisbare tijd

De klok is dit weekeinde weer een uur teruggezet. Maar sinds wanneer kennen we de klok eigenlijk?

Sinds er mensen bestaan, wordt er tijd gemeten. Allereerst kon men met de stand van de zon, maan en sterren bepalen op welk moment van de dag of nacht men zich ongeveer bevond. Rond 4000 voor Christus vond men de schaduwklok uit, een stok in de grond waarvan de schaduw aangaf hoe laat het was. Die evolueerde tot de zonnewijzer, waarbij de schaduw van een rechtopstaande of schuine paal op een plaat met schaalverdeling valt. Nadeel was natuurlijk dat in de zomer de uren langer duurden, omdat de zon dan een ander pad volgt dan in de winter.

Hij werkte bovendien alleen bij zon, niet op bewolkte dagen of ’s nachts. Rond 300 voor Christus vonden de Grieken de waterklok uit, waarbij langzaam waterdruppels van de ene pot in de andere vielen. In de eeuwen daarna bedacht men ook nog onder meer kaarsen en olielampen met streepjes en de zandloper om de tijd te meten.

Het eerste mechanische uurwerk werd aan het eind van de Middeleeuwen door Benedictijner monniken ontwikkeld. Regelmaat, je door God gegeven kostbare tijd zo goed mogelijk besteden en bidden op het juiste tijdstip waren voor kloosters en kerken heel belangrijk. Steden echter vonden een klok een prestigeobject en rond 1400 had iedere zichzelf respecterende stad er één.

Nu de dag in – toen nog – twaalf gelijke delen was ingedeeld, konden veel gemakkelijker afspraken worden gemaakt, wat rechtspraak, handel en andere zaken ten goede kwam.

Tijd werd onmisbaar. Op schilderijen uit die tijd zie je hooggeplaatste personen geportretteerd met op de achtergrond een klok. De boodschap: tijd is kostbaar en ik ben belangrijk.

Erg nauwkeurig waren die klokken echter